[verzoekster], V-nummer: [V-nummer], verzoekster
mede namens haar minderjarige kinderen [dochter 1] en [dochter 2]
(gemachtigde: mr. K.S. Kort),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. B.E.M. Goossens).
Inleiding
Bij het besluit van 22 mei 2025 (bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster en haar kinderen afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.24195, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 10 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.