ECLI:NL:RBDHA:2026:26433

ECLI:NL:RBDHA:2026:26433

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer NL26.50482, NL26.51290
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

bewaring – gronden – curatele – lichter middel – onevenredig bezwarende maatregel inreisverbod – curatele – doorwerking onjuistheid bewaring in inreisverbod.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.50482 (maatregel van bewaring) en NL26.51290 (inreisverbod)

(gemachtigde: mr. K. Ramdhan),

en

(gemachtigde: mr. L. Augustinus).

1. Deze uitspraak gaat over zowel het aan eiser opgelegde inreisverbod voor de duur van twee jaar als de aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring . Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Eiser is het niet eens met het inreisverbod en de maatregel van vreemdelingenbewaring. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van het inreisverbod en de maatregel van vreemdelingenbewaring en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van het inreisverbod en de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit 1 van 29 augustus 2026 heeft de minister aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. De minister heeft op diezelfde dag aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring (bestreden besluit 2) opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Eiser wordt geacht beroep te hebben ingesteld tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring. Eiser heeft ook tegen het inreisverbod beroep ingesteld. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Partijen hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling. Eiser heeft op 31 augustus 2026 en 1 en 7 september 2026 zijn (aanvullende) gronden van beroep ingediend. De minister heeft op 8 september 2026 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens op 8 september 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank van het inreisverbod

Doorwerking feitelijke onjuistheid in de maatregel van bewaring in de zorgvuldigheid van de besluitvorming.

3. Eiser voert – samengevat – aan dat aan de maatregel van bewaring ten onrechte grond a ten grondslag is gelegd. Deze onjuistheid doet afbreuk aan de zorgvuldigheid en de betrouwbaarheid van de feitenvaststelling die aan het hele dossier ten grondslag ligt. Voordat de minister een inreisverbod uitvaardigt, is hij gehouden de individuele geschiedenis van eiser correct en volledig in de afweging te betrekken. Daartoe behoort in elk geval de eerdere periode van rechtmatig verblijf van eiser in Nederland.

Toetsingskader

De minister vaardigt een inreisverbod uit tegen een vreemdeling, die geen gemeenschapsonderdaan is die Nederland niet uit eigen beweging heeft verlaten binnen de daarvoor geldende termijn, tenzij artikel 64 van de Vw van toepassing is. Het inreisverbod wordt door middel van een zelfstandige beschikking uitgevaardigd dan wel een beschikking die mede strekt tot wijziging van het reeds gegeven terugkeerbesluit. Dit inreisverbod wordt opgelegd voor een bepaalde duur met een maximum van vijf jaar, tenzij de vreemdeling een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of nationale veiligheid. De duur gaat in vanaf het moment dat de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten. De minister kan om humanitaire of andere redenen afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod.

De rechtbank overweegt allereerst, met verwijzing naar het hiervoor weergegeven toetsingskader, dat het inreisverbod een zelfstandig besluit is met een eigen (ander) toetsingskader en dat daarom een mogelijke onjuistheid in de maatregel van bewaring geen gevolgen kan hebben voor het besluit tot het opleggen van een inreisverbod. Verder overweegt de rechtbank dat het enkele feit dat eiser in het verleden een periode van rechtmatig verblijf heeft gehad, geen reden is om af te zien van het uitvaardigen van een inreisverbod. Wat van belang is, is dat aan eiser na een periode van rechtmatig verblijf een terugkeerbesluit is opgelegd met een vertrektermijn van 28 dagen en dat eiser niet aan dit besluit heeft voldaan. Deze omstandigheid leidt tot het uitvaardigen van een inreisverbod. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Inreisverbod berust op een onvolledige feitelijke grondslag.4. Verder stelt eiser dat hem in het gehoor de mogelijkheid is geboden om een zienswijze te geven, maar dat het gehoor in overwegende mate gericht was op de maatregel van bewaring en op het niet naleven van het terugkeerbesluit. Dat eiser eerder rechtmatig verblijf heeft gehad en eiser eerder uit eigen beweging is teruggekeerd naar zijn land van herkomst is niet ingegaan en komt in de motivering van het inreisverbod niet terug. Ook eisers verklaring dat hij geen dief is en in een noodsituatie zit, is niet getoetst en meegewogen. Dat maakt volgens eiser dat de bepaling van de duur van het inreisverbod berust op een onvolledige feitelijke grondslag. 4.1. De rechtbank stelt vast dat uit het verslag van het gehoor inreisverbod volgt dat eiser is uitgelegd wat een inreisverbod inhoudt en dat het aan hem is om (bijzondere) individuele omstandigheden aan te voeren op grond waarvan van het inreisverbod kan worden afgezien of de duur ervan kan worden verkort. Vervolgens heeft eiser enkel verklaard dat hij geen dief zou zijn en in een noodsituatie zou verkeren. Deze verklaring en de overige in de gronden genoemde omstandigheden zijn echter geen redenen die leiden tot het oordeel dat van het uitvaardigen van het inreisverbod had moeten worden afgezien of de duur van het inreisverbod had moeten worden verkort. Van een motiveringsgebrek is dan ook geen sprake. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Curatele.

5. Eiser heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij op 19 maart 2026 onder curatele is gesteld. Eiser stelt – kort samengevat – dat bij het opleggen van het inreisverbod op 29 augustus 2026 dit voor de minister kenbaar en verifieerbaar was. Anders dan het dossier laat zien beschikt eiser hiermee wel over een concrete, bijzondere individuele omstandigheid, te weten zijn geestelijke toestand die bij rechterlijke uitspraak is vastgesteld. De minister heeft dit ten onrechte dan ook niet betrokken bij de beoordeling.

De rechtbank volgt eiser hierin niet en overweegt als volgt. Het opleggen van een inreisverbod is het gevolg van het niet voldoen aan het terugkeerbesluit. Eiser heeft niet nader geconcretiseerd of onderbouwd waarom het feit dat hij in maart 2026 onder curatele is gesteld een relevante omstandigheid is voor (de duur) van het inreisverbod. Dat eiser afhankelijk zou zijn van zijn curator, zijnde zijn broer, is ook niet onderbouwd. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Beoordeling door de rechtbank van de maatregel van vreemdelingenbewaring

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring.

6. De minister heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In de maatregel staat dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het onderduikrisico bestaat en dat eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Eiser betwist – kort samengevat – grond a.

De rechtbank is van oordeel dat de minister grond a terecht aan de maatregel ten grondslag heeft gelegd. Deze grond is immers feitelijk juist. Eiser is Nederland in 2019 op de voorgeschreven wijze binnengekomen, omdat hij in het bezit was van een machtiging tot voorlopig verblijf met als verblijfsdoel ‘verblijf bij partner’. Eiser is van deze partner gescheiden. Naar eigen zeggen is eiser in februari 2022 teruggekeerd naar Ghana waarna hij op een bepaald moment toch weer is teruggekeerd naar Nederland. Door eiser is echter niet onderbouwd of aangetoond dat hij bij zijn tweede binnenkomst in Nederland ook op de voorgeschreven wijze is binnengekomen.

Deze grond en de overige (niet betwiste) gronden zijn voldoende om de maatregel te dragen. Daarom kan worden aangenomen dat er een onderduikrisico bestaat. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Lichter middel en verklaringen eiser.

7. Eiser stelt dat in zijn geval niet kenbaar is ingegaan op de vraag waarom een meldplicht, eventueel gecombineerd met een verplichting tot inlevering van zijn Ghanese paspoort ontoereikend zou zijn. De minister heeft bij de beoordeling van het lichter middel ten minste drie individuele omstandigheden onbesproken gelaten. Eisers rechtmatige verblijf van 2019 tot 2022, zijn terugkeer naar Ghana in februari 2022 en het geldige Ghanese paspoort. De minister noemt in dit verband alleen het ontbreken van een vaste woon- en verblijfplaats en het ontbreken van middelen van bestaan zonder toe te lichten waarom juist die omstandigheden een meldplicht bij voorbaat niet doeltreffend maken. 7.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. De minister heeft bij deze beoordeling de door eiser aangehaalde omstandigheden en de gronden met de daarop gegeven toelichtingen betrokken. Verder is betrokken dat eiser nergens staat ingeschreven zodat hij niet traceerbaar is voor de autoriteiten. Een lichter middel, zoals een meldplicht, is reeds daarom al niet geïndiceerd. De minister hoeft dan ook niet het risico te lopen dat eiser toch (weer) onderduikt en niet verschijnt op de met hem gemaakte afspraken. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Onevenredig bezwarende maatregel en curatele vanwege geestelijke gezondheidsproblematiek.

8. Eiser heeft medische documenten overgelegd en een document waaruit blijkt dat hij op 19 maart 2026 onder curatele is gesteld. Eisers broer is benoemd tot curator. Eiser stelt – kort samengevat – dat de minister in de maatregel van bewaring niets heeft vermeld over de curatele of over eisers geestelijke gezondheidsproblematiek. Er is enkel de verklaring van eiser betrokken dat ‘zijn gezondheid goed is’. Eiser is door de kantonrechter onbekwaam bevonden om zijn eigen belangen te behartigen. Dat maakt dan ook dat de minister zijn onderzoek naar de feitelijke omstandigheden van eiser heeft gebaseerd op de enige bron die op dit punt geen zelfstandige betekenis kan hebben. Er is sprake van een motiveringsgebrek.8.1. De rechtbank volgt eiser hierin niet en overweegt als volgt. Gelet op de beschikbare, verouderde medische informatie, is de rechtbank van oordeel dat er in eisers geval sprake is van een andere situatie dan de situatie die wordt geschetst in de door hem aangehaalde uitspraak. Anders dan in dat geval heeft eiser hier niet alleen verklaard dat er geen medische problemen spelen, maar is er ook op geen enkele manier gebleken dat er problemen zijn die eisers bewaring onevenredig bezwarend maken. Er bevinden zich in het dossier geen recente medische stukken met betrekking tot de geestelijke gezondheid van eiser. Dat betekent dat de rechtbank kijkt naar de oudere stukken voor aanwijzingen over zijn geestelijke gezondheid. Uit het door eiser overgelegde stuk van Arkin uit 2024 kan worden opgemaakt dat er door een behandelaar is vastgesteld dat bij eiser sprake is van ‘een beperkt verstandelijk vermogen, rigiditeit en deels koppigheid’. Vervolgens wordt vermeld: ‘aanbod vanuit de psychiatrie niet geïndiceerd’. Onder andere aan deze medische informatie kan niet het gevolg worden verbonden dat eiser daaraan wenst te verbinden. Dat eiser onder curatele staat, maakt ook met inachtneming van de overgelegde medische informatie niet dat eiser daarom niet in bewaring kan worden gesteld of dat de maatregel van bewaring daarom onevenredig bezwarend voor hem moet worden geacht. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Afzien van rechtshulp tijdens gehoor en het geven van een zienswijze gelet op curatele.

9. Eiser heeft tijdens zijn gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling verklaard geen raadsman te willen en heeft afgezien van de fysieke aanwezigheid van zijn raadsman. De verklaringen van eiser tijdens dat gehoor over zijn gezondheid en persoonlijke omstandigheden vormen de grondslag voor het standpunt van de minister dat eiser geen omstandigheden heeft aangevoerd die tot een lichter middel zouden moeten leiden. Eiser is onder curatele gesteld en in beginsel onbekwaam rechtshandelingen te verrichten. Daarmee kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de vraag of eiser zelfstandig, zonder enige betrokkenheid van zijn curator een rechtsgeldige en weloverwogen afstand van rechtsbijstand kon doen en een rechtsgeldige zienswijze kon geven.9.1. De rechtbank is van oordeel dat het enkele feit dat eiser onder curatele is gesteld vanwege geestelijke gezondheidsproblematiek niet automatisch leidt tot de conclusie dat eiser niet in staat kan worden geacht om te beslissen over het al dan niet aanwezig zijn van zijn gemachtigde tijdens het gehoor. Daarbij komt dat eiser zijn gemachtigde wel telefonisch heeft gesproken voorafgaand aan zijn inbewaringstelling. Ook ziet de rechtbank in het enkele gegeven dat eiser onder curatele is gesteld geen aanleiding voor twijfel aan de door hem gegeven verklaringen. Eiser heeft namelijk ook nu niet gesteld of nader geconcretiseerd dat de afwezigheid van zijn gemachtigde nadelige gevolgen heeft gehad en dat de door hem afgelegde verklaringen niet juist of onvolledig zouden zijn. Daarvan is de rechtbank ook niet gebleken. Het beroep op de aangehaalde uitspraak slaagt gelet op het voorgaande en gelet op het feit dat er sprake is van een andere situatie dan in die casus geschetst, niet. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

10. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

11. De beroepen tegen het inreisverbod en de maatregel van vreemdelingenbewaring zijn ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van D.K. Bloemers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.M. Weeda

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand