RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker],
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.9039
V-nummer: [V-nummer], verzoeker,
(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit van 12 februari 2026 beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.9038, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 8 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.