[naam], eiseres,
geboren op [geboortedatum]
van Eswatinische nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer:],
(gemachtigde: mr. N.R. Imminga),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 10 april 2026 niet in behandeling genomen, omdat Portugal verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt apart beslist.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dit, mede, aan de hand van de beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
3. De EU heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Met ingang van 12 juni 2026 gelden de regels die zijn neergelegd in de AMbV.
Welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat vóór 12 juni 2026 is geregistreerd, wordt bepaald volgens de in de Dublinverordening vastgelegde criteria.
Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland op 2 februari 2026 bij Portugal een verzoek om overname gedaan. Portugal heeft dit verzoek op 2 april 2026 aanvaard op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening.
De beroepsgronden
4. Eiseres voert aan dat zij in Portugal het risico loopt door haar ex-man te worden vermoord. Zij vreest een behandeling die strijdig is met artikel 3 van het EVRM, niet vanwege de slechte behandeling in de asielprocedure van Portugal, maar omdat haar ex-man haar visum voor Portugal zal weten te traceren. Als rechercheur bij de politie is haar ex-man er in getraind om dit te doen, zoals hij al vaker heeft gedaan. Dat hij haar herhaaldelijk heeft bedreigd met de dood, heeft aangegeven vastberaden te zijn om haar te vermoorden en hiertoe verscheidene pogingen heeft gedaan, wordt door de minister niet betwist. Eiseres meent dat de minister zowel in het voornemen als in het bestreden besluit onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mogelijke schending van artikel 3 van het EVRM. Eiseres is een kwetsbare Dublinclaimant en daarom moet er om aanvullende garanties worden gevraagd. Op haar is immers herhaaldelijk een moordpoging gedaan door haar ex-man, waarbij zij verscheidende keren zwaargewond is geraakt. Haar kinderen zijn hiervan getuige geweest. De minister heeft aan eiseres verzocht om een medisch rapport te overleggen om deze kwetsbaarheid aan te tonen, maar eiseres is nog niet klaar om er met een psycholoog mee aan de slag te gaan. Het overleggen van een medisch rapport is daarom nog niet mogelijk. Ook doet eiseres een beroep op het arrest Tarakhel. De overweging van de minister dat eiseres zich tot de Portugese autoriteiten kan wenden is onvoldoende. Ook doet eiseres een beroep op artikel 17 van de Dublinverordening, omdat overdracht aan Portugal van een onevenredige hardheid zou getuigen vanwege de situatie met haar ex-man.
Interstatelijk vertrouwensbeginsel en artikel 3 van het EVRM
5. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat ten aanzien van Portugal van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, waardoor mag worden verondersteld dat Portugal zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eiseres voert aan dat de minister nog wel moet onderzoeken of overdracht in haar individuele geval toch kan leiden tot een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De rechtbank oordeelt dat de beoordeling of van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan inderdaad ruimer is dan alleen een toets of sprake is van tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen. Overdracht aan een andere lidstaat is namelijk uitgesloten telkens wanneer er ernstige, op feiten berustende gronden bestaan om aan te nemen dat de vreemdeling het reële risico op onmenselijke of vernederende behandeling, in de zin van artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest zal lopen bij zijn overdracht of als gevolg daarvan. Dat neemt echter niet weg dat als blijkt van tekortkomingen die structureel of fundamenteel zijn, die tekortkomingen een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid moeten bereiken om tot een schending van artikel 4 van het Handvest te leiden.
De vrees van eiseres om in Portugal door haar ex-man te worden vermoord, acht de rechtbank onvoldoende voor het oordeel dat de overdracht van eiseres aan Portugal in haar specifieke geval tot vernederende of onmenselijke behandeling in de zin van artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest zal leiden. Het gaat hier namelijk om niet nader onderbouwde vermoedens van eiseres. Hetzelfde geldt voor de beroepsgrond dat de ex-man van eiseres haar visum voor Portugal zal weten te traceren. De minister heeft dan ook geen (nader) onderzoek hoeven doen naar de situatie in Portugal. Dat eiseres na overdracht (mogelijk) terechtkomt in een moeilijke situatie met onzekerheid is onvoldoende voor het aannemen van een schending van artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest. Daarnaast heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de Portugese autoriteiten onverschillig zijn en haar niet zouden kunnen of willen helpen met betrekking tot de gestelde problemen met haar ex-partner.
Arrest Tarakhel
6. Het beroep van eiseres op het arrest Tarakhel slaagt ook niet. In dit arrest heeft het EHRM overwogen dat de verzoekende lidstaat voor bijzonder kwetsbare personen voorafgaand aan de overdracht aanvullende garanties moet vragen aan de ontvangende lidstaat, als de vreemdeling aantoont dat hij zonder garanties geen toereikende zorg- en opvangvoorzieningen zal krijgen. Uit de uitspraak van de Afdeling van 3 december 2015 volgt dat het Tarakhel-arrest ook van toepassing kan zijn op andere personen die bijzonder kwetsbaar zijn als aannemelijk is gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden, waarbij het geslacht, de leeftijd en de gezondheidstoestand van de vreemdeling van belang kunnen zijn. De bewijslast dat sprake is van deze bijzondere kwetsbaarheid ligt bij de vreemdeling. Eiseres heeft aangevoerd dat op haar herhaaldelijke moordpogingen zijn gedaan door haar ex-man. Nog daargelaten de vraag of de vrees van eiseres om in Portugal te worden vermoord door haar ex-man valt onder de specifieke reikwijdte van het Tarakhel-arrest, oordeelt de rechtbank dat niet is gebleken dat er in het geval van eiseres sprake is van bijzondere kwetsbaarheid als bedoeld in het Tarakhel-arrest. Er zijn dan ook geen individuele garanties van de Portugese autoriteiten vereist voor de overdracht van eiseres.
Artikel 17 van de Dublinverordening
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister deugdelijk gemotiveerd waarom hij geen gebruik maakt van zijn discretionaire bevoegdheid. De door eiseres genoemde omstandigheden zijn niet dermate bijzonder dat een overdracht aan Portugal van onevenredige hardheid getuigt. Daarbij is van belang dat de omstandigheden waarop eiseres zich beroept dezelfde omstandigheden zijn die zij heeft aangevoerd in het kader van artikel 3 van het EVRM. De minister heeft overwogen dat eiseres zich, indien zij door haar ex-man wordt bedreigd, tot de Portugese autoriteiten kan wenden en dat zij niet met medische documenten heeft onderbouwd dat zij als gevolg van haar ervaringen in Portugal specialistische zorg of een behandeling in Nederland nodig heeft. De minister heeft daarbij mogen verwijzen naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.