Scheiding
Beschikking op het op 11 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. van der Zalm te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[curator],
de man,
als niet ingezetene ingeschreven in de Registratie Niet Ingezetenen (RNI), thans verblijvende te [land].
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 1998 te Curaçao, Nederlandse Antillen.
- De man en de vrouw hebben beiden de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot echtscheiding, met een nevenvoorziening tot vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw inhoudende dat:
- de bankrekeningen op naam van de vrouw respectievelijk de man
worden toegedeeld aan diegene op wiens naam deze is/zijn gesteld
zonder verrekening/verdeling van de daarop staande saldi;
- dat ieder der partijen de eigen inboedel behoudt zonder nadere
verrekening/verdeling van de waarde daarvan;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat het huwelijk van partijen is gesloten op Curaçao en beide partijen de Nederlandse nationaliteit gemeenschappelijk bezitten, heeft onderhavige echtscheidingsprocedure een interregionaal karakter.
Bij de beantwoording van de vraag of aan de rechter in een geval van interregionale aard rechtsmacht toekomt, dient zoveel mogelijk aansluiting te worden gezocht bij de bevoegdheidsbepalingen die gelden op het terrein van het internationaal privaatrecht.
De Verordening Brussel II-ter leent zich voor overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3 lid 1 van deze Verordening komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding, omdat beide partijen op het moment van indiening van het verzoekschrift de Nederlandse nationaliteit bezaten.
Ook ten aanzien van het toepasselijke recht geldt in een geval van interregionaal recht dat de rechter de regels van internationaal privaatrecht zoveel mogelijk overeenkomstig moet toepassen. De rechtbank zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Verdeling huwelijksgemeenschap
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de Nederlandse rechter op grond van de verordening Brussel II-ter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen.
Ten aanzien van het toepasselijk recht overweegt de rechtbank als volgt. Er zijn geen wettelijke regels met betrekking tot het interregionaal privaatrecht. Omdat partijen zijn gehuwd in 1998 wordt aansluiting gezocht bij het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. Partijen hebben geen rechtskeuze gemaakt, zodat wordt aangesloten bij de gemeenschappelijke nationaliteit. Dit betekent dat de rechtbank op hun huwelijksvermogensregime Nederlands recht zal toepassen.
De vrouw verzoekt dat ieder de eigen bankrekeningen op zijn of haar naam behoudt zonder nadere verrekening en dat ieder de eigen inboedel behoudt zonder nadere verrekening. De man heeft geen verweer gevoerd, zodat het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1998 te Curaçao, Nederlandse Antillen;
*
stelt de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
*
verklaart deze beschikking –met uitzondering van het uitspreken van de
echtscheiding– uitvoerbaar bij voorraad.