ECLI:NL:RBDHA:2026:26614

ECLI:NL:RBDHA:2026:26614

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-08-2026
Datum publicatie 14-09-2026
Zaaknummer C/09/590141 / FA RK 20-1593
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

gezag, omgang, eenhoofdig gezag toegewezen

Uitspraak

Gezag en zorgregeling c.q. omgangsregeling

Beschikking op het op 18 maart 2020 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech te Den Haag,

waarbij als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. S. Kandemir te Dordrecht,

en het op 21 april 2020 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. S. Kandemir te Dordrecht,

waarbij als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech te Den Haag.

Procedure

Bij beschikking van 3 mei 2023 van deze rechtbank is, voor zover hier van belang, vastgesteld dat partijen bij proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie. Iedere verdere beslissing ten aanzien van het eenhoofdig gezag, de zorg- c.q. omgangsregeling en de proceskosten is pro forma aangehouden.

De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:

De minderjarige [minderjarige] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.

Op 3 juli 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking van 3 mei 2023 is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Aan de rechtbank liggen nu nog de volgende verzoeken voor:

Uit de overgelegde stukken en het besprokene op de zitting is de rechtbank gebleken dat de (onbegeleide) omgang tussen de vader en [minderjarige] begin 2018 is geëindigd. Bij beschikking van 18 september 2020 zijn partijen voor het eerst verwezen naar een traject voor ouderschapsbemiddeling en omgangsbegeleiding. Dit traject is niet positief afgerond. Er hebben twee begeleide omgangsmomenten tussen vader en [minderjarige] plaatsgevonden. Het derde omgangsmoment is niet doorgegaan omdat [minderjarige] aangaf haar vader niet te willen zien en moeder [minderjarige] niet wilde dwingen. Bij beschikking van 3 mei 2023 zijn partijen opnieuw verwezen naar een traject voor omgangsbegeleiding. Daarbij is bepaald dat de omgangsbegeleiding, indien mogelijk, zou worden uitgevoerd door [zorginstantie] en dat tevens individuele gesprekken met beide ouders moesten plaatsvinden. Uit navraag door de rechtbank bij [zorginstantie] is gebleken dat de omgangsbegeleiding destijds niet door [zorginstantie] kon worden opgepakt. Partijen hadden moeten worden doorverwezen naar een andere hulpverleningsinstantie, maar dit is niet gebeurd.

Er is dus geruime tijd verstreken zonder dat uitvoering is gegeven aan de beoogde omgangsbegeleiding, al die tijd heeft geen omgang tussen de vader en [minderjarige] plaatsgevonden.

Standpunt vader

De vader wenst duidelijkheid over de omgang met [minderjarige]. Hij heeft aan alle afspraken in het kader van het ouderschapsbemiddelings- en omgangsbegeleidingstraject deelgenomen en hij heeft zich ingespannen om het contact te herstellen. Desondanks is het niet gelukt om omgang tot stand te brengen. De vader mist [minderjarige] en zou graag omgang met haar willen.

De advocaat van de vader heeft daar aan toegevoegd dat de vader zich de afgelopen jaren terughoudend heeft opgesteld en geen druk heeft willen uitoefenen, omdat werd aangegeven dat [minderjarige] nog niet toe was aan contact met hem. Inmiddels zijn er acht jaar verstreken en heeft de vader de hoop op herstel van het contact verloren. Hoewel diverse vormen van hulpverlening zijn ingezet om het contact te herstellen, hebben deze niet tot het gewenste resultaat geleid. De advocaat van de vader ziet in dat het niet haalbaar is om omgang tot stand te brengen zolang [minderjarige] dat niet wil. Als er geen omgang komt, verzet de advocaat van de vader zich ook niet tegen het beëindigen van het gezamenlijk gezag.

Standpunt moeder

De moeder geeft aan dat zij, indien [minderjarige] daaraan behoefte heeft, bereid is om haar medewerking te verlenen aan contact tussen [minderjarige] en de vader. Volgens de moeder heeft [minderjarige] echter nooit een band met de vader opgebouwd en heeft zij op dit moment geen interesse in contact met hem. Gelet hierop heeft de moeder zich erbij neergelegd dat er momenteel geen contact tussen hen is. Voor de moeder is het erg belangrijk dat zij alleen het gezag over [minderjarige] krijgt en geen toestemming aan de vader meer hoeft te vragen voor bijvoorbeeld vakanties.

Beoordeling rechtbank

De rechtbank heeft geconstateerd dat de vader de afgelopen jaren geen enkele keer aan de bel heeft getrokken bij hulpverleningsinstanties en/of de rechtbank met betrekking tot het uitblijven van de omgangsbegeleiding tussen hem en [minderjarige]. Mede dit stilzitten van de vader heeft ertoe geleid dat er al acht jaar geen contact is geweest tussen de vader en [minderjarige]. De rechtbank is van oordeel dat de vader onvoldoende moeite heeft gedaan om contactherstel te bewerkstelligen. Duidelijk is dat [minderjarige] op dit moment ook geen contact met vader wil.

Hoewel de vader in beginsel het recht en de plicht heeft tot omgang met zijn kind, is de rechtbank van oordeel dat het afdwingen van omgang onder voormelde omstandigheden niet wenselijk is. Met de Raad is de rechtbank van oordeel dat omgang een gepasseerd station is. De rechtbank zal het verzoek van de vader om de moeder te veroordelen haar medewerking te verlenen aan de vastgestelde zorgregeling afwijzen. Het verzoek van de moeder om te bepalen dat er geen contact zal plaatsvinden tussen de vader en [minderjarige] zal worden toegewezen.

Nu er geen omgang tussen de vader en [minderjarige] zal zijn, komt de rechtbank tot de conclusie dat de vader geen zinvolle invulling kan geven aan zijn rol als gezaghebbende ouder. Er vindt al jaren geen communicatie tussen de ouders plaats en de vader speelt geen rol in het leven van zijn dochter. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen en beslissen dat het gezag over [minderjarige] voortaan alleen nog aan de moeder toekomt.

Proceskosten

Nu het een familierechtelijke kwestie betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten tussen de ouders te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 20 maart 2017 en het daarin opgenomen ouderschapsplan – dat er geen contact zal plaatsvinden tussen de vader en de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1];

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 2] 1982 te [geboorteplaats 2], het gezag zal toekomen over [minderjarige];

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand