ECLI:NL:RBDHA:2026:26516

ECLI:NL:RBDHA:2026:26516

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 12-09-2026
Zaaknummer C/09/707439 / FA RK 26-6173
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Uitsluitend gebruik van de woning en kinderalimentatie.

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 18 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,

wonende te op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.J. Boers te ‘s-Gravenzande.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R. Sarican te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 29 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man en de vrouw bijgestaan door hun advocaten en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Na de zitting heeft de rechtbank nog ontvangen:

- het F9-formulier van 6 augustus 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlagen.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man strekt ertoe dat:

- het minderjarige kind van partijen aan de man wordt toevertrouwd;

- de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats] , met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

- naar de rechtbank begrijpt een door de vrouw aan de man te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 450,- per maand wordt vastgesteld, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van datum indiening verzoekschrift, althans met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, voor wat betreft de nog niet verschenen termijnen bij vooruitbetaling te voldoen,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert – onder referte voor de toevertrouwing – thans nog verweer tegen het overige verzochte, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Tevens verzoekt de vrouw zelfstandig nog:

- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats] , met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert hiertegen verweer, dat hierna – voor zover nodig – besproken zal worden.

Feiten

- Partijen zijn op [datum] 2011 te [gemeente] met elkaar gehuwd.

- Zij zijn de ouders van de volgende (minderjarige) kinderen:

- [meerderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2005 te [geboorteplaats] ,

- [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats] ,

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 te [geboorteplaats] .

- De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit.

- [minderjarige] verblijft momenteel bij de man.

Beoordeling

Toevertrouwing

De vrouw heeft ingestemd met het verzoek van de man om [minderjarige] aan de man toe te vertrouwen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning

Beide partijen hebben om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning verzocht. De rechtbank moet daarom een belangenafweging maken.

De man heeft het volgende naar voren gebracht. Hij verblijft sinds juni 2025 bij zijn ouders, waar sinds november 2025 ook [minderjarige] met hem verblijft. Zij kunnen hier niet langer blijven omdat de ouders van de man hun huis verkocht hebben en het huis op 31 augustus 2026 aan de nieuwe kopers wordt geleverd. De man wil dus met [minderjarige] terug naar de echtelijke woning, waar de vrouw nu verblijft. Volgens de man is de situatie als volgt. In de echtelijke woning verblijven de vrouw met de twee meerderjarige kinderen van partijen [meerderjarige] en [jongmeerderjarige] . [meerderjarige] is samen met [naam 2] . De aanwezigheid van [naam 2] heeft tot veel conflicten geleid in het gezin. Als gevolg hiervan is [minderjarige] in november 2025 bij de man gaan wonen. [minderjarige] en de vrouw hebben nu geen contact met elkaar. Het is in het belang van [minderjarige] dat zij terug kan naar de echtelijke woning. Omdat [minderjarige] en de vrouw nu geen contact met elkaar hebben en de man de volledige zorg voor haar draagt, verzoekt de man het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning om daar samen met [minderjarige] en de andere meerderjarige kinderen te verblijven. Dit belang weegt zwaarder dan het belang van de vrouw om in de echtelijke woning te verblijven.

De vrouw stelt dat de weergave van de man eenzijdig is. De vrouw betreurt ten zeerste dat de situatie tussen haar en [minderjarige] . Er moet een herstelgesprek plaatsvinden via SKT. De vrouw stelt dat zij een zwaarwegend belang heeft om in de echtelijke woning te verblijven. De vrouw heeft nauwelijks familie in Nederland en kan niet zomaar ergens terecht. De man beschikt over een familiair netwerk en verblijft al ruime tijd bij zijn ouders. De vrouw betwist dat de man niet meer in de schuur van het huis van zijn ouders kan blijven na de verkoop. De vrouw heeft begrepen dat de man via een vriend een huurwoning huren.

De vrouw verzoekt daarom het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te kennen.

De rechtbank overweegt als volgt. De situatie tussen partijen is verhard en de onderlinge communicatie verloopt stroef. De spanningen in het gezin zijn vorig jaar met name ontstaan door het verblijf in de echtelijke woning van de partner van de meerderjarige dochter. Als gevolg hiervan is [minderjarige] sinds november 2025 bij haar vader gaan wonen; de vader was al eerder uit de woning vertrokken wegens de spanningen. Op dit moment heeft de vrouw geen contact met [minderjarige] en draagt de man de volledige zorg voor [minderjarige] . In de belangenafweging aan wie het uitsluitend gebruik van de woning moet worden toegekend, weegt voor de rechtbank het belang van minderjarige kinderen in het gezin zwaar. Hoewel door de vrouw betwist, heeft de man aangegeven goed contact te hebben met de meerderjarige kinderen. Zij kunnen in de echtelijke woning blijven wonen, wie van de ouders ook het uitsluitend gebruik verkrijgt. Het is voor [minderjarige] van belang dat zij terugkeert naar haar vertrouwde omgeving samen met haar broer en zus. Gelet op de huidige situatie acht de rechtbank het echter niet in haar belang dat zij met de vrouw in de echtelijke woning zal verblijven. De rechtbank zal daarom het uitsluitend gebruik van de woning toekennen aan de man, zodat hij met [minderjarige] terug kan keren naar de echtelijke woning.

Voorlopige kinderalimentatie

De man verzoekt een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Behoefte [minderjarige]

De behoefte van [minderjarige] wordt berekend aan de hand van de tarieven en de inkomensgegevens van partijen van 2025-2.

De vrouw heeft een inkomensverklaring overgelegd waaruit volgt dat zij in 2025 een bruto-inkomen had van € 36.879,-. Hieruit volgt een netto besteedbaar inkomen (NBI) van € 2.638,- per maand.

De man heeft een Aangifte Inkomstenbelasting van 2025 overgelegd, waaruit blijkt dat hij in 2025 € 51.075,- brutoloon heeft ontvangen en € 5.381,- bruto aan WIA-uitkering. Hieruit volgt een netto besteedbaar inkomen (NBI) van € 3.525,- per maand.

Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedroeg in 2025 dus € 6.163,- per maand (€ 2.638 + € 3.525). Op basis van dit NBGI hadden partijen geen recht op een kindgebonden budget. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2025 leidt het voorgaande tot een forfaitair tabelbedrag van € 830,- per maand voor [minderjarige] . Geïndexeerd naar 2026 bedraagt deze behoefte € 868,- per maand.

De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding deze behoefte tussen partijen moet worden verdeeld.

Draagkracht vrouw

Op de zitting is besproken dat de door de vrouw ingediende loonstroken niet volledig zijn. Enkel haar brutoloon is zichtbaar op de loonstrook, maar niet de aftrekposten.

De advocaat van de vrouw heeft aangegeven leesbare loonstroken in te dienen. Uit de door haar ingediende loonstroken op 6 augustus 2026 volgt dat zij in mei en juni 2026 een brutoloon ontving van afgerond € 2.430,- per maand, waarbij de rechtbank in redelijkheid een onregelmatigheidstoeslag van € 30,00 per maand aanhoudt. De rechtbank zal hiervan uitgaan, met toepassing van de 8% vakantietoeslag.

Verder gaat de rechtbank uit van een eindejaarsuitkering van afgerond € 4.195,- bruto. Uit de loonstrook van april 2026 volgt dat de opbouw van haar eindejaarsuitkering € 1.048,- bedroeg in april, oftewel na het eerste kwartaal van het jaar. Daarom gaat de rechtbank uit redelijkerwijs uit van viermaal dit bedrag voor het gehele jaar.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met:

Op basis hiervan berekent de rechtbank het NBI van de vrouw in 2026 op € 2.438,- per maand.

Omdat het NBI van de vrouw hoger is dan € 2.200,-, zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.365,-)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan € 239,- per maand.

Draagkracht man

Partijen zijn het erover eens dat de draagkracht van de man berekend moet worden op basis van zijn bruto maandinkomen van € 3.366,-, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. Zoals door de man op de zitting terecht naar voren gebracht, past de rechtbank geen arbeidskorting toe omdat de man een WIA-uitkering ontvangt.

Op basis hiervan berekent de rechtbank het NBI van de man op € 3.006,- per maand.

Omdat het NBI van de man ook hoger is dan € 2.065,- zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht dezelfde formule gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan € 517,- per maand.

Draagkrachtvergelijking

De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 756,- per maand (€ 239 + € 517). Dit is onvoldoende om volledig in de behoefte van [minderjarige] te voorzien. De rechtbank komt daarom niet toe aan een draagkrachtvergelijking. Er is sprake van een tekort van € 112,- per maand.

Tussen partijen is het te hanteren zorgkortingspercentage in geschil. Omdat er momenteel geen contact is tussen de vrouw en [minderjarige] zal de rechtbank een zorgkorting van 5% hanteren. De advocaat van de man heeft op de zitting toegezegd de zorgkorting in onderling overleg aan te zullen passen zodra het contact tussen [minderjarige] en de vrouw hersteld is en er weer regelmatig contact is. De zorgkorting bedraagt € 43,- per maand (5% x € 868,-).

Omdat sprake is van een tekort en dit tekort ten minste twee keer zo groot is als de zorgkorting, vervalt de zorgkorting van de vrouw. Partijen zullen daarom maximaal, naar hun draagkracht, moeten bijdragen in de behoefte van [minderjarige] .

Het aandeel van de vrouw in de kosten van [minderjarige] is dus gelijk aan haar draagkracht.

Ingangsdatum

De man heeft verzocht de voorlopige bijdrage met ingang van datum indiening verzoekschrift vast te stellen. De vrouw heeft verzocht de rechtbank een aangewezen datum te bepalen. De rechtbank zal datum indiening verzoekschrift hanteren als ingangsdatum, omdat de vrouw vanaf dit moment rekening heeft kunnen houden met een voorlopige bijdrage aan kinderalimentatie.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan [adres] te [plaats] , en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 te [geboorteplaats] , aan de man zal worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de vrouw aan de man, met ingang van datum indiening verzoekschrift voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt)€ 239,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.G. Meeder

Griffier

  • mr. L.E. Meisters

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand