ECLI:NL:RBDHA:2026:26451

ECLI:NL:RBDHA:2026:26451

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer NL26.51180
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Vreemdelingenbewaring – niet-begeleide minderjarige – niet in het belang of ter bescherming van eiser – lichter middel – beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.51180

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),

en

(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 1 september 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 9 september 2026 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens Nidos was mevrouw [persoon] aanwezig.

Overwegingen

Toetsingskader

1. Verweerder kan in vreemdelingenbewaring stellen de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw, als vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op vaststelling van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Deze grond voor vreemdelingenbewaring is aanwezig, als de identiteit of de nationaliteit van de vreemdeling met onvoldoende zekerheid bekend is en zich ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid van het Vb zich voordoen.

2. In de regel worden minderjarige vreemdelingen niet in vreemdelingenbewaring gesteld. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen minderjarigen als maatregel in laatste instantie en nadat is gebleken dat minder dwingende alternatieve maatregelen niet doeltreffend kunnen worden toegepast, en nadat is beoordeeld dat vreemdelingenbewaring in hun belang is, voor zo kort mogelijke duur in vreemdelingenbewaring worden gehouden. Daarbij geldt bij niet-begeleide minderjarigen dat zij door de vreemdelingenbewaring moeten worden beschermd.

De gronden van de maatregel van vreemdelingenbewaring

3. Verweerder heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In de maatregel heeft verweerder overwogen dat de vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en dat ten aanzien van eiser is gebleken dat sprake is van een onderduikrisico en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

4. In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt; c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit; p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden; s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan; t. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.

5. Eiser betwist alle gronden.

6. Verweerder heeft ter zitting de gronden p en t laten vallen.

7. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding om de gronden van bewaring onvoldoende te achten. Verweerder heeft de grond a aan de maatregel ten grondslag mogen leggen. Deze grond is feitelijk juist, omdat eiser niet in het bezit is van de vereiste reisdocumenten, waardoor hij Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen. Dat eiser stelt het doel te hebben gehad om in Nederland een asielaanvraag in te dienen en zijn paspoort tijdens zijn reis te zijn kwijtgeraakt, doet aan de juistheid van deze grond niet af. Verder mag verweerder grond c aan eiser tegenwerpen, omdat deze feitelijk juist is. Eiser beschikt niet over identificerende documenten en niet is gebleken dat hij een poging heeft gedaan om aan identificerende documenten te komen. Eiser heeft verklaard dat zijn familie over identificerende documenten beschikt, maar heeft tot op heden deze documenten niet verkregen van zijn familie. De gronden a en c zijn voldoende om de maatregel te dragen. Wat eiser heeft aangevoerd tegen de overige gronden behoeft daarom geen bespreking meer.

De oplegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring aan eiser als minderjarige

8. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2009. Ter zitting heeft verweerder aangegeven sterke twijfels te plaatsen bij de gestelde minderjarigheid van eiser. Zoals echter uit de maatregel van vreemdelingenbewaring volgt, is verweerder bij het opleggen van de maatregel toch uitgegaan van de minderjarigheid van eiser. Een leeftijdsonderzoek heeft nog niet plaatsgevonden. Eiser is geplaatst in detentiecentrum Zeist, op een afdeling voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

9. Nu uitgegaan wordt van de minderjarigheid van eiser, kan de maatregel van vreemdelingenbewaring alleen worden opgelegd wanneer dit in het belang is van eiser en hij door de vreemdelingenbewaring wordt beschermd. Bovendien moet de vreemdelingenbewaring zo kort mogelijk voortduren.

10. Eiser voert aan dat vreemdelingenbewaring niet in zijn belang is. Het is in zijn belang om zijn asielprocedure in vrijheid af te wachten. Dit stelt hem in de gelegenheid om samen met Nidos en zijn familie de asielprocedure te doorlopen. Bovendien is de inbewaringstelling niet in het belang van zijn ontwikkeling.

11. In de maatregel van vreemdelingenbewaring heeft verweerder volstaan met een verwijzing naar het strafblad van eiser om het belang van eiser dat volgt uit vreemdelingenbewaring en de bescherming van eiser door vreemdelingenbewaring vast te stellen. Als aanvulling heeft verweerder ter zitting verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank over een eerdere inbewaringstelling van eiser, waarin het belang van eiser en de bescherming van eiser door vreemdelingenbewaring door de rechtbank in die zaak zijn aangenomen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder thans niet kan volstaan met een enkele verwijzing naar het strafblad van eiser en de uitspraak van de rechtbank in de eerdere zaak. Dat klemt temeer omdat verweerder zich daarbij tevens beroept op het feit dat eiser op 31 augustus 2026 nogmaals is aangehouden op verdenking van een overigens serieus strafbaar feit, zonder acht te slaan op de omstandigheid dat deze verdenking is geseponeerd. Uit de maatregel van vreemdelingenbewaring komt aldus onvoldoende naar voren waar het belang en de bescherming van eiser door vreemdelingenbewaring uit volgt. Het had op de weg van verweerder gelegen om dit nader te motiveren. De beroepsgrond slaagt.

12. Eiser voert verder aan dat het onwaarschijnlijk is dat de maatregel van vreemdelingenbewaring slechts kort zal voortduren. De asielprocedure van eiser is al sinds 31 oktober 2025 aanhangig, het nader gehoor heeft pas onlangs (op 4 september 2026) plaatsgevonden, en het leeftijdsonderzoek is nog steeds niet verricht. In de maatregel van vreemdelingenbewaring heeft verweerder niet gemotiveerd dat de inbewaringstelling van eiser zo kort mogelijk zal duren of dat er vooruitzichten zijn ten aanzien van het voortvarend behandelen van de asielprocedure van eiser. De beroepsgrond slaagt.

Lichter middel

13. Eiser voert ten slotte aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel, gelet op zijn minderjarigheid.

14. Uit de Vw, het Vb en de Vc volgt dat een maatregel van vreemdelingenbewaring bij niet-begeleide minderjarigen alleen in uiterste gevallen wordt toegepast en dat zo veel mogelijk gekozen moet worden voor het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van vreemdelingenbewaring. Verweerder dient bij het in vreemdelingenbewaring stellen van een niet-begeleide minderjarige rekening te houden met de individuele omstandigheden en deze omstandigheden duidelijk te motiveren.

15. Verweerder heeft evenwel onvoldoende gemotiveerd dat in dit geval geen lichter middel dan de maatregel van vreemdelingenbewaring doeltreffend kon worden toegepast. Zoals hierboven is overwogen in rechtsoverweging 11, is aan eiser eerder een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. Die maatregel is door deze rechtbank onrechtmatig geacht wegens het onvoldoende motiveren van het lichter middel. De rechtbank overweegt dat de huidige maatregel grotendeels stoelt op dezelfde motivering. Als aanvulling heeft verweerder aangevoerd dat in samenwerking met DT&V is onderzocht of eiser op een VTL kon worden geplaatst, maar dat dit geen mogelijkheid was wegens de minderjarigheid van eiser. Uit de maatregel blijkt echter niet welke andere alternatieve opties mogelijk zouden kunnen zijn, en of deze zijn besproken. Daarnaast heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiser zich niet aan de aan hem opgelegde schorsende voorwaarden houdt, waaruit onder andere volgt dat eiser zich tussen 20:00 uur en 7:00 uur binnen het COa moet bevinden (zie voorwaarde nr. 9). Voor zover verweerder daarbij doelt op het incident van 31 augustus 2026 is dit echter ten onrechte, aangezien uit het dossier blijkt dat dit voorval heeft plaatsgevonden tussen 19.10 en 19.49 uur, dus vóór het ingaan van het huisarrest. Verweerder overweegt verder niet welke andere schorsende voorwaarden eiser heeft geschonden. Uit de motivering blijkt onvoldoende dat verweerder heeft vooropgesteld dat eiser minderjarig is. Het had op de weg van verweerder gelegen om het ontbreken van minder dwingende alternatieve maatregelen nader te motiveren, te meer nu bij niet-begeleide minderjarigen, nog meer dan bij volwassenen, vreemdelingenbewaring alleen in uiterste gevallen wordt toegepast. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie

16. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is gegrond. Deze maatregel is vanaf het moment van het opleggen daarvan onrechtmatig. De rechtbank beveelt de opheffing van deze maatregel met ingang van vandaag.

17. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 11 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vreemdelingenbewaring ten bedrage van 1 x € 160,- (verblijf politiecel) en 10 x € 120,- (verblijf detentiecentrum) = € 1.360,-.

18. Eiser krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser geacht wordt beroep te hebben ingesteld en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- beveelt de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring met ingang van vandaag;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van € 1.360,- aan schadevergoeding aan eiser, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan op 11 september 2026 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier, en openbaargemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K.M. de Jager

Griffier

  • mr. A.M. Verberne

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand