Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 22 april 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Vijftigschild in Leidschendam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.F.D.P. de Milliano in Katwijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 2 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- [minderjarige] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2023.
Reguliere zorgregeling
- in de oneven weken op woensdag van 10.00 uur tot 18.30 uur (na avondeten) en van vrijdag 16.00 uur (na het werk) tot zondag 18.30 uur (na avondeten);
- in de even weken op woensdag van 10 uur tot donderdag 18.30 uur (na avondeten);
Vakanties
- totdat [minderjarige] naar de basisschool gaat of andere afspraken zijn gemaakt, zal [minderjarige] in de zomervakantie twee aaneengesloten weken bij de vader en twee aaneengesloten weken bij de moeder verblijven, in onderling overleg te bepalen;
Feestdagen
- de kerstdagen, Oud- en Nieuwjaarsdag, de Paasdagen en Pinksteren, gelijkelijk door de ouders te verdelen, in onderling overleg te bepalen;
- twee dagen tijdens de [evenement 1] , in onderling overleg te bepalen, zal [minderjarige] bij de vader zijn;
- tijdens het [evenement 2] op 2 en 3 oktober zal [minderjarige] altijd twee dagen bij de moeder zijn;
Verjaardag ouders en vader- en moederdag
- op de verjaardag van de vader en Vaderdag, zal [minderjarige] bij de vader zijn;
- op de verjaardag van de moeder en Moederdag zal [minderjarige] bij de moeder zijn.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt de rechtbank:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens heeft de vader zelfstandig verzocht:
- in de oneven weken op woensdag van 10:00 uur tot woensdag 18:30 uur en van vrijdag uit school, althans 16:00 uur, tot maandag naar school, althans 08:30 uur;
- in de even weken van woensdag uit school, althans 10:00 uur, tot vrijdag naar school, althans 08:30 uur;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Vervangende toestemming inschrijving school
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van (één van) de ouders aan de rechtbank worden voorgelegd. Het is niet gelukt om tot een vergelijk tussen de ouders te komen, zodat de rechtbank een zodanige beslissing zal nemen als haar in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De ouders kunnen het niet eens worden over de keuze van een basisschool voor [minderjarige] . De voorkeur van de moeder gaat uit naar de basisschool [schoolnaam 1] . Deze school sluit volgens haar het beste aan bij de belangen en ontwikkeling van [minderjarige] , zowel door de sterke reputatie van de school op het gebied van onderwijskwaliteit, veiligheid en betrokkenheid als door de ligging van de school. De school is centraal gelegen en goed bereikbaar voor beide ouders en ligt in een veilige rustige woonwijk met overzichtelijke routes vanuit beide ouders zodat [minderjarige] later alleen naar school kan fietsen. De school heeft relatief kleine klassen, biedt individuele begeleiding en maatwerk. Daarnaast heeft [minderjarige] al een netwerk van vriendjes en vriendinnetjes in de buurt waar de school gelegen is. Moeder en haar partner oriënteren zich op huisvesting in deze wijk, om zo deze stabiele en overzichtelijke leefomgeving verder te ondersteunen en te bestendigen.
De vader stelt dat de moeder eerder, tijdens het traject bij [zorginstantie] , de vader drie keuzes had gegeven met betrekking tot een basisschool voor [minderjarige] , te weten [schoolnaam 1] , de [schoolnaam 2] en de [schoolnaam 3] (allemaal in [plaats] ). De voorkeur van de vader gaat uit naar de [schoolnaam 2] omdat deze school in een woonwijk ligt waarvan de achtergrond van de bewoners meer aansluit bij de levenswijze en visie van de vader. De [schoolnaam 2] ligt net zoals [schoolnaam 1] op een fietsafstand van vijftien minuten van de woning van de vader. Verder stelt de vader dat de moeder al een jaar aangeeft naar de buurt waarin de basisschool [schoolnaam 1] ligt te willen verhuizen, maar dat uit niets blijkt dat dit daadwerkelijk haar voornemen is.
De rechtbank zal aan de moeder vervangende toestemming verlenen voor de inschrijving van [minderjarige] op basisschool [schoolnaam 1] en overweegt daartoe als volgt. Voor beide ouders sluiten de signatuur en de kwaliteit van basisschool [schoolnaam 1] en de [schoolnaam 2] aan bij hun eisen en wensen. Hierin is dus geen doorslaggevend argument gelegen om voor de ene of de andere school te kiezen. De rechtbank zal daarom kijken naar de ligging van beide scholen en neemt als uitgangspunt dat het in het belang van [minderjarige] is om naar een school te gaan in een buurt waar hij binding mee heeft. De basisschool [schoolnaam 1] is gelegen in de buurt waar [minderjarige] – ook in de hierna voor de toekomst te wijzigen zorgregeling – het grootste deel van de schooldagen bij zijn moeder verblijft. De moeder heeft op de zitting gesteld dat veel kinderen uit de flat waar zij woont, naar [schoolnaam 1] gaan. Dit is niet door de vader betwist. De moeder heeft aangegeven dat zij met haar partner wil verhuizen naar een woning in de buurt van [schoolnaam 1] zodat [minderjarige] na een eventuele verhuizing op deze school kan blijven. De [schoolnaam 2] ligt in een buurt waar noch de vader, noch de moeder woont en waar [minderjarige] geen sociale binding mee heeft. De rechtbank is daarom van oordeel dat een inschrijving bij [schoolnaam 1] het meest in het belang van [minderjarige] is.
Zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders, een beslissing inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling) alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan. Deze wijziging kan ook, met overeenkomstige toepassing van artikel 1:377a derde lid BW een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben omvatten.
Inhoudelijke beoordeling
De vader wil graag meer tijd met [minderjarige] doorbrengen. Hij heeft sinds de doorverwijzing van de rechtbank naar een mediator, en later naar [zorginstantie] , alles op alles heeft gezet om tot de door hem gewenste uitbreiding van de zorgregeling te komen. De vader kan zijn werk zo inrichten dat hij veel tijd heeft voor [minderjarige] , ook doordeweeks. Zijn werkgever wil een eventuele wijziging per 1 januari 2027 laten ingaan. Daarnaast wil de vader dat er een vakantie- en feestdagenregeling vastgelegd wordt zodat er daarover rust is voor alle betrokkenen.
De moeder stelt dat de huidige zorgregeling goed loopt, het biedt [minderjarige] voorspelbaarheid en stabiliteit. De moeder vindt een uitbreiding van de zorgregeling met de vader niet in het belang van [minderjarige] . Volgens haar dient er eerst een goede communicatieve basis tussen de ouders te zijn voor er uitgebreid kan worden naar een co-ouderschapsregeling. Deze basis ontbreekt. De moeder wil net zoals de vader dat er een vakantie- en feestdagenregeling wordt vastgelegd.
De rechtbank ziet geen redenen waarom een uitbreiding van de zorgregeling met ingang van het moment dat [minderjarige] vier jaar is en naar school zal gaan, niet in zijn belang zou zijn. De door de vader voorgestelde regeling houdt in dat hij vanaf het moment dat hij naar school gaat, in de oneven weken niet tot zondag einde van de dag maar tot maandagochtend naar school bij de vader is en in de even weken in plaats van woensdag overdag tot donderdag na het avondeten, van woensdag uit school tot vrijdag naar school bij de vader is. Niet valt in te zien waarom een dergelijke wijziging meer/andere communicatie vergt tussen de ouders dan de huidige zorgregeling. Daarbij komt dat in de door de vader voorgestelde zorgregeling de wisselingen plaatsvinden via school waardoor er minder overdrachtsmomenten zullen zijn waar de vader en de moeder allebei aanwezig zijn. Voor de duidelijkheid zal de rechtbank bepalen dat deze regeling ingaat vanaf de vierde verjaardag van [minderjarige] , dus ook als [minderjarige] eventueel in het begin nog minder of kortere dagen naar school gaat. Dit betekent de huidige zorgregeling voorlopig, tot [datum 2] 2027, blijft doorlopen.
Met betrekking tot de vakantie- en feestdagenregeling overweegt de rechtbank als volgt. Beide ouders hebben behoefte aan een vastgelegde vakantie- en feestdagenregeling. Op een aantal punten hebben zij verschillende wensen. Op de zitting is met de ouders besproken waar voor ieder van hen de knelpunten zitten. Op basis daarvan zal de rechtbank een aantal knopen doorhakken en dat leidt tot de vakantie- en feestdagenregeling zoals hierna in het dictum vermeld. Aangezien de ouders tot dat [minderjarige] naar school gaat niet gebonden zijn aan vakanties en feestdagen zal ook deze regeling ingaan vanaf het moment dat [minderjarige] vier jaar oud is. De verdeling van de kerstvakantie zal echter al wel gelden voor de kerstvakantie 2026/2027. Ter verduidelijking van de regeling in het dictum zal de rechtbank de verdeling van de kerstdagen en kerstvakantie voor de komende drie jaar hieronder uitwerken:
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 17 september 2024 van deze rechtbank:
*
verleent aan de moeder vervangende toestemming, welke toestemming die van de vader vervangt, om [minderjarige] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2023, in te schrijven op de basisschool [schoolnaam 1] in [plaats] ;
*
bepaalt dat voor [minderjarige] vanaf [datum 2] 2027 de volgende zorgregeling zal gelden:
reguliere zorgregeling
- [minderjarige] is bij de vader in de oneven weken van woensdag uit school tot woensdag 18:30 uur en van vrijdag uit school tot maandag naar school, en in de even weken van woensdag uit school tot vrijdag naar school; daarbij heeft te gelden dat, indien en voor zover [minderjarige] op de wisseldagen nog niet naar school gaat, het wisseltijdstip op de woensdagochtend om 10:00 uur is, op de overige doordeweekse dagen om 8.30 uur en op de vrijdagmiddag om 16:00 uur;
vakantie- en feestdagenregeling:
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.