RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie,
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49294
(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden),
en
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).
Procesverloop
1. Bij besluit van 9 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, opnieuw afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit op 9 oktober 2025 beroep ingesteld (NL25.49293). Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek tezamen met het beroep op 8 juli 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Daarnaast is ook mevrouw H.M. Kramer van Vluchtelingenwerk Nederland ter zitting verschenen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.49293, heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Nu het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoekster. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €934,- (één punt voor het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening, met een waarde van €934,- per punt).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.E.M. Pot, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.