ECLI:NL:RBDHA:2026:26431

ECLI:NL:RBDHA:2026:26431

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer NL25.359
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel, Irak, geloofwaardigheid, referentiekader, deelname demonstraties en online publicaties, verklaringen onlogisch, summier en tegenstrijdig, geen uitstel van vertrek, advies BMA niet nodig, beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

Samenvatting

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.359

(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. B.E.M. Goossens).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het met die afwijzing niet eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser is geboren op [geboortedag] 2005 en heeft de Iraakse nationaliteit. Op 28 december 2022 heeft hij zijn asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 9 december 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De rechtbank heeft het beroep op 14 augustus 2026 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [persoon] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

6. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij vanwege zijn deelname aan demonstraties wordt gezocht in Irak. Volgens eiser waren het vreedzame demonstraties met vlaggen, maar de autoriteiten beschuldigen hem ervan dat hij een overheidsgebouw in brand heeft gestoken en dat hij autobanden heeft laten branden op straat. Eiser heeft informatie over die demonstraties gedeeld op sociale media. De vader van eiser is gearresteerd in februari 2022, daarna is er ook een arrestatiebevel tegen eiser uitgevaardigd.

Het bestreden besluit

7. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond omdat hij de gestelde problemen van eiser met de Iraakse autoriteiten ongeloofwaardig acht. Eiser heeft onvoldoende documenten overgelegd die zijn relaas onderbouwen, zoals het originele arrestatiebevel. Deze zou hij zijn verloren op zee, terwijl hij andere belangrijke documenten wel heeft kunnen overleggen. Hij heeft wel een kopie van een foto overgelegd van dit arrestatiebevel, maar die kan volgens verweerder niet op echtheid worden onderzocht. Bovendien vormen de verklaringen van eiser over de gestelde problemen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Verweerder vindt dat eiser onlogische en summiere verklaringen heeft afgelegd over zijn deelname aan de demonstraties en over de online publicaties. Ook heeft eiser vaag en wisselend verklaard over het arrestatiebevel, de huiszoeking en het contact dat eiser daarna met zijn moeder heeft gehad.

Zorgvuldigheid

8. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat verweerder in de beoordeling onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. Hij stelt in dat verband dat hij minderjarig was toen hij zijn asielaanvraag indiende. Verder wijst hij op het ‘medisch advies horen en beslissen’ van MediFirst van 23 april 2023 waarin is gerapporteerd dat eiser moeite heeft met het omgaan met spanningen en met het plaatsen van exacte data bij gebeurtenissen. Ook is onvoldoende rekening gehouden met het door de GZA verstrekte patiëntdossier waaruit blijkt dat bij eiser autisme is vastgesteld, dat hij psychische (depressieve) klachten heeft en daarvoor wordt behandeld bij een POH-GGZ.

9. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken voldoende kenbaar blijkt dat verweerder rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. Eiser is gehoord in het bijzijn van een voogd van Stichting Nidos. Uit het rapport nader gehoor blijkt dat de hoormedewerker kennis heeft genomen van het advies van MediFirst en op de hoogte was van de medische situatie van eiser. Uit de formulering van de vragen blijkt dat er ook rekening is gehouden met de jonge leeftijd van eiser. Eiser heeft uitvoerig en gedetailleerd verklaard, en heeft de hoormedewerker ook vragen gesteld. Uit het rapport blijkt ook dat eiser duidelijk aangaf wanneer hij een vraag niet goed begreep en dat de hoormedewerker de vraag dan anders stelde, waarna eiser antwoord gaf. De hoormedewerker heeft meerdere keren geïnformeerd hoe eiser zich voelde, of hij de vragen goed begreep en of hij de tolk goed kon verstaan en begrijpen. Er zijn ook meerdere pauzes ingelast. Eiser heeft aan het einde van het nader gehoor verklaard dat hij vond dat het gesprek lang duurde, maar dat hij het een mooi gesprek vond, en heeft de hoormedewerker bedankt voor de aandacht, voor het luisteren en het stellen van vragen.

10. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat verweerder bijvoorbeeld zijn opmerking, dat hij misschien wel meer dan 100 keer aan demonstraties heeft deelgenomen, niet zo letterlijk had mogen opvatten. De rechtbank stelt vast dat eiser dit antwoord heeft gegeven naar aanleiding van de vragen van de hoormedewerker of hij heeft deelgenomen aan één demonstratie of meerdere, en over hoeveel demonstraties we het dan ongeveer hebben. Omdat eiser die vragen niet duidelijk beantwoordt, vraagt de hoormedewerker door: “Moet ik dan aan 10, 20, 50, 100 denken, kun je iets van een schatting geven?”. Verweerder heeft ter zitting terecht opgemerkt dat het antwoord van eiser daarop, “Meer dan 100 keer, misschien.” er niet op duidt dat dit figuurlijk is bedoeld.

11. De rechtbank concludeert dat eiser op zorgvuldige wijze is gehoord en dat het bestreden besluit op zorgvuldige wijze is voorbereid. Dat betekent dat verweerder in zijn beoordeling heeft mogen afgaan op de verklaringen die eiser heeft afgelegd bij het gehoor.

12. De beroepsgrond slaagt niet.

Geloofwaardigheid

13. Verweerder heeft in het bestreden besluit goed gemotiveerd waarom en op welke punten hij vindt dat eiser onlogisch, summier en tegenstrijdig heeft verklaard over zijn deelname aan demonstraties in Irak. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser – bijvoorbeeld – slechts summier kan verklaren over het doel van de demonstraties waaraan hij deelnam, namelijk over ‘simpele rechten’ en over demonstraties ‘vanwege dit en dat’. Verweerder benoemt ook de verklaring van eiser dat hij tijdens demonstraties een vlag omhoog hield en dat hij leuzen riep, maar dat hij zich alleen de leus ‘Leve Irak’ kon herinneren. De overige leuzen was hij vergeten. Verweerder mag in redelijkheid van eiser verwachten dat hij meer details kan geven over de demonstraties en het doel van de demonstraties, gezien het grote aantal demonstraties waaraan hij stelt te hebben deelgenomen, ook al was hij toen nog jong.

14. Eiser heeft verklaard dat hij ook online kritiek uitte op de autoriteiten. Hij heeft verklaard dat hij deelde wat er op de spandoeken stond, zulke teksten, ook over het land en de milities in het land. Hij was actief op verschillende sociale media. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser tegenstrijdig, onlogisch en summier heeft verklaard over deze online publicaties. Zo heeft eiser op 28 december 2022 tegenover de vreemdelingenpolitie verklaard dat hij zijn accounts heeft gewist bij aankomst in Turkije en heeft hij tijdens het nader gehoor verklaard dat zijn accounts zijn geblokkeerd. Eiser heeft verklaard dat hij tot aan zijn aankomst in Griekenland nog actief was, maar dat bij zijn inreis in Nederland alles is gestopt. Verweerder heeft eiser mogen tegenwerpen dat hij niet concreet heeft aangegeven welke teksten hij dan online deelde. Opvallend is daarbij dat eiser geen details kon geven over de teksten op spandoeken, dat hij vervolgens heeft verklaard dat hij zulke teksten ook online publiceerde, maar dat hij ook daarover geen details kon geven. Verweerder mag van eiser meer gedetailleerde verklaringen verwachten, aangezien eiser stelt actief te zijn geweest op meerdere accounts op verschillende platforms en hij ook stelt dat hij vanwege die publicaties wordt gezocht.

15. Eiser heeft in beroep alsnog het originele arrestatie- en huiszoekingsbevel overgelegd, en tevens een bevel tot voorgeleiding, beide met een Nederlandse vertaling. Een van de documenten is door verweerder doorverwezen voor nader onderzoek. Uit de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 10 december 2025 blijkt dat dit document, omschreven als ‘dagvaarding’, mogelijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven, aangezien de opmaak en afgifte afwijkt van het beschikbare vergelijkingsmateriaal. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat dit onderzoeksresultaat wil zeggen dat er over de echtheid van het document geen uitspraken kunnen worden gedaan, en dat het document dus ook niet in het voordeel van eiser kan worden meegewogen in die zin dat hem het voordeel van de twijfel kan worden gegund.

16. Verweerder heeft de gestelde problemen met de Iraakse autoriteiten op basis van het voorgaande terecht niet geloofwaardig geacht.

17. De beroepsgrond slaagt niet.

18. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Uitstel van vertrek

19. Verweerder heeft eiser in het bestreden besluit geen uitstel van vertrek om medische redenen gegeven. Volgens verweerder verkeert eiser niet in medische nood. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat verweerder dit besluit niet heeft gemotiveerd en dat hij zo’n conclusie ook niet mag trekken zonder hierover advies in te winnen bij het Bureau Medische Advisering (BMA).

20. Uitstel van vertrek kan worden verleend aan de vreemdeling die om medische redenen niet kan reizen of die door terugkeer in een medische noodsituatie op korte termijn terechtkomt. Dit volgt uit artikel 64 van de Vw in combinatie met paragraaf A3/7 van de Vc. In paragraaf A3/7.1.3 van de Vc is uitgelegd wat de IND onder een ‘medische noodsituatie’ verstaat: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.

21. Bij een ambtshalve toetsing aan artikel 64 van de Vw wordt niet standaard een advies aan het BMA gevraagd. Volgens zijn werkinstructie (WI 2026/18, tot 12 juni 2026 WI 2024/2) beoordeelt de IND op basis van het patiëntdossier of de medische stukken of er aanleiding bestaat om voorlopig of definitief uitstel van vertrek te verlenen. Na het verlenen van voorlopig uitstel van vertrek wordt advies aan het BMA gevraagd. Als uit de medische stukken overduidelijk blijkt dat niet wordt voldaan aan de hoge drempel van artikel 64 van de Vw, wordt het BMA niet ingeschakeld.

22. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat hij kennis heeft genomen van de medische informatie in het patiëntdossier voordat hij het bestreden besluit nam, en dat hij daarin geen aanleiding heeft gezien om voorlopig uitstel van vertrek te verlenen of advies te vragen aan het BMA.

23. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op basis van de beschikbare medische stukken – het advies van MediFirst en het patiëntdossier – tot de conclusie heeft kunnen komen dat er bij eiser overduidelijk geen sprake is van een medische noodsituatie als bedoeld in paragraaf A3/7.1.3. van de Vc. Eiser heeft ook niet onderbouwd dat hij voor behandeling van zijn klachten is aangewezen op behandeling in Nederland. Verweerder heeft onder de gegeven omstandigheden mogen afzien van het inwinnen van advies bij het BMA en heeft eiser terecht geen uitstel van vertrek verleend.

Conclusie en gevolgen

24. Het beroep is ongegrond.

25. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 9 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Uitspraak bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand