ECLI:NL:RBDHA:2026:26806

ECLI:NL:RBDHA:2026:26806

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer NL26.5891
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Mvv voor verblijf bij vader – identiteit en familierechtelijke relatie niet aannemelijk – informatieverzoek n.a.v. datum afgifte paspoort en geboorteakte – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.5891

(gemachtigde: mr. M.R. Warner),

en

(gemachtigde: mr. M. van Duren).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvraag van eiser heeft kunnen afwijzen, omdat eiser zijn identiteit en daarmee ook de familierechtelijke relatie met referent niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser wil verblijven bij zijn vader, [referent] (referent). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 9 januari 2025 afgewezen. Bij brief van 28 oktober 2025 heeft de minister aan eiser enkele vragen gesteld. Eiser heeft hier bij brief van 24 november 2025 op gereageerd. Met het bestreden besluit van 12 januari 2026 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft op 3 augustus 2026 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 19 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eiser, de heer A.F.D. Van den Broek als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2007. Hij heeft een mvv ingediend voor verblijf bij zijn vader, referent. De minister heeft deze aanvraag bij het primaire besluit afgewezen, omdat eisers identiteit niet aannemelijk is gemaakt. De minister heeft wel familieleven tussen eiser en referent aangenomen, maar de belangenafweging is in het nadeel van eiser uitgevallen. In het bestreden besluit is de minister daarop teruggekomen. Naast de tegenwerping dat eiseres identiteit niet aannemelijk is, werpt de minister ook aan eiser tegen dat de familierechtelijke relatie met referent niet is aangetoond. Aan het paspoort en de geboorteakte kunnen geen waarde worden gehecht. De minister ziet geen aanleiding om een verificatieonderzoek in te stellen, omdat eiser in de bezwaarfase geen antwoord heeft gegeven op de door de minister gestelde vragen. Omdat de familierechtelijke relatie niet is aangetoond, neemt de minister ook geen familieleven aan tussen eiser en referent.

Identiteit en familierechtelijke relatie

4. De minister heeft aan eiser tegengeworpen dat hij zijn identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt en dat daardoor ook de familierechtelijke relatie met referent niet aannemelijk is. De minister heeft in dit kader overwogen dat sprake is van een tardieve registratie van de geboorte (15 december 2023), maar dat aan eiser reeds vóór de registratie van zijn geboorte een paspoort is afgegeven (14 november 2023). Referent heeft telefonisch verklaard dat er sprake was van een fout in de naam op de geboorteakte waarvoor een correctieprocedure in gang is gezet en het paspoort is afgegeven op basis van een ziekenhuiskaartje en aanvullende informatie van school. De minister overweegt dat dit vragen oproept over de zorgvuldigheid van de procedure ten aanzien van afgifte van het paspoort. Daar komt bij dat er een korte tijdsspanne is gelegen tussen de registratie van de geboorte en de ondertekening, dit wekt twijfels op over de juistheid en zorgvuldigheid van de procedure. De minister twijfelt aan de authenticiteit en betrouwbaarheid van de overgelegde geboorteakte en het paspoort en hecht er daarom geen waarde aan.

5. Eiser voert aan dat de minister zijn toetsingsbevoegdheid heeft overgeschreden door de manier waarop de Ghanese autoriteiten officiële documenten hebben afgegeven ter discussie te stellen. De minister verlangt van referent dat hij verklaart waarom het paspoort van eiser is afgegeven voordat de geboorteregistratie plaatsvond waarom de correctieprocedure kort zou hebben geduurd. Er was echter geen sprake van een correctieprocedure. Er is slechts een nieuwe geboorteregistratie gedaan. Eiser voert verder aan dat artikel 9 van de Ghanese Registration of Births and Deaths Act (hierna: RBD Act) alleen relevant is als er twijfel bestaat over het ouderschap ten tijde van het opmaken van de geboorteakte en die situatie doet zich hier niet voor. De minister heeft geen onderzoek laten verrichten door Bureau Documenten naar de authenticiteit van de geboorteakte en het paspoort. Tardieve geboorteregistratie komt in Ghana veelvuldig voor. Dat sprake is van een tardieve registratie zegt niets over de juistheid van de geregistreerde gegevens.

6. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet kan slagen. Uit de door eiser bij de aanvraag overgelegde stukken volgde dat het aan eiser afgegeven paspoort op een eerdere datum was afgegeven dan de datum van de door eiser overgelegde geboorteakte. De minister heeft over deze discrepantie vragen mogen stellen. Vervolgens heeft referent telefonisch medegedeeld dat sprake is geweest van een correctieprocedure. De rechtbank is van oordeel dat de minister hierover aanvullende vragen heeft mogen stellen. De minister heeft onder andere gevraagd of er wellicht al eerder een geboorteregistratie heeft plaatsgevonden, omdat eiser schoolgaand is geweest en in Ghana in beginsel door scholen een geboorteakte wordt gevraagd. Verder heeft de minister gevraagd op basis van welke officiële brondocumenten de afgifte van het paspoort heeft plaatsgevonden, omdat dat niet op basis van de geboorteakte kan zijn geweest want die is pas na afgifte van het paspoort opgemaakt. De minister heeft ook een nadere uitleg gevraagd over de correctieprocedure betreffende de gegevens die uiteindelijk in het paspoort zijn terechtgekomen en in hoeverre daarin een verklaring kan worden gezien voor het feit dat de uitgiftedatum van het paspoort is gelegen vóór de geboorteregistratie. De rechtbank is van oordeel dat het op de weg van eiser had gelegen om de door de minister gestelde vragen te beantwoorden. Het ligt immers op de weg van eiser om zijn identiteit aannemelijk te maken en de minister had gelet op de discrepanties in de documenten aanleiding tot twijfel aan de juistheid. Daar komt bij dat eiser in beroep een tweede geboorteakte heeft overgelegd. Deze geboorteakte is afgegeven op 6 oktober 2023, dus voorafgaand aan de afgifte van het paspoort. Uit artikel 37 van de RBD Act blijkt echter dat correctie van een geboorteakte mogelijk is en niet dat er meerdere geboorteaktes kunnen worden afgegeven. De rechtbank is van oordeel dat nu eiser de door de minister gestelde vragen niet heeft beantwoord er op de minister geen plicht rustte om aan eiser DNA-onderzoek aan te bieden.

7. Eiser voert verder aan dat de minister in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld. De minister heeft de bewijslast bij referent neergelegd, terwijl dit omstandigheden zijn die buiten zijn invloedssfeer liggen. Indien de minister twijfelde aan de juistheid van de documenten dan had hij zelf onderzoek moeten verrichten door bijvoorbeeld Bureau Documenten. De minister heeft tijdens een telefoongesprek op 7 januari 2025 vragen aan referent gesteld over Ghanese procedures. Tijdens dit gesprek was sprake van een taalprobleem en miscommunicatie. Referent is het Nederlandse niet goed machtig en de medewerker van de minister leek het Engels onvoldoende machtig te zijn. De minister mocht daarom niet uitgaan van hetgeen tijdens dit gesprek is besproken.

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld. Zoals weergegeven onder 6 had de minister gegronde redenen om nadere vragen te stellen. De minister heeft dit eerst telefonisch gedaan en heeft vervolgens in de bezwaarprocedure eiser ook schriftelijk in de gelegenheid gesteld om vragen te beantwoorden. De minister heeft daarbij uitgelegd waarom deze vragen worden gesteld en waarom het belangrijk is dat deze vragen worden beantwoord. Eiser werd op dat moment bijgestaan door zijn gemachtigde. Eiser heeft om hem moverende redenen ervoor gekozen om de door de minister gestelde vragen niet volledig te beantwoorden. Van enige onzorgvuldigheid aan de zijde van de minister is de rechtbank niet gebleken.

9. Eiser voert aan dat de minister in strijd heeft gehandeld met het motiveringsbeginsel. De minister heeft niet gemotiveerd waarom de authenticiteit van het paspoort van eiser niet in twijfel wordt getrokken, maar er toch geen waarde aan wordt gehecht ter vaststelling van de identiteit.

10. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet in strijd met het motiveringsbeginsel heeft gehandeld. In het bestreden besluit heeft de minister duidelijk uiteengezet dat de authenticiteit van het paspoort niet hoeft te worden onderzocht, omdat de juistheid van de inhoud van het paspoort niet kan worden geverifieerd. Het paspoort is immers afgegeven vóór de overgelegde geboorteakte en eiser heeft niet onderbouwd op basis van welke gegevens het paspoort is afgegeven. Nu deze brondocumenten niet bekend zijn, heeft onderzoek door Bureau Documenten geen waarde.

11. Eiser voert verder aan dat de minister in strijd met het evenredigheidsbeginsel heeft gehandeld. De minister heeft op basis van een procedurele afwijking in een buitenlands registratiesysteem een mvv geweigerd, terwijl er geen concrete aanwijzingen zijn voor fraude. De nadelige gevolgen voor eiser zijn enorm, nu hij door de weigering niet bij zijn vader kan wonen. Ook is de studie van eiser twee jaar geleden stopgezet, omdat eiser bezig was met het verkrijgen van een mvv. Eiser was ten tijde van de aanvraag minderjarig en heeft recht op gezinsleven met zijn vader.

12. De rechtbank is van oordeel dat het beroep op het evenredigheidsbeginsel niet kan slagen. Het ligt op de weg van eiser om zijn identiteit aannemelijk te maken. Uit de door eiser bij zijn aanvraag overgelegde documenten bleek dat sprake was van discrepanties en de minister heeft daar vragen over mogen stellen. Dat eiser deze vragen niet volledig heeft beantwoord komt voor zijn rekening en risico. Ook met de in beroep overgelegde stukken heeft eiser nog steeds zijn identiteit niet aannemelijk gemaakt. Eiser heeft twee geboorteaktes overgelegd, hetgeen volgens Ghanese wetgeving niet mogelijk is. Bovendien bestaan er tussen deze geboorteaktes discrepanties, hetgeen door eiser ter zitting ook is bevestigd. Op de in oktober afgegeven geboorteakte staat dat deze is geregistreerd in [locatie 1] en dat de geboorteplaats [plaats 1] is. Op de in december afgegeven geboorteakte deze is geregistreerd in [locatie 2] en dat de geboorteplaats [plaats 2] is. Eiser heeft in beroep ook een ‘Confirmation of Birth Place’ overgelegd van 30 januari 2026 en hierin staat dat eiser is geboren in [plaats 3] .

Conclusie

13. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister aan eiser heeft kunnen tegenwerpen dat hij zijn identiteit en de familierechtelijke relatie met referent niet aannemelijk heeft gemaakt.

8 EVRM

14. Eiser voert aan dat de minister in strijd met 8 EVRM heeft gehandeld door de belangenafweging in het nadeel van eiser te laten uitvallen. Er is sprake van gezinsleven tussen eiser en referent. Eiser en referent hebben hechte persoonlijke banden. Zij hebben regelmatig contact via videogesprekken en referent is meermaals naar Ghana gereisd om eiser te bezoeken. Ook heeft referent structureel bijgedragen aan het levensonderhoud van eiser. De minister heeft niet kenbaar afgewogen waarom het Nederlands algemeen belang zwaarder weegt dan het belang van eiser aan gezinsleven met zijn vader. De minister verwijst in het besluit naar bescherming van het economisch welzijn, de openbare orde, de rechten en vrijheden van anderen en de volksgezondheid van Nederland. Deze overwegingen staan echter haaks op de omstandigheid dat referent en zijn Nederlandse echtgenote over voldoende inkomen beschikken om belanghebbende te onderhouden, wat de minister erkent.

14. De rechtbank stelt vast dat de minister in het bestreden besluit niet langer familieleven tussen eiser en referent heeft aangenomen en dat er om die reden ook geen belangenafweging heeft plaatsgevonden. Reeds daarom kan deze beroepsgrond niet slagen.

Conclusie en gevolgen

16. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijg. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr.L.S. Lodder, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand