ECLI:NL:RBDHA:2026:26322

ECLI:NL:RBDHA:2026:26322

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-06-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer SGR 26/3145
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorziening procedure. Verweerder heeft besloten om het verzoek van verzoeker om een urgentieverklaring af te wijzen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisende belang in dit geval ontbreekt en wijst het verzoek om voorlopige voorziening dus af.

Uitspraak

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. N. Talhaoui),

en

het college van burgemeester en wethouders van Gouda, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van 11 maart 2026 (het bestreden besluit) waarmee verweerder de aanvraag van verzoeker om een urgentieverklaring heeft afgewezen. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.

Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] (waarnemer van de gemachtigde van verzoeker) en de gemachtigde van verweerder vergezeld door mr. M.H. de Bruin.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?

2. Verzoeker woont in de woning aan het [adres] te [plaats 1] (hierna: de woning). Hij woont daar in bij een neef nadat hij zijn vorige woning in [plaats 2] door een echtscheiding heeft moeten verlaten. Uit het huwelijk met zijn ex-partner heeft verzoeker een minderjarig kind waarvoor hij de volledige zorg draagt. Verzoeker stelt echter dat zijn kind niet bij hem in zijn huidige woning kan wonen omdat er door zijn neef in de woning wordt gerookt. Zijn kind verblijft om die reden op dit moment in [land] bij zijn grootouders. Verzoeker wil echter dat zijn kind bij hem komt wonen zodat hij in een stabiele en veilige omgeving kan opgroeien en naar school kan gaan. Gelet daarop heeft verzoeker bij verweerder een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring.

Wat heeft verweerder besloten?

3. Verweerder heeft de aanvraag om een urgentieverklaring afgewezen omdat deze niet voldoet aan de geldende algemene randvoorwaarde dat een woningzoekende zich bevindt in een acute persoonlijke woon- gerelateerde noodsituatie, waarin het noodzakelijk is om binnen zes maanden te verhuizen. De situatie van verzoeker met zijn kind betreft namelijk een gezins- en zorgkwestie die niet als zodanig kan worden aangemerkt.

Ook als wel sprake zou zijn van een acute persoonlijke woon- en gerelateerde noodsituatie, dan geldt dat verzoeker deze zelf kan oplossen door afspraken met zijn neef te maken over het roken in de woning.

Stel dat de situatie van verzoeker wel aan de algemene randvoorwaarden had voldaan, dan bestaat er volgens verweerder alsnog geen recht op een urgentieverklaring op grond van relatiebeëindiging. Verzoeker woont inmiddels in [plaats 1] en heeft eerder de echtelijke woning in [plaats 2] al verlaten. Daarmee staat vast dat hij zijn huidige woning niet heeft moeten verlaten als gevolg van relatiebeëindiging.

Wat vindt verzoeker?

4. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Hij blijft erbij dat het gescheiden moeten wonen met zijn kind als een acute persoonlijke woon- gerelateerde noodsituatie moet worden aangemerkt.

Verder vindt verzoeker het onjuist dat hem wordt tegengeworpen dat hij zijn huidige woning niet heeft moeten verlaten als gevolg van relatiebeëindiging. Hij had namelijk geen andere optie dan de huidige woning te accepteren omdat hij anders dakloos zou worden.

Tot slot betwist verzoeker dat hij zelf in staat is om zijn woonsituatie op te lossen. Verzoeker is namelijk als gast in zijn huidige woning aanwezig en het is niet mogelijk om met zijn neef afspraken te maken over het roken in de woning.

Subsidiair doet verzoeker een beroep op de hardheidsclausule. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van zijn kind. Als verzoeker niet snel passende woonruimte krijgt, dan zijn hij en zijn kind nog langer genoodzaakt om gescheiden van elkaar te leven, met alle gevolgen van dien.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Spoedeisend belang

5. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient daarom eerst te kijken of er voldoende spoedeisend belang is, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.

Op de zitting is gebleken dat het kind van verzoeker in ieder geval vanaf 13 april 2026 weer verblijft in Nederland. Onduidelijk is echter of verzoeker en zijn kind inmiddels samen in de woning verblijven of dat zij nog steeds gescheiden van elkaar leven. Verzoeker is niet op de zitting verschenen en kon hier dus niet op worden bevraagd. Ook zijn gemachtigde kon desgevraagd niet de nodige helderheid op dit punt verschaffen. Daar komt bij dat als al vast zou staan dat verzoeker en zijn kind nog steeds gescheiden van elkaar leven, dat verzoeker niet met stukken aannemelijk heeft gemaakt dat zijn kind niet in de woning kan verblijven of dat met zijn neef geen afspraken valt te maken over het roken in de woning. Verder kan uit de stukken niet worden afgeleid of verzoeker regelmatig reageert op het beschikbare woningaanbod op www.woningnetregiomiddenholland.nl of dat hij al een beroep heeft gedaan op zijn sociale netwerk. Onduidelijk is dan ook of hij er zelf alles aan doet of heeft gedaan om de door hem gestelde spoedeisendheid weg te nemen. Gelet op voornoemde omstandigheden ziet de voorzieningenrechter niet in waarom van verzoeker niet kan worden verwacht dat hij de beslissing op zijn bezwaarschrift afwacht. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat het spoedeisende belang hier ontbreekt.

Evident onrechtmatig

6. Omdat er geen sprake is van een spoedeisend belang bij het verzoek, kan de door verzoeker gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het besluit van verweerder ‘evident onrechtmatig’ is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door verweerder ingenomen standpunt juist is en of het besluit in de bezwaarprocedure in stand zal blijven. Daarvan is naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter geen sprake. Zoals onder de voorgaande rechtsoverweging al is overwogen, heeft verzoeker onvoldoende met stukken aannemelijk kunnen maken dat sprake is van een acute persoonlijke woon-gerelateerde noodsituatie waardoor zijn aanvraag niet aan de randvoorwaarden voor urgentie voldoet. Los daarvan heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat de urgentieverklaring niet kan worden afgegeven op de categorie relatiebeëindiging omdat verzoeker niet gedwongen is om zijn huidige woning te verlaten door een echtscheiding. Hij heeft namelijk zijn eerdere woning in [plaats 2] al om die reden verlaten. Tot slot heeft verzoeker onvoldoende met stukken onderbouwd dat de situatie van hem en zijn kind zodanig uitzonderlijk en schrijnend is dat verweerder, in afwijking van zijn beleid, een urgentieverklaring had moeten verlenen.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.J.P. Lindhout

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand