RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.48819
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en
Procesverloop
Bij besluit van 13 augustus 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 3 september 2026 gesloten.
Overwegingen
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder een deugdelijke refoulementbeoordeling heeft verricht. In het gehoor voorafgaand aan het nemen van het bestreden besluit is met eiser gesproken over terugkeer naar China. Eiser is gevraagd of hij te vrezen heeft voor vervolging en/of onmenselijke of vernederende behandeling waartegen de autoriteiten van China hem niet kunnen beschermen. Eiser heeft geweigerd die vragen te beantwoorden. Eiser is ook gevraagd of er een reden is waarom hij niet terug zou kunnen naar China, waarop hij wederom aangaf die vraag niet te willen beantwoorden, maar dit wel met zijn advocaat te willen bespreken en dat zijn advocaat dit kenbaar zal maken aan de hoormedewerker. De rechtbank overweegt dat verweerder tegen deze achtergrond in het bestreden besluit terecht heeft gesteld dat niet is gebleken dat afgezien moet worden van het opleggen van een aanvullend terugkeerbesluit.
5. Ook in beroep is niet nader geconcretiseerd dat bij terugkeer naar China sprake is van een non-refoulement schending. Sterker nog, eiser heeft aangegeven in staat te zijn zelf terug te keren naar China en dat hem een termijn voor vrijwillig vertrek moet worden gegund.
6. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van concrete aanwijzingen voor de conclusie dat verweerder door uitvoering te geven aan het terugkeerbesluit het beginsel van non-refoulement schendt.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het terugkeerbesluit in stand blijft. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 8 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.