ECLI:NL:RBDHA:2026:26622

ECLI:NL:RBDHA:2026:26622

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-08-2026
Datum publicatie 14-09-2026
Zaaknummer C/09/683636 / FA RK 25-2824
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Door Chelouche/Van Leer-arrest Turks recht van toepassing op afwikkeling huwelijksvermogen. Toewijzing voortgezet gebruik woning aan man. Gedeeltelijke toewijzing vorderingen man.

Uitspraak

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 11 april 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. Soytekin in Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. Durdu in Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 31 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en tolk N. Sivridag, en de man met mr. F. Durdu als waarnemend advocaat.

Feiten

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt – na wijziging – om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:

subsidiair opname van de tussen partijen getroffen afspraken, zoals vermeld in het nog te overleggen echtscheidingsconvenant in de door de rechtbank te wijzen beschikking, onder aanhechting van een gewaarmerkt afschrift daarvan aan de in deze afte geven beschikking,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

De man voert – onder referte voor het verzoek tot echtscheiding – verweer tegen de verzoeken van de vrouw, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Daarnaast verzoekt de man zelfstandig – na wijziging – om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

De vrouw voert – onder referte voor het verzoek tot echtscheiding – verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe.

De rechtbank zal op grond van artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.

Echtscheidingsprocedure in Turkije - litispendentie

Het is de rechtbank gebleken dat er op dit moment twee echtscheidingsprocedures lopen; een procedure in Nederland en een procedure in Turkije. Nederland en Turkije zijn beiden partij bij het CIEC-Verdrag van Luxemburg inzake de erkenning van beslissingen betreffende de huwelijksband van 8 september 1967, Trb. 1979, nr. 130 (verder te noemen: het Luxemburgs verdrag). Gebleken is dat de procedure in Turkije later is gestart dan deze procedure. Op grond van artikel 10 van het Luxemburgse verdrag kan de Nederlandse rechter als eerst aangezochte rechter een beslissing over de echtscheiding (en de nevenverzoeken) nemen en hoeft de rechtbank de uitspraak in Turkije niet af te wachten.

Inhoudelijke beoordeling

Partijen zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en zij verzoeken om de echtscheiding uit te spreken. De rechtbank zal het verzoek tot echtscheiding daarom als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

Partneralimentatie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Op grond van artikel 3 van de Alimentatieverordening is de Nederlandse rechter bevoegd om van het verzoek tot vaststelling van partneralimentatie kennis te nemen.

De rechtbank zal op grond van artikel 3 van het Haags Protocol 2007 Nederlands recht toepassen op het verzoek met betrekking tot de partneralimentatie, nu de onderhoudsgerechtigde (de vrouw) de gewone verblijfplaats in Nederland heeft.

Inhoudelijke beoordeling

Bij de vaststelling van de partneralimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport alimentatienormen (het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.

Draagkracht man

Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de draagkracht van de man beoordelen.

Vast is komen te staan dat de man ondernemer is van de eenmanszaak ‘ [eenmanszaak] ’. Vanwege het fluctuerende inkomen van ondernemers is het gebruikelijk om voor het bepalen van de draagkracht van een onderhoudsplichtige met de gemiddelde winst uit onderneming over drie jaar te rekenen. Uit de door de man overgelegde jaarrekeningen van 2023 en 2025 blijkt dat de man in de afgelopen drie jaar een gemiddelde winst uit onderneming had van € 16.259,- bruto per jaar (€ 12.040,- bruto in 2023, € 19.245,- bruto in 2024 en € 17.492,- bruto in 2025). Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat dit bedrag aan inkomen niet klopt, omdat partijen van meer dan dit bedrag hebben geleefd. Daarbij heeft de vrouw ook aangegeven dat zij dit niet kan onderbouwen. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat de man een hoger inkomen heeft dan uit de jaarstukken blijkt. De rechtbank zal daarom uitgaan van een gemiddelde winst uit onderneming van € 16.259,- bruto per jaar.

Rekening houdend met de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting berekent de rechtbank het NBI van de man op € 1.302,- per maand. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.

Gelet op dit NBI heeft de man een negatieve draagkrachtruimte. Gezien het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de man geen draagkracht heeft om een bedrag aan partneralimentatie te betalen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een bedrag aan partneralimentatie afwijzen.

Afwikkeling huwelijksvermogen

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij ook rechtsmacht met betrekking tot het verzoek om de afwikkeling van het huwelijksvermogen te bevelen.

De vraag welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen dient, gelet op de datum van de huwelijkssluiting, beslist te worden door toepassing van de in het Chelouche/Van Leer-arrest (HR 10 december 1976, NJ 1977, 275) geformuleerde conflictregels. Volgens de aanknopingsladder van dit arrest wordt het toepasselijke huwelijksvermogensrecht bij ontbreken van een gezamenlijke rechtskeuze van de aanstaande echtgenoten bepaald door hun gemeenschappelijke nationaliteit ten tijde van de huwelijkssluiting.

Partijen hebben aangegeven dat zij tijdens de huwelijkssluiting in 1991 uitsluitend de Turkse nationaliteit hadden en dat zij zich pas later samen in Nederland hebben gevestigd. Inmiddels hebben zij beiden ook de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank is met partijen van mening dat Turks recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen, omdat zij tijdens de huwelijkssluiting de Turkse nationaliteit gemeenschappelijk hadden.

Turks recht

Per 1 januari 2002 is het nieuwe Turkse Burgerlijk Wetboek (TBW) in werking getreden. Dit wetboek kent als wettelijk huwelijksvermogensregime een zogenoemd regime van verwervingsdeelneming. Dit wettelijke huwelijksvermogensregime houdt – kort weergegeven – het volgende in. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de verwervingen en het persoonlijk vermogen van ieder van de echtgenoten (artikel 218 TBW). Het vermogen van iedere echtgenoot bestaat uit twee deelvermogens, te weten de verwervingen en het persoonlijk vermogen, zodat in totaal vier vermogens te onderscheiden zijn.

Als verwervingen worden beschouwd de tijdens het deelgenootschap om baat verworven vermogensbestanddelen, in het bijzonder: de inkomsten uit arbeid, sociale verzekeringen, uitkeringen wegens verlies aan arbeidsvermogen, inkomsten uit persoonlijk vermogen en vervangende vermogensbestanddelen (artikel 219 TBW).

Tot het persoonlijk vermogen behoren op grond van de wet: de ten huwelijk aangebrachte en staande huwelijk door erfrecht of schenking verworven vermogensbestanddelen, de voor persoonlijk gebruik bestemde goederen, vorderingen uit immateriële schadevergoeding en de vervangende vermogensbestanddelen (artikel 220 TBW). Het onderscheid tussen verwervingen en persoonlijk vermogen is (mede) afhankelijk van de herkomst van de financiering.

Vermogensbestanddelen waarvan niet bewezen is aan welke echtgenoot zij toebehoren worden geacht mede-eigendom van de echtgenoten te zijn (artikel 222 TBW).

Het huwelijksvermogensregime eindigt op het tijdstip waarop de rechtszaak tot beëindiging van het huwelijk wegens echtscheiding aanvangt (artikel 225 TBW).

Bij echtscheiding vindt een financiële afrekening plaats over dat wat tijdens het huwelijk is verworven. Iedere echtgenoot is rechthebbende op de helft van de aan de andere echtgenoot toebehorende nettowaarde (artikel 236 TBW). Vorderingen worden verrekend. De nettowaarde is de waarde die overblijft nadat de totale waarde van de verwervingen van elk der echtgenoten is verminderd met de op deze goederen rustende schulden (artikel 231 TBW). Waardevermindering wordt niet in aanmerking genomen, een negatief saldo evenmin. Voor de schulden van de echtgenoten geldt verder als uitgangspunt dat iedere echtgenoot zelf aansprakelijk is met zijn gehele vermogen voor zijn schulden (artikel 224 TBW).

Het overgangsrecht bepaalt dat wanneer partijen vóór 1 januari 2003 niet hebben gekozen voor een ander stelsel er vanaf 1 januari 2002 een “deelgenootschap van verwervingen” bestaat. Tot die datum, 1 januari 2002, zijn zij buiten gemeenschap van goederen volgens het oude Turks recht gehuwd, tenzij zij huwelijkse voorwaarden vóór 1 januari 2003 hebben gemaakt waarin zij het nieuwe wettelijke stelsel met terugwerkende kracht tot datum huwelijkssluiting kiezen.

Peildatum

Als peildatum voor de omvang van het deelgenootschap van verwervingen geldt de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 11 april 2025.

Voor de waardering zal de rechtbank, afhankelijk van de aard van de hierna te noemen vermogensbestanddelen, de datum van verdeling, dan wel de datum van indiening van het verzoekschrift hanteren.

Omvang

Volgens partijen behoren de volgende vermogensbestanddelen tot gemeenschappelijk eigendom of tot het deelgenootschap van verwervingen van partijen:

Ad. a) echtelijke woning

De echtelijke woning is vóór 1 januari 2002 door partijen gezamenlijk aangekocht en valt dus in een eenvoudige gemeenschap tussen partijen. Dat betekent dat de woning moet worden verdeeld.

De man wil graag de echtelijke woning overnemen en wil een termijn krijgen om te onderzoeken of hij dat kan. De vrouw wenst dat de woning wordt verkocht aan een derde, waarna de opbrengst bij helfte wordt gedeeld. Volgens de vrouw is de man niet in staat om de woning over te nemen en zij wil niet dat hij de verkoop van de woning traineert.

De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft aangegeven dat hij de woning wil overnemen en op de zitting heeft hij verklaard dat hij bevriende investeerders kent die hem daarbij kunnen helpen. De vrouw heeft op de zitting toegelicht dat het voor haar vooral een emotionele afweging is waardoor zij niet wil dat de man de woning overneemt. De rechtbank merkt op dat deze emotionele afweging niet doorslaggevend is. Als de man in staat is om de woning over te nemen, dan kan de vrouw niet eisen dat de woning aan een derde wordt verkocht. In dat geval mag de man tegen de marktprijs de woning overnemen. De woning zal daarvoor eerst moeten worden getaxeerd. Zoals op de zitting ter sprake is gekomen kan de man niet eisen dat de vrouw niet bij de taxatie aanwezig mag zijn. De rechtbank zal voor de wijze van verdeling van de echtelijke woning een zogenaamd ‘spoorboekje’ opnemen. Daarbij zal de rechtbank de subsidiair door de vrouw verzochte termijnen hanteren, omdat zij het in het belang van beide partijen acht dat er zo spoedig mogelijk duidelijkheid komt over de overname van de woning.

Ad. b) onroerende goederen en bankrekeningen in Turkije

De vrouw en de man zijn overeengekomen dat de onroerende goederen en (eventuele) bankrekeningen van partijen in Turkije zullen worden afgewikkeld (in de procedure) in Turkije, zodat de rechtbank hieromtrent in de onderhavige procedure geen beslissing hoeft te nemen. De rechtbank zal deze afspraak in het dictum opnemen.

Ad. c) inboedel

Op de zitting zijn partijen het erover eens geworden dat de inboedel inmiddels is verdeeld, zodat de rechtbank hierop niet meer hoeft te beslissen.

Ad. d) eenmanszaak ‘ [eenmanszaak] ’ en ad. e) belastingschulden

Partijen hebben na een schorsing op de zitting afgesproken dat de man de activa van de eenmanszaak krijgt toegedeeld en dat hij de schulden van de eenmanszaak als eigen schulden zal voldoen. Daarnaast zijn partijen het erover eens geworden dat de omvang van de huwelijkse schulden € 30.555,- bedraagt, inclusief de IB-schuld over 2023. Zij hebben afgesproken dat de man deze schulden zal afbetalen als ware het zijn eigen schulden en dat dit ook geldt voor de IB-schuld over 2024, waarvoor nog geen aanslag is ontvangen. Ook zijn partijen overeengekomen dat deze schulden in mindering komen op de verwervingen van de man uit hoofde van de eenmanszaak en dat dit per saldo betekent dat de man een bedrag van € 5.000,- aan de vrouw zal betalen.

Concluderend zijn partijen voor de afwikkeling van de eenmanszaak en de belastingschulden overeengekomen dat de man de activa van de eenmanszaak behoudt, dat de man de passiva van de eenmanszaak en alle huwelijkse schulden voor zijn rekening neemt en de vrouw daarvoor zal vrijwaren, onder de verplichting dat de man een bedrag van € 5.000,- aan de vrouw betaalt. De rechtbank zal conform deze overeenstemming van partijen beslissen.

Ad. f) bankrekeningen

Partijen zijn het erover eens dat ieder zijn/haar eigen bankrekeningen voortzet, met verrekening van de saldi per peildatum. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat de man binnen twee weken na heden aan de vrouw volledige inzage moet geven in de banksaldi van zijn Nederlandse privébankrekeningen op de peildatum van 11 april 2025.

Ad. g auto’s

Partijen zijn het erover eens dat de eenmanszaak van de man op de peildatum beschikte over twee Peugeot Boxers als bedrijfsauto’s, welke in het kader van de afwikkeling van de eenmanszaak al zijn meegenomen. De verwervingen van partijen betreffen daarom nog:

Ten aanzien van de eerste auto is komen vast te staan dat de man deze na de peildatum zonder toestemming van de vrouw heeft verkocht. De vrouw heeft de waarde van deze auto op € 14.400,- geschat. De man heeft op de zitting verklaard dat hij de auto voor een bedrag van € 14.000,- op Marktplaats heeft aangeboden en dat hij na drie maanden de auto voor

€ 8.000,- heeft verkocht, omdat de auto beschadigd zou zijn. De vrouw heeft dit betwist. Aangezien de man geen stukken van de verkoop of beschadigingen heeft overgelegd gaat de rechtbank in redelijkheid uit van een waarde van € 14.000,- voor de Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 1] .

Met betrekking tot de tweede auto heeft de vrouw met stukken onderbouwd dat deze een waarde heeft van € 13.200,- op basis van de ANWB-koerslijst. De man heeft op de zitting aangegeven dat deze auto nu bij de garage is vanwege een kapotte motor. De huidige staat van de auto acht de rechtbank niet van belang. Vast staat dat de man de auto steeds heeft gebruikt. De rechtbank gaat daarom uit van de waarde op de peildatum. Als de auto nadien minder waard is geworden komt dat voor rekening van de man. Aangezien de man de door de vrouw aangegeven en onderbouwde waarde op de peildatum niet of onvoldoende heeft weersproken, zal de rechtbank in redelijkheid uitgaan van die waarde.

De conclusie ten aanzien van de auto’s is dat de rechtbank de Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 1] voor een waarde van € 14.000,- en de Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 2] voor een waarde van € 13.200,- zal aanmerken als verwervingen van de man, waarvan hij de helft van de waarde aan de vrouw moet betalen, zijnde € 13.600,-.

Voortgezet gebruik echtelijke woning

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over deze verzoeken.

Krachtens regels van ongeschreven Nederlands internationaal privaatrecht, wordt Nederlands recht toegepast op deze verzoeken.

Inhoudelijke beoordeling

Op de zitting heeft de vrouw haar verzoek om het voortgezet gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te wijzen ingetrokken, zodat de rechtbank daar niet meer op hoeft te beslissen. De vrouw beschikt inmiddels over een eigen huurwoning.

Het verzoek van de man ten aanzien van het voortgezet gebruik van de echtelijke woning wijst de rechtbank toe. De man heeft belang bij het voorgezet gebruik van de echtelijke woning tijdens de looptijd van het ‘spoorboekje’ van de verdeling van de woning, zoals in het dictum is opgenomen, tot uiterlijk zes maanden na de inschrijving van deze echtscheidingsbeschikking. De rechtbank weegt hierbij ook mee dat de man onweersproken heeft gesteld dat hij alle lasten van de woning draagt.

Vorderingen van de man

De man stelt dat de vrouw kort vóór aanvang van deze procedure zonder toestemming of wetenschap van de man vermogensbestanddelen die tot de huwelijkse verwervingen behoren heeft verduisterd. Volgens de man heeft de vrouw gouden sieraden ter waarde van € 5.241,78 in Turkije verkocht en een bedrag ter hoogte van € 21.000,- verduisterd, in totaal € 26.241,78.

De vrouw ontkent en betwist uitdrukkelijk dat zij gouden sieraden en/of een geldbedrag ter hoogte van in totaal € 26.241,78 heeft verduisterd. Het bedrag van € 21.000,- betreft volgens de vrouw een lening aan de oudste dochter van partijen voor de aanschaf van een woning in Turkije, waarvan de man op de hoogte was.

De rechtbank is ten aanzien van de gouden sierraden van oordeel dat de man, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door de vrouw, onvoldoende heeft onderbouwd dat de vrouw daadwerkelijk gouden sierraden ter waarde van € 5.241,78 in Turkije heeft verkocht. Aan de overgelegde kwitantie in het Turks, waarvan overigens geen Nederlandse vertaling is overgelegd, kan de rechtbank niet afleiden dat de vrouw inderdaad sierraden heeft verkocht. Het betreffende verzoek van de man wijst de rechtbank daarom af.

Met betrekking tot het bedrag van € 21.000,- overweegt de rechtbank als volgt. Gebleken is dat de vrouw een ontslagvergoeding voor dat bedrag heeft ontvangen. Ook is vast komen te staan dat de vrouw dat bedrag heeft overgemaakt aan de oudste dochter van partijen met de omschrijving ‘Lening’. De man stelt dat de dochter dit bedrag vervolgens contant heeft teruggegeven aan de vrouw, wat de vrouw betwist. De rechtbank kan niet vaststellen of de vrouw het bedrag van € 21.000,- al heeft teruggekregen. Voor zover de oudste dochter de lening nog niet heeft afgelost, komt de vordering op de oudste dochter voor verrekening tussen partijen in aanmerking komt. Als de oudste dochter het geleende bedrag inmiddels wel aan de vrouw heeft terugbetaald, dient de vrouw de helft daarvan af te dragen aan de man. De rechtbank zal daarom bepalen dat zodra en voor zover de oudste dochter van partijen het bedrag van € 21.000,- heeft terugbetaald aan de vrouw, de vrouw de helft daarvan aan de man moet betalen.

Proceskosten

Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1991 in [plaats] , Turkije;

*

stelt de (wijze van) verdeling van de echtelijke woning, gelegen aan de [adres] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:

1. de woning wordt toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a) voor zover partijen het niet eens worden over de keuze voor een onafhankelijke makelaar-taxateur dient de vrouw aan de man binnen één week na de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand drie onafhankelijke makelaar-taxateurs voor te stellen die bereid en in staat zijn de woning te taxeren, waaruit de man er vervolgens binnen één week één kiest. Partijen verstrekken vervolgens binnen één week een gezamenlijke opdracht aan deze makelaar-taxateur tot taxatie van de woning. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de man de woning zal overnemen;

b) de man dient binnen twee maanden na de taxatie aan de vrouw aan te tonen dat hij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen;

c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, te vermeerderen met de waarde van de eventueel aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de makelaar-taxateur;

d) de kosten van de notariële overdracht worden door de man, als kosten koper, voldaan;

e) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;

2) indien de man de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden, dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a) partijen dienen binnen één week nadat de hiervoor onder 1 sub b) genoemde termijn is verstreken of nadat de man kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan de onder 1) genoemde makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;

b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde van de eventueel aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;

c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;

*

stelt de wijze van de afwikkeling van het huwelijksvermogen van partijen naar Turks recht als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:

*

bepaalt dat de man de vrouw binnen twee weken na heden volledige inzage zal geven in de banksaldi van zijn Nederlandse privébankrekeningen op de peildatum van 11 april 2025;

*

bepaalt dat de man jegens de vrouw bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning aan de [adres] en het gebruik van de zaken die behoren bij deze woning en tot de inboedel daarvan, voort te zetten gedurende zes maanden na de inschrijving van deze beschikking, onder de voorwaarde dat de man deze woning op het moment van die inschrijving bewoont en aan de vrouw uitsluitend of mede toebehoort of ten gebruike toekomt;

*

verklaart deze beschikking tot zover – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M. van der Vliet

Griffier

  • mr. P.M.A. van Oosten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand