ECLI:NL:RBDHA:2026:26819

ECLI:NL:RBDHA:2026:26819

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-09-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer NL26.52442
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

59a, AMbV, Frankrijk, gezin als eenheid, indirect refoulement, geen lichter middel, uiterlijke overdrachtstermijn bijna verstreken, belangen kinderen voldoende afgewogen, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam 1], eiseres

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.52442, NL26.52445, NL26.52447, NL26.52698 NL26.52438 en NL26.52454.

geboren op 30 juni 1997,

V-nummer: [nummer 1],

mede namens haar minderjarige kinderen,

[naam 2]

geboren op 23 juni 2017,

V-nummer: [nummer 2],

[naam 3]

geboren op 20 juni 2020,

V-nummer: [nummer 3],

[naam 4],

Geboren op 23 mei 2022,

V-nummer: [nummer 4]

[naam 5],

geboren op 21 februari 2024,

V-nummer: [nummer 5]

[naam 6],

geboren op 21 mei 2025,

V-nummer: [nummer 6].

allen van Oekraïense nationaliteit en hierna gezamenlijk te noemen: eisers,

(gemachtigde: mr. B.A. Palm),

en

(gemachtigde: mr. D. Halbesma).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eisers is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw. Eisers zijn het niet eens met die maatregel. Zij voeren daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eisers een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van bewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van bewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 7 september 2026 heeft de minister aan eisers de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eisers ingesteld beroep. Dit beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2026, op zitting behandeld. Eisers zijn niet verschenen, omdat zij deze ochtend zijn overgedragen aan Frankrijk. Hun gemachtigde is op de zitting van de rechtbank in Groningen verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De minister kan de vreemdeling op wie de AMbV van toepassing is, met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat, in bewaring stellen. Bewaring is alleen aan de orde als er een onderduikrisico bestaat of als dat noodzakelijk is ter bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, als ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen. Er moet een individuele beoordeling plaatsvinden van de situatie van de betrokken persoon. De bewaring moet evenredig zijn en er moeten geen andere, minder dwingende alternatieve maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. De bewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, als deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de bewaring.

De aan eisers opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

4. De minister heeft aan eisers de maatregel van bewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de AMbV en er een onderduikrisico bestaat.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eisers:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze zijn binnengekomen, dan wel een poging daartoe hebben gedaan, waarbij de vreemdelingen zich gedurende enige tijd aan het toezicht hebben onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie bewegen;k. een overdrachtsbesluit hebben ontvangen en geen medewerking verlenen aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening;m. een overdrachtsbesluit hebben ontvangen en onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen de termijn die geldt op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening;o. niet langer beschikbaar zijn door te verzuimen melding te doen van afwezigheid in een bepaald opvangcentrum of aangewezen gebied van verblijf;p. zich niet aan een of meer andere voor hen geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb hebben gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats hebben;s. niet beschikken over voldoende middelen van bestaan.

Voortraject

5. De rechtbank stelt vast dat eisers de vreemdelingrechtelijke procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling niet hebben bestreden. De bewaring is niet op die grond onrechtmatig.

Grondslag

6. De rechtbank is van oordeel dat eisers vallen onder de in artikel 59a van de Vw genoemde categorie vreemdelingen. Er bestaat een concreet aanknopingspunt voor een overdracht zoals bedoeld in de AMbV. Eisers hebben op 12 februari 2025 asiel aangevraagd. Deze aanvraag is bij beschikking van 24 april 2025 niet in behandeling genomen in verband met de Dublinverordening, nu AMbV. Op 27 april 2025 is van rechtswege een fictief claimakkoord ontstaan en op 11 april 2025 hebben de Franse autoriteiten het claimverzoek alsnog geaccepteerd, waarmee de verantwoordelijkheid van Frankrijk is komen vast te staan. Op 27 augustus 2025 is de overdrachtstermijn naar Frankrijk verlengd, omdat eisers op 24 augustus 2025 met onbekende bestemming zijn vertrokken. Op 22 mei 2025 is het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eisers ongegrond verklaard. Eisers mogen overgedragen worden aan Frankrijk. Op 13 augustus 2026 hebben eisers zich weer gemeld voor opvang. Op 2 september 2026 is opnieuw een kennisgeving aangaande de overdracht van eisers aan Frankrijk verzonden, die op

3 september 2026 is geaccepteerd. Hiermee staat de verantwoordelijkheid van Frankrijk vast.

Gronden

7. De rechtbank stelt vast dat eisers de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd niet hebben betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, zodat het risico op onttrekking reeds daarmee is gegeven.

Gezin als eenheid

8. Ten aanzien van de stelling van eisers dat zij als een gezin, een eenheid, gezien moeten worden en dat hun gezamenlijke belangen afgewogen dienen te worden, overweegt de rechtbank het volgende. Tijdens vorige procedures is niet gebleken, noch vastgesteld door de rechtbank, dat sprake is van vastgesteld biologisch vaderschap van de heer [naam 7]. Dat eisers en [naam 8] gezamenlijk in Ter Apel hebben verbleven, als zijnde een gezin, en dat een gezamenlijke inbewaringstelling en gehoor heeft plaatsgevonden, doet hier niet aan af. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Indirect refoulement

9. Eisers stellen zich op het standpunt dat een indirecte refoulementbeoordeling moet plaatsvinden. In Frankrijk is hun asielaanvraag afgewezen en zij vrezen dat zij bij terugkeer worden teruggestuurd naar Oekraïne. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2024 oordeelt de rechtbank dat het aan Frankrijk is om een refoulementbeoordeling te maken en dat hieraan in deze bewaringsprocedure niet wordt toegekomen. De vraag die in deze procedure beantwoord moet worden, is enkel of de maatregel van bewaring rechtmatig is opgelegd en zo ja, of aan eisers recht hebben op schadevergoeding. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.

Lichter middel

10. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eisers een lichter middel dan de maatregel van bewaring op te leggen. In dit kader acht de rechtbank van belang dat, zoals hiervoor is overwogen, de gronden de maatregel van bewaring kunnen dragen en dat hiermee het onderduikrisico is gegeven. Dat eisers stellen dat de inbewaringstelling een uiterst middel is, dat een belangenafweging had moeten plaatsvinden, dat onvoldoende is ingegaan op de verzwaarde belangenafweging voor de kinderen en dat zij zich zelfstandig weer hebben gemeld bij de autoriteiten, doet hier niet aan af. Immers, eisers zijn op 24 augustus 2025 met onbekende bestemming vertrokken en hebben zich pas na bijna een jaar weer gemeld. Hiermee hebben zij geen melding gemaakt van hun afwezigheid en zich lange tijd onttrokken aan het toezicht. Uit het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling blijkt ook dat eisers hebben verklaard dat zij naar Frankrijk zijn vertrokken. Dat eisers stellen dat het risico op onttrekken niet groot is omdat zij zich zelfstandig weer hebben gemeld in Ter Apel, maakt niet dat het risico op onttrekking niet meer bestaat. Geconcludeerd wordt dat, nu eisers zich eerder aan het toezicht hebben onttrokken door met onbekende bestemming te vertrekken, de overdrachtstermijn reeds eerder met een jaar is verlengd en de uiterlijke overdrachtstermijn van 2 oktober 2026 dichterbij komt, en eisers bovendien verklaren niet terug te willen naar Frankrijk, is het opleggen van een lichter middel niet aan de orde.

Ten aanzien van de verzwaarde belangenafweging van de kinderen oordeelt de rechtbank dat de minister deze belangen voldoende heeft afgewogen. Hierin zijn hun medische omstandigheden, voor zover aan de orde, meegewogen en er is niet van andere belangen gebleken die tot een andere afweging hadden moeten leiden.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de medische en/of psychische omstandigheden van eisers kenbaar en voldoende zijn betrokken bij de oplegging van de maatregel. De minister heeft er in de maatregel op gewezen dat in de detentie- en uitzetcentra gespecialiseerde zorg aanwezig is. In dit verband heeft de minister terecht gesteld dat de medische zorgverlening binnen de detentie- en uitzetcentra gelijkwaardig is aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij.

Verder is de rechtbank niet gebleken van persoonlijke belangen van eisers die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen.

Voortvarendheid en zicht op overdracht

11. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende voortvarend heeft gewerkt aan de overdracht van eisers en dat zicht op overdracht niet ontbrak. Eisers zijn op

11 september 2026 overgedragen aan Frankrijk en de minister heeft ter zitting bevestigd dat de overdracht inmiddels is voltooid.

Conclusie en gevolgen

12. De rechtbank stelt ambtshalve vast dat eisers in totaal niet langer dan zes maanden in bewaring hebben gezeten.

13. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van

E.S. Tiggelaar, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.J. van der Veen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand