ECLI:NL:RBDHA:2026:26449

ECLI:NL:RBDHA:2026:26449

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer NL25.53690
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

BNT, pkv toegekend omdat de BNT terecht is ingesteld.

Uitspraak

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het volgens hem niet tijdig nemen van een besluit door de minister. Hij heeft het beroep ingetrokken nadat de minister op 23 december 2025 alsnog een besluit heeft genomen en verzoeker op 5 augustus 2026 is vertrokken met de IOM.

De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De minister heeft de rechtbank meegedeeld zich tegen een toewijzing van de proceskostenvergoeding te verzetten.

De rechtbank heeft partijen laten weten een zitting niet nodig te vinden. Omdat partijen daarna niet hebben aangegeven op een zitting gehoord te willen worden, heeft de rechtbank het onderzoek op 7 september 2026 gesloten en de zaak niet op een zitting behandeld.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Er moet dan ook zijn voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Heeft verzoeker recht op vergoeding van zijn proceskosten?

4. De rechtbank stelt vast dat de minister aan het beroep niet tijdig tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen op verzoekers asielaanvraag van 31 januari 2023. Daarnaast is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelt vast de minister in gebreke is gesteld en dat verzoeker tweemaal eerder een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit heeft ingediend. Deze beroepen zijn door deze rechtbank en zittingsplaats gegrond verklaard. In de onderhavige zaak is het opvolgend beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op 3 november 2025 ingediend. De aan de laatste uitspraak van 24 juli 2025 verbonden beslistermijn was op dat moment al verstreken, ook al was de rechterlijke dwangsomtermijn nog niet voorbij. Het onderhavige beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom terecht ingesteld en zou ontvankelijk zijn geweest. De door de minister gestelde reden van de intrekking van het beroep, namelijk het vertrek met het IOM, laat onverlet dat de minister niet tijdig heeft beslist en aan het onderhavige beroep is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag. Het beroep was dan ook terecht ingediend. De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten daarom toe.

Conclusie en gevolgen

5. De rechtbank veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,00 (één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,00 en wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand