uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [v-nummer], eiser,
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 27 april 2026 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt bij afzonderlijke uitspraak beslist.
Beoordeling door de rechtbank
2. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de behandeling van het beroep dat hij heeft ingesteld. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken uit de opvang.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat - indien de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde waaruit blijkt dat de gemachtigde weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar de vreemdeling verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt - er in beginsel vanuit gegaan moet worden dat de behandeling van het beroep niet meer van feitelijke betekenis is en de vreemdeling geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep.
Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser niet aan de rechtbank laten weten nog contact te onderhouden met haar cliënt over de voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt of dat zij weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft. Het procesbelang hangende deze procedure is daarom komen te ontvallen en het beroep is als gevolg daarvan niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten..
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.