RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.9038
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 12 februari 2026.
Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de rechtbank uitspraak buiten zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser nog belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte internationale bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt.
3. Verweerder heeft de rechtbank op 3 september 2026 schriftelijk bericht dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Naar aanleiding van het bericht van verweerder heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht om binnen vijf werkdagen kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze dit contact heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank op 3 september 2026 geïnformeerd dat er geen contact meer is met eiser sinds begin augustus 2026, ook niet door zijn voogd.
4. Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijke gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 8 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.