ECLI:NL:RBDHA:2026:26816

ECLI:NL:RBDHA:2026:26816

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-09-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer NL26.16180
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgrond dat de minister de leeftijdsschouwen ten onrechte bij de beoordeling van eisers leeftijd heeft betrokken, slaagt. Het besluit is in zoverre niet deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank laat ondanks dit gebrek het besluit in stand. De minister heeft voldoende gemotiveerd waarom hij uitgaat van de leeftijdsregistratie in Italie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.16180

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. C.K.E.E. Fischer-Fuhler),

en

(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgrond dat de minister de leeftijdsschouwen ten onrechte bij de beoordeling van eisers leeftijd heeft betrokken, slaagt. Het besluit is in zoverre niet deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank laat ondanks dit gebrek het besluit in stand, omdat de minister mag uitgaan van de leeftijdsregistratie in Italië en de asielaanvraag heeft mogen afwijzen als kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 18 augustus 2023 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 18 maart 2026 in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister heeft aan eiser ook geen verblijfvergunning regulier verleend.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

3. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting op 9 juni 2026 geopend. Eiser was op die zitting zonder opgaaf van redenen niet aanwezig. De rechtbank heeft desondanks besloten het onderzoek op zitting meteen te schorsen en een nieuwe zittingsdatum te bepalen. Het onderzoek op zitting is voortgezet op 26 augustus 2026. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op deze zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Voorgeschiedenis

4. Eiser is op 23 juni 2023 Italië ingereisd, waar zijn vingerafdrukken zijn genomen. Eiser heeft verklaard dat hij ongeveer een maand in Italië heeft verbleven.

Eiser heeft bij zijn asielaanvraag in Nederland verklaard dat hij is geboren op [datum].

Twee medewerkers van de Avim hebben op basis van eisers lichamelijke kenmerken en zijn gedrag tijdens het verhoor op 18 augustus 2023 geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is.

Tijdens het aanmeldgehoor van 21 augustus 2023 heeft de hoormedewerker van de minister op basis van eisers lichamelijke kenmerken, zijn gedrag en verklaringen geconcludeerd dat twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd.

Gelet op de uitkomst van de beide leeftijdsschouwen heeft de minister nader onderzoek verricht in Italië. Uit informatie van de Italiaanse autoriteiten van 12 december 2023 blijkt dat eiser in Italië geregistreerd is met de geboortedatum [datum].

Het asielrelaas

5. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij jarenlang is mishandeld door zijn stiefvader en diens familie. Zij hebben een voodoo-ritueel gebruikt. Nadat eiser te horen kreeg dat zijn stiefvader hem en zijn broer wilde vermoorden, is eiser samen met zijn broer gevlucht. Eiser vreest dat zijn stiefvader en zijn familie hem bij terugkeer naar Guinee zullen vermoorden of dat hij op straat moet leven.

Het bestreden besluit

6. Het relaas van eiser bestaat volgens de minister uit de volgende asielmotieven:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. problemen met eisers stiefvader en zijn familie.

7. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst deels geloofwaardig. De minister vindt eisers naam en nationaliteit geloofwaardig, maar eisers geboortedatum niet. Eisers verklaringen op dit punt vormen volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser is in Italië geregistreerd met een andere geboortedatum dan in Nederland. Volgens de minister ligt het niet voor de hand dat de Italiaanse autoriteiten hebben genoteerd dat hij in [jaar] is geboren, terwijl eiser zou hebben gezegd dat hij in [jaar] is geboren. Bovendien is niet gebleken dat eiser geprobeerd heeft om de registratie in Italië te laten aanpassen, terwijl hij daar een maand heeft verbleven. Verder heeft eiser verklaard dat hij in Italië in een gemengde opvang verbleef en niet in een opvang voor uitsluitend minderjarigen. Eiser heeft een geboorteakte overgelegd, maar dit document kan niet worden aangemerkt als identificerend document. Het bevat namelijk geen foto. Bovendien kan er geen uitspraak worden gedaan over de echtheid, opmaak en afgifte en de inhoud van het document. Daarnaast rijmen eisers verklaringen over de afgifte van het document niet met de gegevens op het document.

De minister vindt de problemen met eisers stiefvader en zijn familie geloofwaardig.

De minister stelt zich vervolgens op het standpunt dat eiser geen vluchteling is zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en dat eiser bij terugkeer naar Guinee geen reëel risico loopt op ernstige schade. Volgens de minister heeft eiser zijn vrees dat hij bij terugkeer naar Guinee wordt vermoord door zijn stiefvader en familie niet aannemelijk gemaakt. De minister vindt dat de vrees niet rijmt met de duur van de problemen. Bovendien kan eiser op een andere plek gaan wonen dan zijn stiefvader en heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de stiefvader hem in het hele land zouden kunnen vinden. Eiser heeft verder de afgelopen vijf jaren niets gehoord van zijn stiefvader en zijn familie en niet is gebleken dat eiser geen bescherming kan vragen bij de Guinese autoriteiten. De minister stelt zich veder op het standpunt dat eiser niet voldoet aan het traumatabeleid.

De minister verklaart eisers aanvraag kennelijk ongegrond, omdat de minister vindt dat eiser hem heeft misleid over zijn identiteit.

De minister heeft aan eiser evenmin een verblijfsvergunning regulier verleend.

Mocht de minister de leeftijdsschouwen bij de besluitvorming betrekken?

8. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende heeft onderbouwd waarom twijfel is ontstaan over de leeftijd van eiser. In de schouw van de AVIM wordt een aantal lichamelijke kenmerken beschreven, maar het is onduidelijk welke kenmerken hebben geleid tot de conclusie dat eiser evident meerderjarig zou zijn. Uit de schouw die de hoormedewerker heeft verricht, blijkt volgens eiser ook niet waarom de opgesomde uiterlijke kenmerken, gedragingen en verklaringen van eiser tot de conclusie leiden dat twijfel bestaat over eisers leeftijd. De leeftijdsschouwen zijn daarom volgens eiser niet voldoende inzichtelijk en concludent.

9. Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank stelt vast dat de minister in het besluit zelf heeft aangegeven dat in de conclusies van beide schouwen niet is toegelicht waarom de genoteerde kenmerken in samenhang leiden tot de conclusie. Gelet daarop heeft de minister zich in de nader gegeven motivering ten onrechte op het standpunt gesteld dat beperkter gewicht toekomt aan de schouwen bij de beoordeling van eisers leeftijd. Nu de minister heeft erkend dat de resultaten van beide schouwen niet inzichtelijk en concludent zijn, mocht de minister de leeftijdsschouwen niet betrekken bij het standpunt dat twijfel bestaat over de leeftijd die eiser heeft opgegeven. De minister heeft dat wel gedaan, waardoor het bestreden besluit in zoverre niet deugdelijk is gemotiveerd.

Het feit dat de leeftijdsschouwen onvoldoende inzichtelijk en concludent zijn, betekent naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat de minister met het oog op zorgvuldige besluitvorming geen nader onderzoek mocht doen naar de leeftijd van eiser. De rechtbank zal daarom hieronder verder beoordelen of de minister eiser terecht als meerderjarig heeft aangemerkt op basis van de leeftijdsregistratie in Italië.

Heeft de minister eiser terecht aangemerkt als meerderjarig?

10. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte is uitgegaan van de leeftijdsregistratie in Italië. De minister heeft volgens eiser niet onderzocht onder welke omstandigheden eiser de verklaringen over zijn leeftijd in Italië heeft afgelegd. De enkele stelling dat er contact is geweest met de Italiaanse autoriteiten is daarvoor niet voldoende. De minister baseert zich bovendien slechts op de aanname dat het niet voor de hand zou liggen dat de Italiaanse autoriteiten hebben genoteerd dat eiser in [jaar] is geboren, terwijl hij zou hebben gezegd dat hij in [jaar] is geboren.

11. Deze beroepsgrond slaag niet.

Volgens rechtspraak van de Afdeling kan de minister zich niet beroepen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel als hij bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling een leeftijdsregistratie in een andere EU-lidstaat betrekt. Als de minister een leeftijdsregistratie uit een andere lidstaat aantreft, waaruit volgt dat de vreemdeling meerderjarig is, dan mag hij die bij het beoordelen van de leeftijd van een vreemdeling betrekken en daaraan gewicht toekennen. Als de registratie alleen berust op een eigen verklaring van de vreemdeling, moet de minister onderzoeken wat de omstandigheden waren waaronder die verklaring is afgelegd. De vreemdeling moet een plausibele verklaring geven voor de afwijkende verklaring. De minister zal steeds alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van een vreemdeling die stelt minderjarig te zijn. De minister moet bij deze beoordeling ook eventuele overgelegde bewijsmiddelen, zoals officiële en onofficiële identificerende documenten en/of verklaringen van voogden van Nidos, betrekken.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende gemotiveerd waarom van de leeftijdsregistratie in Italië kan worden uitgegaan. De minister heeft in dit verband voldoende kenbaar alle feiten en omstandigheden meegewogen bij het beoordelen van eisers leeftijd. De minister heeft er allereerst op kunnen wijzen dat uit de informatie van de Italiaanse autoriteiten blijkt dat eiser in Italië geen documenten heeft overgelegd en dat er geen leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden. De minister heeft verder eisers verklaringen over de registratie in Italië bij de beoordeling betrokken. Eiser heeft verklaard dat hij in Italië [datum] als geboortedatum heeft opgegeven en dat hij een maand in Italië heeft verbleven. Naar het oordeel van de rechtbank is de enkele stelling van eiser dat hij [jaar] als geboortejaar zou hebben opgegeven geen plausibele verklaring voor het feit dat hij in Italië met het geboortejaar [jaar] geregistreerd staat. De minister heeft daartoe kunnen overwegen dat het niet voor de hand ligt dat de Italiaanse autoriteiten [jaar] zouden noteren in plaats van [jaar]. Bovendien heeft de minister terecht tegengeworpen dat eiser nog een maand in Italië in een gemengde opvang voor meerder- en minderjarigen heeft verbleven, terwijl hij niet heeft geprobeerd om de volgens hem onjuiste registratie te laten aanpassen. Tot slot heeft de minister in de overgelegde uitspraak ter vervanging van geboorteakte van het Hof van Beroep van Kankan van 4 juli 2023 en de inschrijving daarvan bij de burgerlijke stand van de prefectuur van Kouroussa geen aanleiding hoeven zien om niet van de Italiaanse registratie uit te gaan. De minister heeft daarbij allereerst kunnen betrekken dat Bureau Documenten geen uitspraak kon doen over de echtheid van de documenten en dat de documenten geen identificerende documenten zijn. De rechtbank acht voor de beoordeling verder van belang dat de minister erop heeft gewezen dat de verklaringen van eiser over de manier waarop hij de documenten heeft verkregen niet overeenkomen met de inhoud van de documenten. De uitspraak van het Hof van Beroep dateert namelijk van ruim een maand voor eisers asielaanvraag in Nederland, terwijl eiser heeft verklaard dat hij in Nederland iemand heeft leren kennen genaamd Sacko en dat deze hem heeft geholpen om de geboorteakte te verkrijgen. Eisers buurvrouw zou het document vervolgens voor eiser hebben gevonden in het huis van zijn moeder. Eiser heeft deze tegenstrijdigheid niet betwist of hiervoor een deugdelijke verklaring gegeven.

12. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de minister asielmotief 1 ten aanzien van eisers opgegeven geboortedatum ongeloofwaardig heeft mogen vinden.

13. De rechtbank ziet tot slot geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de asielaanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond is afgewezen.

Conclusie en gevolgen

14. Omdat gelet op al het voorgaande de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond in stand kan blijven, zal de rechtbank het in rechtsoverweging 9 vastgestelde gebrek passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): Hoewel de minister de leeftijdsschouwen ten onrechte bij de beoordeling heeft betrokken, kan het bestreden besluit in stand blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiser in 2004 is geboren en dat eisers gestelde identiteit waar het zijn gestelde geboortedatum betreft, ongeloofwaardig is. Verder heeft de minister zich deugdelijk gemotiveerd en terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen vluchteling is en geen reëel risico loopt op ernstige vrees bij terugkeer naar Guinee.

Omdat de rechtbank het besluit met toepassing van artikel 6:22 van de Awb in stand laat, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond.

Wel krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting van 26 augustus 2026 heeft deelgenomen. Omdat eiser zonder opgaaf van redenen niet is verschenen op de zitting van 9 juni 2026, ziet de rechtbank geen redenen om voor het verschijnen van zijn gemachtigde op die zitting een punt toe te kennen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van

O.T. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand