Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 20 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.L. Küppers- van Duivenbooden in Breda .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende in [land] .
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Feiten
Verzoek en verweer
De man verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap conform randnummer 4.2, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Op grond van artikel 3 van de Verordening (EG) Nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 (Brussel II-ter) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding, nu de gewone verblijfplaats van verzoeker (de man) in Nederland is, hij de Nederlandse nationaliteit heeft en zes maanden voorafgaand aan indiening van het verzoekschrift in Nederland verbleef.
De rechtbank zal op grond van artikel 10:56 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Verdeling van de huwelijksgemeenschap
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij ook rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot verdeling van de huwelijksgemeenschap.
Aangezien de huwelijksdatum van partijen na 29 januari 2019 ligt, namelijk op [datum] 2024, is op het huwelijksvermogensregime de Huwelijksvermogensrechtverordening van toepassing.
Niet gebleken is dat partijen een geldige rechtskeuze hebben gemaakt. Daarnaast is er geen sprake van een gemeenschappelijk huwelijksdomicilie en hadden partijen tijdens de huwelijkssluiting ook geen gemeenschappelijke nationaliteit. Volgens de man is Nederland het land waarmee de echtgenoten de nauwste band hadden ten tijde van de huwelijkssluiting, temeer nu zij ook in Nederland zijn getrouwd. De rechtbank is dan ook met de man van oordeel dat het huwelijksvermogensregime van partijen het nauwst verbonden is met Nederland waardoor het Nederlandse recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen.
Inhoudelijke beoordeling
De man verzoekt om te bepalen dat partijen de inboedel in onderling overleg zullen verdelen. Daarnaast hebben partijen allebei wat spaargeld maar volgens de man komen deze bedragen nagenoeg overeen zodat de man geen verdeling van de saldi wenst. De rechtbank zal de verzoeken als onweersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2024 in [plaats] ;
*
stelt de verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad.