ECLI:NL:RBDHA:2026:26434

ECLI:NL:RBDHA:2026:26434

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer NL26.50957
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Bewaring; volgberoep.

Uitspraak

[naam], eiser,

V-nummer: [v-nummer:],

(gemachtigde: mr. U.H. Hansma),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

Inleiding

1. De minister heeft op 15 april 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft het beroep op 8 september 2026 op zitting behandeld. Eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister zijn op de rechtbank in Groningen verschenen. De rechtbank had voorafgaand aan de zitting vastgesteld dat geen tolk aanwezig was. Eiser en zijn gemachtigde hebben ermee ingestemd de zitting zonder tolk te laten plaatsvinden, waarna de gemachtigde ten tijde van de zitting samenvattend aan eiser heeft vertaald. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al tweemaal eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 10 augustus 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 7 augustus 2026 de maatregel van bewaring rechtmatig is.

3. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

Wat vindt eiser?

4. Eiser betoogt dat de voortduring van de bewaring onrechtmatig is. Hiertoe voert eiser aan dat bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de huidige maatregel rekening moet worden gehouden met de totale duur van zijn vrijheidsontneming. Eiser is sinds

20 januari 2026 onafgebroken van zijn vrijheid beroofd, eerst op grond van artikel 59b Vw en vanaf 15 april 2026 op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Volgens eiser moet ook de daaraan voorafgaande aansluitende periode van bewaring bij de beoordeling worden betrokken. Hij verwijst in dit verband naar vaste jurisprudentie van de Afdeling en in het bijzonder naar het arrest Aroja van het Hof van Justitie. Hoewel de jurisprudentie een andere lijn lijkt te volgen, dienen de hiervoor genoemde perioden van bewaring volgens eiser wel degelijk bij elkaar te worden opgeteld.

Daarnaast voert eiser aan dat geen sprake meer is van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. De aanvraag om afgifte van een laissez-passer voor Gambia is al op 4 september 2025 aan de Gambiaanse autoriteiten verzonden, maar bijna twaalf maanden later is nog geen reisdocument afgegeven. Ook hebben de geplande presentaties geen doorgang gevonden en is voor een derde presentatie nog geen datum vastgesteld. Volgens eiser is, gelet op deze lange periode zonder concrete voortgang, niet langer sprake van voldoende zicht op uitzetting. Dat het uitblijven van resultaat volgens de minister mede aan eisers opstelling is toe te schrijven, maakt dit volgens eiser niet anders. Naarmate de bewaring langer voortduurt zonder concreet resultaat, mag van de minister worden verlangd dat hij met concrete gegevens onderbouwt dat afgifte van een laissez-passer binnen afzienbare tijd alsnog te verwachten is.

Tot slot voert eiser aan dat de minister bij de belangenafweging onvoldoende rekening heeft gehouden met de duur van de bewaring in combinatie met de door eiser gestelde medische klachten. Nu eiser inmiddels ruim zeven maanden van zijn vrijheid is beroofd, weegt zijn belang bij invrijheidstelling steeds zwaarder. Hoewel de rechtbank eerder heeft geoordeeld dat de medische zorg in het detentiecentrum toereikend is, moet volgens eiser, gelet op het inmiddels verstreken tijdsverloop, opnieuw worden beoordeeld of voortduring van de bewaring nog evenredig is. Volgens eiser heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom deze omstandigheden niet aan verdere voortduring van de bewaring in de weg staan. De enkele verwijzing naar zijn proceshouding is volgens eiser onvoldoende om de voortduring van de bewaring te rechtvaardigen.

Oordeel van de rechtbank

5. De rechtbank overweegt dat uit het arrest Aroja – kort samengevat – volgt dat voor de berekening van de maximale termijn van zes maanden in de zin van artikel 15, vijfde lid, van de Terugkeerrichtlijn, alle perioden die een vreemdeling ter uitvoering van hetzelfde terugkeerbesluit in vreemdelingenbewaring heeft doorgebracht bij elkaar moeten worden opgeteld. In overweging 58 van het arrest staat dat ook de periode waarin de uitvoering van het verwijderingsbesluit is geschorst wegens de behandeling van een verzoek om internationale bescherming, moet worden meegeteld. Het Hof van Justitie van de Europese Unie wijst daarbij op overwegingen 40, 47 en 48 van het arrest Kadzoev. Uit het arrest Kadzoev blijkt dat hetgeen in overweging 58 van het arrest Aroja is overwogen, slechts van toepassing is als de bewaringsmaatregel is gebaseerd op de Terugkeerrichtlijn. De perioden van eventuele maatregelen van bewaring op een andere grondslag dan de Terugkeerrichtlijn tellen niet mee voor de berekening van de genoemde maximale termijn van zes maanden.

De minister heeft op 20 januari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw opgelegd. De grondslag van deze maatregel is de Opvangrichtlijn. Dit betekent dat de periode waarin eiser op deze grondslag in bewaring is gesteld, niet meetelt voor de berekening van de maximale periode van zes maanden. De maximale termijn van zes maanden was ten tijde van het bestreden besluit dan ook nog niet verstreken, zodat de minister niet gehouden was een verlengingsbesluit te nemen.

Gelet op de overwegingen 5 en 5.1 en op de uitspraak van de Afdeling van 25 september 2025, waarin zij een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, met eenzelfde overweging heeft bevestigd, is de rechtbank van oordeel dat de beantwoording van deze kwestie voldoende duidelijk is.

De rechtbank is verder van oordeel dat zicht op uitzetting naar Gambia nog steeds bestaat. De rechtbank wijst op de uitspraak van de Afdeling van 4 augustus 2023, waarin is geoordeeld dat zicht op uitzetting naar Gambia in zijn algemeenheid niet ontbreekt. De rechtbank ziet geen aanleiding om in het geval van eiser anders te oordelen. Dat nog geen reactie is ontvangen op de rappels, rechtvaardigt niet de conclusie dat geen zicht op uitzetting bestaat. De situatie is niet zodanig gewijzigd en de bewaring duurt nog niet zodanig lang dat moet worden aangenomen dat geen reactie van de Gambiaanse autoriteiten meer kan worden verwacht. Bovendien heeft de minister ter zitting toegelicht dat voor 22 september 2026 opnieuw een presentatie staat gepland. Hieruit blijkt in ieder geval de welwillendheid van de Gambiaanse ambassade om medewerking te verlenen.

Daarbij komt dat op eiser de rechtsplicht rust Nederland te verlaten. Deze plicht brengt onder meer met zich dat eiser actieve en volledige medewerking aan zijn uitzetting moet verlenen. De rechtbank constateert dat eiser deze medewerking niet verleent. Zo heeft eiser tijdens het laatste vertrekgesprek verklaard niets te hebben ondernomen om aan documenten te komen en is hij niet verschenen bij de geplande presentatie van 30 juni 2026. Dat de uitzetting hierdoor mogelijk meer tijd zal vergen, kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook mede worden verklaard door de houding van eiser.

Verder overweegt de rechtbank dat zij in haar uitspraak van 27 mei 2026 al heeft geoordeeld dat het toepassen van een lichter middel niet volstaat om de uitzetting van eiser te verzekeren. De rechtbank ziet in hetgeen eiser aanvoert geen aanleiding om aan te nemen dat een lichter middel nu wel zou kunnen volstaan of dat de voortduring van de bewaring onevenredig of anderszins niet langer gerechtvaardigd zou zijn. Eiser heeft geen concrete gewijzigde omstandigheden aangevoerd. Het enkele feit dat de bewaring steeds langer voortduurt, maakt nog niet dat de belangenafweging hiermee in het voordeel van eiser dient uit te vallen.

De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de

maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van

mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.J. van der Veen

Griffier

  • mr. S. Strating

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand