ECLI:NL:RBDHA:2026:26284

ECLI:NL:RBDHA:2026:26284

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer NL24.6260
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Eritrea. Deze uitspraak ziet op de vraag of verweerder het standpunt dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig deugdelijk heeft gemotiveerd. Onder meer het referentiekader is daarbij relevant. Dat heeft verweerder in het geheel niet (kenbaar) betrokken bij de tegenwerpingen die hij heeft gedaan. Verder zijn er diverse (stevige) aanwijzingen dat eiser afkomstig is uit Eritrea die niet bij de besluitvorming zijn betrokken. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.6260

(gemachtigde: mr. A.C. Pool),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Bruin).

Procesverloop

Eiser heeft op 16 juli 2021 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) ingediend.

Met het besluit van 26 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit besluit omvat tevens een terugkeerbesluit.

Eiser heeft op 19 februari 2024 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 24 februari 2026 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 27 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding 1.1.Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2006 en de Eritrese nationaliteit te hebben.

Op 16 juli 2021 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. Hij heeft hieraan het volgende ten grondslag gelegd. Eiser komt uit [stad] , Eritrea. Hij heeft Eritrea verlaten, omdat dat land onveilig is en hij niet de (oneindige) militaire dienstplicht wil vervullen. Bij terugkeer naar Eritrea vreest eiser dat hij gevangen zal worden vanwege zijn illegale uitreis en vervolgens zal worden gedwongen om alsnog de militaire dienstplicht te vervullen. Het bestreden besluit2.1. Verweerder heeft het volgende relevante element vastgesteld en beoordeeld:

- Identiteit, nationaliteit en herkomst.

Verweerder heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig geacht. In het verlengde hiervan heeft verweerder het asielrelaas van eiser niet inhoudelijk beoordeeld, omdat asielmotieven volgens hem slechts betekenis hebben tegen de achtergrond van de identiteit, nationaliteit en herkomst van een vreemdeling. Er doet zich volgens verweerder dan ook geen asielgrond voor als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Gelet hierop, en nu verweerder meent dat hij door eiser is misleid over diens nationaliteit en herkomst, heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, in verbinding met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw (zoals geldend tot 12 juni 2026). Verder heeft verweerder bepaald dat eiser geen verblijfsvergunning op basis van het amv-buitenschuldbeleid krijgt en dat eiser Nederland en de Europese Unie onmiddellijk dient te verlaten.

Het oordeel van de rechtbank 3. De rechtbank toetst het bestreden besluit aan de hand van de beroepsgronden die eiser daartegen heeft aangevoerd.

Identiteit

Verweerder heeft zowel eisers identiteit als eisers nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft in dit verband voorop gesteld dat eiser geen documenten heeft overgelegd die zijn gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst onderbouwen en zich verder op het standpunt gesteld dat eiser met zijn verklaringen, gegeven in het kader van het verrichte herkomstonderzoek, zijn Eritrese nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. De verklaringen die eiser bij het herkomstonderzoek heeft gegeven zijn volgens verweerder namelijk tegenstijdig en niet in overeenstemming met openbare bronnen en kaartmateriaal.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder met voormelde overwegingen in het bestreden besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom eisers identiteit niet geloofwaardig is. Weliswaar heeft verweerder juist gesteld dat eiser geen identificerende documenten heeft overgelegd, maar verweerder heeft verder niet gesteld dat, laat staan toegelicht waarom, eisers verklaringen over zijn identiteit – lees: zijn namen en geboortedatum – ontoereikend zouden zijn of anderszins niet zouden deugen. In het bestreden besluit heeft verweerder alleen gesteld dat, en toegelicht waarom, eisers verklaringen over zijn nationaliteit en herkomst ontoereikend zijn om daar geloof aan te hechten. Dat de ongeloofwaardigheid van eisers nationaliteit en herkomst doorwerkt in de geloofwaardigheid van eisers identiteit, zoals verweerder ter zitting heeft gesteld, volgt de rechtbank niet. Een specifieke toelichting van verweerder hierover ontbreekt immers en bovendien geldt dat iemands namen en geboortedatum niet onlosmakelijk verbonden zijn met diens nationaliteit en herkomst.

Uit het voorgaande volgt dat verweerder in het bestreden besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eisers identiteit ongeloofwaardig is. Meer specifiek gezegd: verweerder heeft niet deugdelijk gemotiveerd waarom hij niet gelooft dat eiser [eiser] , geboren op [geboortedatum] 2006, is. De hiertoe aangevoerde beroepsgrond slaagt.

Nationaliteit en herkomst

Zoals onder 4.1. al is weergegeven, heeft verweerder eisers gestelde Eritrese nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig geacht, omdat de verklaringen die eiser in het kader van het herkomstonderzoek heeft gegeven onderling tegenstijdig zijn en niet in overeenstemming zijn met openbare bronnen en kaartmateriaal. Meer concreet heeft verweerder aan eiser tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over zijn vaste woon- en verblijfsplaats in Eritrea, over de duur van zijn uitreis uit Eritrea en over de route van [stad] (waar zijn ouders wonen) naar [dorp] (waar zijn grootouders wonen), alsmede dat zijn verklaringen over de route van [stad] naar [dorp] en over de ligging (ten opzichte van elkaar) van de moskee, de school en het politiebureau in zijn dorp [stad] niet overeenkomen met openbare bronnen en kaartmateriaal.

De rechtbank is van oordeel dat voormelde tegenwerpingen van verweerder in het bestreden besluit niet berusten op een zorgvuldige voorbereiding en evenmin op een deugdelijke motivering. Hiertoe is redengevend dat verweerder in het bestreden besluit het referentiekader van eiser in het geheel niet (kenbaar) heeft betrokken. Dat had naar het oordeel van de rechtbank in dit geval wel gemoeten. Eiser was ten tijde van zijn vertrek uit Eritrea namelijk nog vrij jong (14 jaar) en ook ten tijde van de gehoren door verweerder, waarbij het herkomstonderzoek is verricht, was eiser nog minderjarig (15-16 jaar). Daarnaast blijkt uit het advies van MediFirst dat eiser analfabeet is en heeft eiser verklaard dat hij nooit naar school (behalve de koranschool) is geweest, nooit naar de moskee is geweest en vanaf jonge leeftijd (8-10 jaar) op het land heeft gewerkt. Dit betekent dat het hier gaat om een zeer laagopgeleide, analfabete, (ten tijde van het vertrek en de gehoren) minderjarige vreemdeling. Dit is zonder meer van invloed op eisers vermogen om te begrijpen, te herinneren en te verklaren. Gelet hierop had verweerder in het bestreden besluit moeten uitleggen, wat hij dus niet heeft gedaan, waarom de onder 5.1. vermelde tegenstijdigheden en discrepanties in de verklaringen van eiser, ondanks het referentiekader van eiser en de met dit referentiekader verband houdende uitleg die in de zienswijzefase op deze punten is gegeven, aan eiser kunnen worden tegengeworpen. Dit geldt te meer, nu die tegenwerpingen verband houden met vragen en onderwerpen die, zeker in de context van deze zaak bezien, niet zonder meer heel eenvoudig zijn, zoals de betekenis van vaste verblijfplaats, tijdsaanduidingen, routes en positionering/ligging van gebouwen (in het dorp en ten opzichte van elkaar).

De rechtbank overweegt verder dat eiser tijdens de gehoren meerdere verklaringen over zijn (gestelde) herkomstregio heeft gegeven die, zeker tezamen bezien, juist wel bijdragen aan de geloofwaardigheid van zijn gestelde Eritrese nationaliteit en herkomst. Zo heeft eiser verteld dat [stad] bestaat uit vier wijken ( [wijk 1] , [wijk 2] , [wijk 3] en [wijk 4] ), dat er in de buurt een bekende (geneeskrachtige) waterbron is, genaamd Maywoui (fonetisch), en dat rondom [stad] de plaatsen Ginda, Gomhot, Subargoma, Dongulo-Lalay en Dongulo-Tahtay (alle fonetisch) liggen. Verder heeft eiser verklaard dat hij een aantal maanden per jaar bij zijn grootouders verbleef in het (agrarische, niet-permanente) dorpje [dorp] , op ongeveer 7 uur lopen van [stad] vandaan. De juistheid van deze door eiser verstrekte vrij specifieke informatie over zijn (gestelde) herkomstregio is door verweerder deels bevestigd en deels niet bestreden, zodat ervan uit moet worden gegaan dat deze informatie klopt. Verder geldt dat een aanzienlijk deel van deze informatie niet te vinden is in publiekelijk online beschikbare bronnen (zoals Google Maps). Over het dorpje [dorp] heeft verweerder zelfs te kennen gegeven dat dit alleen te vinden is op gespecificeerd kaartmateriaal waarover hij beschikt. Hieruit volgt dat eiser bekend is met vrij specifieke informatie omtrent zijn (gestelde) herkomstregio die voor een deel niet publiekelijk online te vinden is en dus eigenlijk alleen bekend kan zijn bij de mensen die daar daadwerkelijk vandaan komen. Dit vormt een stevige aanwijzing voor eisers herkomst uit [stad] , Eritrea. Verweerder heeft dit niet onderkend en heeft die aanwijzing ten onrechte niet bij zijn besluitvorming betrokken.

Eiser heeft verder tijdens de gehoren verklaard dat hij Tigré spreekt, dat hij daarnaast ook een beetje Soho spreekt en dat hij Tigrinya kan verstaan maar niet kan spreken. Eiser heeft in de zienswijzefase gesteld dat de combinatie van deze drie talen, die hij spreekt dan wel verstaat, kenmerkend is voor het gebied in Eritrea waar hij stelt vandaan te komen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het bestreden besluit dit standpunt van eiser onvoldoende gemotiveerd weerlegd. In het bestreden besluit heeft verweerder namelijk gesteld dat deze drie talen ook in andere landen worden gesproken. Met deze motivering, waaruit blijkt dat verweerder elk van de drie talen afzonderlijk heeft bezien, gaat verweerder echter voorbij aan het argument van eiser dat juist de combinatie van deze drie talen, die hij op verschillende niveaus beheerst, specifiek is voor zijn (gestelde) herkomstregio en hem dus daaraan verbindt. De rechtbank merkt in dit verband op dat als het inderdaad zo is dat de door eiser genoemde specifieke talencombinatie (nagenoeg) alleen voorkomt in zijn gestelde herkomstregio, dit een zeer stevige indicatie is dat eiser daar daadwerkelijk vandaan komt. Door niet in te gaan op deze combinatie van talen, maar deze talen slechts afzonderlijk te bezien, schiet de motivering van verweerder in het bestreden besluit op dit punt tekort.

De rechtbank overweegt verder dat verweerder in het bestreden besluit ook niet is ingegaan op de door eiser ingeleverde kopieën, met vertaling, van de Eritrese identiteitskaarten van zijn vader en moeder, waaruit blijkt dat zij de Eritrese nationaliteit hebben en zijn geboren in Gedem. Ook dit kan een aanwijzing vormen voor de gestelde Eritrese nationaliteit en herkomst van eiser. Ook op dit punt schiet het bestreden besluit tekort.

Gelet op het voorgaande, waaruit volgt dat verweerder ten onrechte eisers referentiekader niet heeft betrokken bij de tegenwerpingen die hij heeft gedaan (zie 5.2) en ten onrechte diverse aanwijzingen dat eiser afkomstig is uit Eritrea niet bij zijn besluitvorming heeft betrokken (zie 5.3 en 5.4.), is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich in het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid op het standpunt heeft gesteld dat eisers gestelde Eritrese nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig is. De hiertoe aangevoerde beroepsgrond slaagt eveneens.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gezien het voorgaande gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen omdat het in strijd is met artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Gelet hierop en op wat er hierna is overwogen over de wijze van geschilbeslechting, laat de rechtbank de beroepsgronden van eiser die zien op de beslissing van verweerder om eiser geen verblijfsvergunning te verlenen op grond van het amv-buitenschuldbeleid en op het opgelegde terugkeerbesluit in deze uitspraak inhoudelijk onbesproken.

7. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten, omdat verweerder de hiervoor geconstateerde gebreken niet in de beroepsfase heeft hersteld. De rechtbank zal ook niet zelf in de zaak voorzien, omdat het (vooralsnog) aan verweerder is en blijft om de geloofwaardigheid van eisers identiteit, nationaliteit en herkomst alsmede zijn asielrelaas te beoordelen en die beoordeling deugdelijk te motiveren. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor het toepassen van een bestuurlijke lus, aangezien dit, gelet op de aard van de gebreken, naar het zich laat aanzien geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze zal inhouden. De rechtbank zal verweerder daarom opdragen om, met inachtneming van deze uitspraak, een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiser. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van acht weken. In dat nieuw te nemen besluit dient verweerder, behoudens in geval de asielaanvraag wordt ingewilligd, ook in de te gaan op de gronden die eiser heeft aangevoerd over het niet verlenen van een ‘amv-buitenschuldvergunning’ en het terugkeerbesluit.

8. Omdat het beroep gegrond is, bestaat er aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiser met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. Groeneveld, rechter, in aanwezigheid van mr.L. Stoelinga, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F.A. Groeneveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand