ECLI:NL:RBDHA:2026:26271

ECLI:NL:RBDHA:2026:26271

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer C/09/710359/ KG RK 26-1161
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek gedaan omdat hij van mening is dat er sprake is van tunnelvisie en vooringenomenheid bij de rechter, omdat zij zijn verweerschrift niet (goed) zou hebben gelezen en het door verzoeker verstrekte film- en geluidsmaterieel niet wilde bekijken. Verzoeker is van mening dat hem daarmee zijn recht op hoor en wederhoor is ontnomen. De wrakingskamer leest in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van de hoofdzaak dat de rechter zowel het verweerschrift als de USB-stick heeft ontvangen, maar dat zij de USB-stick wegens veiligheidsredenen niet heeft kunnen openen. Verder leest de wrakingskamer in het proces-verbaal dat de rechter inderdaad het voornemen had de inhoud van het verweerschrift en de USB-stick ter zitting met verzoeker te gaan bespreken, maar dat zij voordat ze daaraan was toegekomen is gewraakt. De door verzoeker aangevoerde gronden van de wraking betreffen echter slechts veronderstellingen en suggesties. Concrete feiten waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden, ontbreken. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer

wrakingnummer 2026/51

zaak- /rekestnummer: C/09/710359/ KG RK 26-1161

Beslissing van 8 september 2026

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. M.M. Meijers,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van 31 juli 2026 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;

- de schriftelijke reactie van de rechter van 1 september 2026.

Op 7 september 2026 is het verzoek tot wraking ter zitting behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- verzoeker;

- de rechter samen met de griffier S.A. van Schaik-van Dommelen;

- [belanghebbende in de hoofdzaak] , belanghebbende in de hoofdzaak, als toehoorder;

- [verzoeker in de hoofdzaak] namens William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (“William Schrikker Stichting”), verzoeker in de hoofdzaak, als toehoorder.

2. Het wrakingsverzoek

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/09/709178 JE RK 26-1247. De zaak heeft betrekking op het verzoek van William Schrikker Stichting strekkende tot verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de dochter van verzoeker en M. Hoek.

Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van tunnelvisie en schijn van vooringenomenheid bij de rechter. Volgens verzoeker had de rechter zijn verweerschrift niet (goed) gelezen.

De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3. De beoordeling

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.

Verzoeker heeft aan het verzoek, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Er is sprake van tunnelvisie en schijn van vooringenomenheid bij de rechter, omdat zij niet naar de feiten wil kijken en het door hem op een USB-stick verstrekte film- en geluidsmateriaal niet wil bekijken. Op de wrakingszitting heeft verzoeker daaraan toegevoegd dat hij de rechter heeft gevraagd of zij zijn verweerschrift wel had gelezen en uit haar antwoord – inhoudende dat het verweerschrift was ontvangen – heeft opgemaakt dat dit niet het geval was. Verzoeker is van mening dat hem daarmee zijn recht op hoor en wederhoor is ontnomen.

De rechter heeft tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek toegelicht dat ze net was begonnen met de behandeling van de zaak en voornemens was om het verweerschrift met de bijgevoegde USB-stick met verzoeker te gaan bespreken, maar dat zij daarvoor (nog) niet de kans had gehad.

De wrakingskamer leest in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van de hoofdzaak dat de rechter zowel het verweerschrift als de USB-stick heeft ontvangen, maar dat zij de USB-stick wegens veiligheidsredenen niet heeft kunnen openen. Verder leest de wrakingskamer in het proces-verbaal dat de rechter inderdaad het voornemen had de inhoud van het verweerschrift en de USB-stick ter zitting met verzoeker te gaan bespreken, maar dat zij voordat ze daaraan was toegekomen is gewraakt.

De wrakingskamer overweegt dat zij tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek veel boosheid en onbegrip heeft gezien bij verzoeker over het achterliggende conflict. Het wrakingsverzoek lijkt daarop voort te bouwen. De door verzoeker aangevoerde gronden van de wraking betreffen echter slechts veronderstellingen en suggesties. Concrete feiten waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden, ontbreken. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

4. De beslissing

De wrakingskamer

wijst het verzoek tot wraking af;

bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:

• de verzoeker;

• de wederpartij in de hoofdzaak;

• de rechter.

Deze beslissing is gegeven door mrs. C.F. Mewe, D.E. Alink en D.M. Drok in tegenwoordigheid van de griffier A.E. van Gent en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand