[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. A. El Yahiaoui),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
Bij besluit van 7 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaarschrift van eiser gericht tegen de beschikking van 18 april 2025, betreffende de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een visum voor kort verblijf, ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1981 en bezit de Marokkaanse nationaliteit.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaarschrift van 8 mei 2025 tegen de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een visum voor kort verblijf ongegrond verklaard.
3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend, maar heeft verzuimd hierbij gronden in te dienen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Iemand die beroep indient, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Indien dit niet gebeurt, kan de rechtbank volgens artikels 6:5 en 6:6 Awb na een aangeboden mogelijkheid tot herstel het beroep niet-ontvankelijk verklaren,
5. De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingediend op 10 oktober 2025. Vervolgens heeft er een mededeling van het verzuim plaatsgevonden op 13 oktober 2025, met de oproep om binnen vier weken de gronden van het beroep alsnog in te dienen. Hier is door eiser geen gehoor aangegeven, waardoor de beroepsgronden nog steeds ontbreken. De rechtbank komt niet toe aan een inhoudelijk beoordeling van het beroep, en ziet geen aanleiding om de zaak aan te houden.
6. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 10 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin
u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit
verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet
deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten,
kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.