uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. D. van Hout).
Inleiding
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor arbeid als een zelfstandige. De minister heeft met het bestreden besluit van 5 februari 2026 deze aanvraag afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Het verzoek is, samen met de behandeling van het beroep (zaaknummer AWB 25/23162) op 29 juli 2026 op zitting behandeld.
Beoordeling door de voorzieningenrecht
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB/23162, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Bootsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 september 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op 8 september 2026.