RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/709001 / JE RK 26-1217
Datum uitspraak: 11 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van het op 13 juli 2026 ingekomen verzoekschrift van:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
betreffende:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de opa],
hierna te noemen: de opa,
en
[de oma],
hierna te noemen: de oma,
gezamenlijk wonende in [woonplaats].
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
de opa;
de oma;
- [naam], namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2. De feiten
Bij beschikking van 24 augustus 2021 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de opa en oma.
[minderjarige] woont bij de opa en oma.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 5 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 17 augustus 2026, alsmede voor dezelfde duur de machtiging [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Aan het verzoek legt de gecertificeerde instelling ten grondslag dat de veiligheid van [minderjarige] op dit moment voldoende is gewaarborgd en dat de risico’s voor haar ontwikkeling thans laag worden ingeschat. Een korte verlenging van de ondertoezichtstelling wordt desalniettemin wenselijk geacht om het gedwongen kader op zorgvuldige wijze af te sluiten. [minderjarige] verblijft inmiddels geruime tijd bij haar grootouders en de situatie is relatief stabiel. In de komende periode zal een aanmelding bij het wijkteam worden gedaan zodat, als de oma en opa dat prettig vinden, tijdig kan worden beoordeeld welke hulp en ondersteuning na beëindiging van de ondertoezichtstelling nog nodig zal zijn. De gevraagde verlenging is daarom niet gericht op voortzetting van intensieve jeugdbescherming en -hulpverlening, maar op een zorgvuldige overdracht naar het vrijwillig kader en het duurzaam borgen van passende ondersteuning voor [minderjarige] en haar netwerk. Ter zitting heeft de jeugdbeschermer desgevraagd aangegeven dat ook een kortere verlenging dan drie maanden toereikend kan zijn om de ondertoezichtstelling af te ronden, mede gelet op de spanningen die de maatregel bij [minderjarige] oproept. De jeugdbeschermer kan zich ook voorstellen dat de ondertoezichtstelling om die reden helemaal niet meer (ook niet voor een korte periode) verlengd wordt en dat de ondertoezichtstelling met ingang van vandaag eindigt.
4. Het standpunt van opa en oma
Opa en oma hebben naar voren gebracht dat [minderjarige] zich in de aanloop naar de zitting onrustig heeft gevoeld, omdat zij bang was opnieuw uit huis te worden geplaatst. Zij zijn van mening dat voor een zorgvuldige afronding van de ondertoezichtstelling geen periode van drie maanden nodig is.
5. De beoordeling
De kinderrechter overweegt als volgt. Uit de stukken en de mondelinge behandeling ter terechtzitting is gebleken dat [minderjarige] na haar verblijf in een accommodatie voor jeugdhulp weer bij haar opa en oma is gaan wonen. Sindsdien is binnen het gezin meer rust ontstaan en ervaren opa en oma dat zij [minderjarige] de stabiliteit kunnen bieden die zij nodig heeft. Hoewel er nog zorgen bestaan over haar verdere ontwikkeling richting volwassenheid, is de veiligheid van [minderjarige] op dit moment voldoende gewaarborgd en worden de risico’s als laag ingeschat. De kinderrechter heeft ter terechtzitting geconstateerd dat het onderhavige verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling veel spanning bij [minderjarige] heeft veroorzaakt. Mede gelet op hetgeen de jeugdbeschermer hierover ter terechtzitting naar voren heeft gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat verdere verlenging van de ondertoezichtstelling geen meerwaarde heeft en dat deze reeds op dit moment kan worden afgesloten. Een verlenging van de maatregel met drie maanden acht de kinderrechter, mede gelet op de spanningen bij [minderjarige], niet passend. Het is van belang dat [minderjarige] duidelijkheid en rust krijgt. Dit betekent dat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zal worden afgewezen.
Kindbrief
Zoals tijdens de mondelinge behandeling met opa en oma is besproken, heeft de kinderrechter haar beslissing in een brief aan [minderjarige] uitgelegd. Hieronder volgt de tekst van die brief.
Beste [minderjarige],
Op 11 augustus 2026 heb ik tijdens de zitting gesproken met de jeugdbeschermer en jouw opa en oma over de vraag of jouw ondertoezichtstelling nog drie maanden moest worden verlengd. Ik heb gehoord dat het inmiddels beter met je gaat en dat je weer bij je opa en oma woont. Ook heb ik gehoord dat het thuis rustiger is geworden en dat jouw opa en oma jou de stabiliteit kunnen bieden die je nodig hebt.
De jeugdbeschermer heeft verteld dat de ondertoezichtstelling kan worden afgesloten, maar had gevraagd om nog drie maanden te verlengen om de ondertoezichtstelling samen met jou en opa en oma goed te kunnen afronden.
Ik vind het in jouw situatie niet nodig om de ondertoezichtstelling nog drie maanden te verlengen. Ik heb gehoord dat deze zitting veel spanning bij jou heeft veroorzaakt, ook omdat je bang bent dat je opnieuw uithuisgeplaatst zal worden. Daar hoef je niet bang voor te zijn. Ik denk dat het voor jou juist belangrijk is dat er nu duidelijkheid en rust komt. Daarom heb ik besloten dat de ondertoezichtstelling niet wordt verlengd. Dat betekent dat de jeugdbeschermer stopt met zijn werk.
Ik hoop dat deze beslissing jou rust geeft en dat je de komende tijd verder kunt werken aan jouw toekomst. Ik heb gehoord dat je in september gaat beginnen met de kappersopleiding. Ik hoop dat je het daar heel erg naar je zin zult hebben en dat je je best gaat doen om je kappersdiploma te halen.
Ik wens je heel veel goeds voor de toekomst, [minderjarige]!
Hartelijke groeten,
De kinderrechter
6. De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026 door mr. E.E. Schotte, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en op schrift gesteld op 24 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.