RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.26314
(gemachtigde: mr. A.W. Eikelboom),
en
(gemachtigde: mr. R. van Bel).
Inleiding en procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 4 mei 2026 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
2. Verzoeker heeft hiertegen beroep (NL26.26313) ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
3. Met toestemming namens verzoeker en de minister heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.26313, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M.M. Heppe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Bootsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 4 september 2024.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.