ECLI:NL:RBDHA:2026:26401

ECLI:NL:RBDHA:2026:26401

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer NL25.64111
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

VK, nareis, 36 jaar is te oud voor jongvolwassenenbeleid, onvoldoende gemotiveerd dat tussen moeder en meerderjarige zoon met MS geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn, beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.64111

(gemachtigde: mr. W.C. Boelens),

en

(gemachtigde: mr. D. van Hout).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de mvv-aanvraag niet in stand kan blijven. De minister heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiser en zijn moeder, [referente] (referente). Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Referente heeft voor eiser een mvv-aanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 4 maart 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 december 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 12 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de gemachtigde van eiser, S.M. Razaghi als tolk en de gemachtigde van de minister.

2.3.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

3. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1982 en heeft de Iraanse nationaliteit. Ongeveer twintig jaar geleden is bij eiser multiple sclerose (MS) vastgesteld. Eiser verblijft in [plaats] , Iran. Referente is de moeder van eiser. Zij is geboren op [geboortedatum 2] 1960 en heeft de Iraanse nationaliteit. Referente heeft een asielvergunning in Nederland, en heeft een mvv-aanvraag ingediend zodat eiser bij haar zou kunnen verblijven.

4. De minister heeft de mvv-aanvraag afgewezen, omdat volgens de minister de feitelijke gezinsband tussen eiser en referente is verbroken. Het jongvolwassenenbeleid is niet op eiser van toepassing, omdat hij 36 jaar oud was op het moment van de inreis van referente en eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom hij toch gezien moet worden als een jongvolwassene. Ook is de samenwoning niet aannemelijk gemaakt, doordat referente daar vermijdend en inconsistent over heeft verklaard, en had eiser in het verleden trouwplannen. Volgens de minister is er ook geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Niet op het peilmoment voor nareis (de datum van de inreis van referente) en ook niet op het peilmoment voor de ambtshalve toets aan artikel 8 van het EVRM (de datum van het bestreden besluit). Daarbij is onder andere van belang dat de financiële steun van referente aan eiser gebruikelijk is en op afstand kan worden voorgezet, dat eiser door een vaste arts wordt behandeld en (slechts) eens per kwartaal een injectie/controleafspraak heeft, en dat eiser kan terugvallen op een sociaal netwerk en voorzieningen. De eerdere samenwoning weegt ook niet in het voordeel van eiser, omdat referente daar inconsistent over heeft verklaard. Omdat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid neemt de minister geen familie- en gezinsleven aan zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM.

5. Eiser voert aan dat hij wel onder het jongvolwassenenbeleid valt. Ook is sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Eiser wijst daartoe onder andere op de eerdere samenwoning met en verzorging door referente, de emotionele afhankelijkheid van referente vanwege zijn sociale isolement, en de afwezigheid van zorgalternatieven. Met zijn broer is namelijk geen contact meer, zijn vader kan vanwege zijn leeftijd en gezondheid niet voor hem zorgen, en zij kunnen geen alternatief betalen. Eiser stelt dat hij zodanig geïnvalideerd is dat hij nauwelijks tot de normale dagelijkse handelingen in staat is, laat staan dat hij kan werken of andere activiteiten kan ondernemen.

Juridisch kader

6. Op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend aan het meerderjarige kind van een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (de referent), indien dat meerderjarige kind zodanig afhankelijk is van de referent dat hij om die reden tot diens gezin behoort.

7. Deze bepaling is nader uitgewerkt in de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Uit paragraaf C2/4.1.2 van de Vc volgt dat de minister een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 verleent als het desbetreffende gezinslid feitelijk behoort tot het gezin van de referent. Uit paragraaf C2/4.1.2.1 van de Vc volgt vervolgens dat de minister aanneemt dat een meerderjarig biologisch kind feitelijk tot het gezin van de referent behoort als er sprake is van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Voor de invulling van dit begrip verwijst paragraaf C2/4.1.2.1 van de Vc naar paragraaf B7/3.8.1 van de Vc.

8. In paragraaf B7/3.8.1 van de Vc, staat:

“De IND neemt familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM aan tussen meerderjarigen als sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen.

De IND neemt familie- en gezinsleven aan als bedoeld in artikel 8 EVRM tussen ouders en hun meerderjarige kinderen, zonder dat sprake moet zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, uitsluitend als het meerderjarige kind:

Jongvolwassenenbeleid

9. De rechtbank oordeelt dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet onder het jongvolwassenenbeleid valt. Hoewel er geen sprake is van een harde leeftijdsgrens en de minister een op het geval toegespitste beoordeling moet maken, is eisers leeftijd van 36 jaar op het peilmoment meer dan 10 jaar hoger dan de doorgaans gehanteerde bovengrens van ongeveer 25 jaar. Vanwege zijn leeftijd kan daarom niet meer gesproken worden van een jongvolwassene, en enkel op basis daarvan kan al geconcludeerd worden dat eiser niet onder het beleid valt.

Artikel 8 EVRM - Bijkomende elementen van afhankelijkheid

10. In het kader van de beoordeling van het beroep van eiser op familie- en gezinsleven in het kader van artikel 8 van het EVRM, is vanwege de meerderjarigheid van eiser relevant of er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen.

11. De rechtbank oordeelt dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat er tussen eiser en referente geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen. De rechtbank licht dit als volgt toe.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) gaat in haar uitspraak van 20 juni 2026 in op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over afhankelijkheid in de situatie van een ziekte of handicap. In sommige gevallen kan alleen al wegens een ziekte of handicap van een meerderjarige vreemdeling gesproken worden van bijkomende elementen van afhankelijkheid van een volwassen familielid. De Afdeling leidt uit het arrest Martinez Alvarado, par. 39 en 40 af dat de ziekte of handicap dan in ieder geval voldoende ernstig moet zijn en die vreemdeling constante zorg en ondersteuning van familieleden nodig heeft. De Afdeling verwijst ook naar par. 43 van het arrest, waaruit volgt dat een rol speelt of in het land van herkomst zorg kan worden geboden door een familielid of door een realistisch zorgalternatief.

De minister heeft op de zitting gesteld dat MS een voldoende ernstige ziekte is, maar dat niet is gebleken dat eiser constante zorg en ondersteuning nodig heeft en daarvoor afhankelijk is van familieleden. De rechtbank kan de minister daarin niet goed volgen. In de mvv-aanvraag heeft referente aangegeven dat eiser verzorgd werd in een verpleegtehuis. In de bezwaarfase is naar voren gekomen dat eiser inmiddels alleen op een kamer woont. Referente heeft tijdens de hoorzitting verklaard over de moeilijkheden die eiser ervaart in zijn dagelijkse functioneren: hij kan zelf niet (goed) koken en was op de dag van de hoorzitting opgenomen in het ziekenhuis. Referente heeft ook verklaard over de neurotische aanvallen van eiser. Referente heeft op de zitting toegelicht dat een aanval bij eiser kon leiden tot uitval in zijn benen, maar dat hij soms ook zijn tong niet kon bewegen en dat zij dan moest praten voor hem. Referente heeft ook aangegeven dat eiser achteruitgaat, en dat dit hoort bij de ziekte en dus ook al voorzien kon worden op het peilmoment. Dat de gezondheid van eiser achteruitgaat wordt bevestigd door de verklaring van de arts die in beroep is overgelegd, waaruit volgt dat eiser door het progressieve ziekteverloop steeds afhankelijker wordt. De rechtbank is van oordeel dat dit geen onzekere toekomstige omstandigheid is die niet betrokken hoeft te worden, zoals de minister op de zitting heeft gesteld. Gezien de aard van de ziekte is namelijk duidelijk dat de gezondheid van eiser zal verslechteren, ook al is van tevoren niet precies duidelijk hoe snel die verslechtering zal gaan.

Verder is niet in geschil dat eiser inmiddels alleen woont, geen zorg ontvangt van zijn broer en dat zijn vader zelf ernstige medische problemen heeft. In het bestreden besluit is opgemerkt dat de situatie stabiel is, dat eiser al ruim twintig jaar een vaste arts heeft en kan terugvallen op zijn eigen sociale kring en vrienden. Verder is (onder het kopje emotionele band) gesteld dat niet is gebleken dat eiser in het dagelijkse leven niet kan functioneren. Hij woont immers al vier jaar alleen, en van een meerderjarige mag in beginsel worden verwacht dat hij zichzelf staande kan houden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister hiermee de ernst van eisers (progressieve) ziekte en de afhankelijkheid die dat in het dagelijkse leven met zich meebrengt onvoldoende betrokken. Ook is het voor de rechtbank niet inzichtelijk dat de buren en vrienden van eiser afdoende zorg en toezicht bieden, ook als hij alleen thuis is en een aanval heeft, en dat eiser om die reden niet afhankelijk zou zijn van de zorg van referente. Verder blijkt uit de verklaringen van referente dat zij in het verleden, voor haar vertrek naar Nederland, in ieder geval betrokken is geweest bij de zorg voor eiser. De minister heeft dat ook niet betwist.

Wat betreft de emotionele afhankelijkheid heeft referente toegelicht dat eiser meer dan gebruikelijk emotioneel van haar afhankelijk is, omdat hij vanwege zijn ziekte aan huis is gebonden en geïsoleerd is geraakt. Tijdens de hoorzitting heeft referente verklaard dat zij regelmatig telefonisch contact hebben en dat zij ook beeldbellen als eiser internet heeft. Ze hebben twee of drie keer in de week contact, als het internet het doet. In het bestreden besluit is opgemerkt dat referente zelf lijdt aan depressieve klachten en er geen wezenlijke verandering is opgetreden in haar medische toestand. Daaruit wordt afgeleid dat referente beperkt in staat zou zijn om structurele emotionele steun aan anderen te bieden, en dat dit haar stelling dat haar zoon emotioneel van haar afhankelijk is weinig aannemelijk maakt. De rechtbank kan niet volgen waarom de depressieve klachten van referente ertoe zouden leiden dat zij geen emotionele steun zou kunnen bieden aan haar zoon, en de minister heeft op de zitting ook erkend dat dit een uiterst onhandige opmerking is geweest.

Verder is in het bestreden besluit opgemerkt dat niet is gebleken dat eiser in het dagelijkse leven niet kan functioneren (hij woont immers al vier jaar alleen), en dat van een meerderjarige in beginsel mag worden verwacht dat hij zichzelf kan staande houden. Ook is verwezen naar de eerdere trouwplannen van eiser en zijn sociale kring en vrienden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister hiermee niet onderkend dat de stappen die eiser tijdens zijn meerderjarigheid heeft gezet, gedaan zijn toen hij nog niet ziek was. De minister heeft niet kenbaar rekening gehouden met wat referente heeft aangevoerd over de emotionele afhankelijkheid tussen haar en haar zoon als gevolg van zijn ziekte. De minister heeft er op de zitting nog op gewezen dat de emotionele steun ook op afstand kan worden verleend. Dit is echter in het bestreden besluit niet tegengeworpen, en dat is ook niet doorslaggevend. Het gaat erom of eiser meer dan gebruikelijk van referente afhankelijk is. Het komt de rechtbank niet onlogisch voor dat dit het geval is, gelet op de situatie waarin eiser verkeert. Of de emotionele steun ook op afstand kan worden verleend kan pas bij de belangenafweging worden meegewogen.

Wat betreft de financiële afhankelijkheid is niet in geschil dat eiser volledig arbeidsongeschikt is. Referente heeft tijdens de hoorzitting verklaard dat eiser op financieel vlak geholpen wordt door zijn vader, en door haarzelf. De rechtbank volgt de beoordeling van de minister dat, als wordt aangenomen dat referente geld van het COA heeft gespaard en aan eiser heeft gestuurd, dit op zichzelf niet leidt tot de conclusie dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid.

Verder volgt de rechtbank eiser niet in zijn betoog dat de minister ook de banden van referente met Iran (namelijk dat zij het land ontvlucht is) had moeten betrekken gelet op het arrest Martinez Alvarado. In dat arrest wordt niet gedoeld op de banden van de referent met het land van herkomst, maar van het familielid dat daar nog is. De achtergrond daarvan is dat bij sterke banden verondersteld wordt dat diegene een netwerk en/of voorzieningen heeft waarop hij kan terugvallen, en daardoor minder afhankelijk is van de referent.

12. De rechtbank concludeert dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat er in dit geval geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen, en dat er dus geen sprake is van familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Het voorgaande betekent dat de minister de afwijzing van de nareisaanvraag opnieuw moet motiveren met in achtneming van wat de rechtbank heeft overwogen.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

Omdat het beroep gegrond is moet de minister het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 8 december 2025;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 4 september 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van der Knijff

Griffier

  • mr. S.J. Valk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand