ECLI:NL:RBDHA:2026:26894

ECLI:NL:RBDHA:2026:26894

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 16-09-2026
Zaaknummer NL26.48160
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaring, beroep, bewaringsgronden, zelfstandig vertrek, ambtshalve toetsing, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.48160

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),

en

(gemachtigde: mr. C. van der Zijde).

Procesverloop

Met het besluit van 20 augustus 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Verweerder heeft de rechtbank hiervan in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [persoon A] .

Overwegingen

Bewaringsgronden

1. In de maatregel van bewaring heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat er een onderduikrisico bestaat en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft, met toepassing van artikel 5.6, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Verweerder heeft grond b ter zitting laten vallen. Deze grond ligt dus niet langer ten grondslag aan de maatregel van bewaring.

Eiser betwist de gronden a, c, h en p. Ten aanzien van grond a voert eiser aan dat hij met een door de Poolse autoriteiten afgegeven visum Nederland is ingereisd zodat verweerder hem niet kan tegenwerpen dat hij Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen. Ten aanzien van gronden c en h voert eiser aan dat hij weliswaar tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling heeft gezegd dat hij niet terug wil naar Oezbekistan, maar een paar dagen later wel contact heeft opgenomen met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) voor terugkeer naar Oezbekistan. Daarnaast is een vriend van eiser bij het detentiecentrum langsgegaan om zijn paspoort daar af te leveren. Hieruit blijkt volgens eiser dat hij wel degelijk meewerkt. Nu eiser inmiddels een paspoort heeft overgelegd, is grond p volgens eiser ook niet meer houdbaar.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat grond a zich feitelijk voortdoet. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van 19 augustus 2026 (NL26.46296; ECLI:NL:RBDHA:2026:24145) in een eerdere bewaringszaak van eiser, waarin de rechtbank in overweging 3.2 heeft overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij inreis in Nederland beschikte over een geldig visum en dat eiser bij inreis geen melding heeft gemaakt van zijn illegaal verblijf. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om hierover nu anders te oordelen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder grond a aan de maatregel van bewaring ten grondslag heeft kunnen leggen.

De rechtbank stelt verder vast dat eiser de gronden r en s, en de daarop gegeven toelichtingen, niet heeft betwist. Deze onbestreden gronden en de daarop gegeven toelichtingen, die de ambtshalve toetsing van de rechtbank doorstaan en ook al in voormelde uitspraak van 19 augustus 2026 rechtmatig zijn bevonden, heeft verweerder eveneens aan de maatregel van bewaring ten grondslag kunnen leggen.

De gronden a, r en s, in onderling verband en samenhang bezien, kunnen naar het oordeel van de rechtbank de maatregel van bewaring al dragen. Er volgt namelijk uit dat er een onderduikrisico bestaat. Gelet hierop behoeven de betwiste gronden c, h en p geen inhoudelijke bespreking. De beroepsgrond slaagt niet.

Zelfstandig vertrek

2. Eiser voert aan dat verweerder de bewaringsmaatregel achterwege had moeten laten, omdat hij zelfstandig kan en wil vertrekken naar Oezbekistan.

De rechtbank vat dit betoog van eiser op als een beroep op artikel 59, derde lid, van de Vw. Hierin is bepaald dat bewaring achterwege blijft indien, en wordt beëindigd zodra, de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook gelegenheid bestaat.

Het beroep op deze bepaling faalt, reeds omdat eiser zijn verklaring dat hij zelfstandig kan en wil terugkeren naar Oezbekistan niet heeft geconcretiseerd en onderbouwd. Niet is namelijk gebleken dat eiser beschikt over een reisticket naar Oezbekistan, bij gebreke waarvan niet is gebleken dat hij daadwerkelijk de gelegenheid heeft om zelfstandig te vertrekken (vgl. de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY7395, en 29 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3663). Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht geen toepassing gegeven aan artikel 59, derde lid, van de Vw. De beroepsgrond slaagt niet.

Slotsom beroepsgrond

3. Uit het voorgaande volgt dat de beroepsgronden van eiser niet leiden tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

Ambtshalve toetsing

4. Ook los van de door eiser aangevoerde beroepsgronden, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was (vgl. de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858, en 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647, Adrar).

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is gezien het voorgaande ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. Groeneveld, rechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F.A. Groeneveld

Griffier

  • mr. D.M. Abrahams

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand