ECLI:NL:RBDHA:2026:26910

ECLI:NL:RBDHA:2026:26910

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 16-09-2026
Zaaknummer NL24.38560
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Geheimhoudingsbeslissing
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

8:29 Awb beslissing, visum kort verblijf, algoritme IOB, wijst het verzoek tot beperkte kennisneming toe

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Buitenlandse Zaken, de minister

[naam], eiseres,

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.38560

beslissing van de enkelvoudige kamer (geheimhoudingskamer) van 16 september 2026 op het verzoek tot toepassing van artikel 8:29 van de Awb van

(gemachtigde: mr. T. Gillhaus),

in het beroep van

van Marokkaanse nationaliteit

(gemachtigde: mr. H.J. Janse).

Procesverloop

Eiseres heeft op 6 september 2023 verzocht om een visum kort verblijf. De minister heeft dit afgewezen bij besluit van 29 september 2023. Bij besluit van 5 september 2024 heeft de minister het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Hiertegen heeft zij beroep ingesteld.

Op 5 augustus 2025 is een tussenuitspraak gedaan. Bij brief van 29 augustus 2025 is door de minister een reactie gegeven en zijn diverse stukken als bijlagen toegevoegd.

De rechtbank heeft het beroep van eiseres behandeld op de zitting van 24 november 2025. Op deze zitting is afgesproken dat "de gemachtigde van de minister eind december 2025 het te verwachten IAMA-rapport, alle nog niet overgelegde stukken en documentatie van het algoritme IOB en de individuele toets in de zaak van eiseres aan de rechtbank stuurt."

Bij tussenuitspraak van 19 februari 2026 heeft de rechtbank beslist op een verzoek tot beperkte kennisneming van een aantal passages in de overgelegde informatie van de minister, en heeft zij beperking van kennisneming gerechtvaardigd geacht.

Partijen hebben op 10 en 12 maart en 13 juli 2026 inhoudelijke reacties ingediend.

Bij brief van 16 juli 2026 zijn nadere stukken (profielen van het IOB-algoritme) overgelegd en is door de minister verzocht om beperkte kennisneming ex artikel 8:29 van de Awb, zodat alleen de rechtbank van deze stukken kan kennisnemen.

Bij bericht van 5 augustus 2026 heeft de rechtbank eiseres in de gelegenheid gesteld om te reageren op de mededeling inzake de beperking van de kennisneming. Op 17 augustus 2026 is door de gemachtigde van eiseres een reactie gegeven.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?

1. Op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Awb kan een partij die verplicht is stukken over te leggen, weigeren aan deze verplichting gevolg te geven, dan wel de rechtbank mededelen dat uitsluitend de rechtbank kennis zal mogen nemen van de stukken. Op grond van het derde lid beslist de rechtbank of de in het eerste lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.

2. Bij brief van 16 juli 2026 heeft de minister nadere informatie overgelegd aan de rechtbank. Dit betreffen de profielen in het algoritme IOB (Informatie Ondersteunend Beslissen) die golden in de periode van de visumaanvraag van eiseres. De brief noemt de ongelakte informatie vertrouwelijke B-stukken. Verder is toegelicht waarom de minister kennisname van deze informatie wil beperken. Daarbij is verzocht het verzoek om beperkte kennisneming toe te wijzen op grond van artikel 8:29 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder d, en tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo.

De gemachtigde van eiseres heeft in zijn reactie de beperking van kennisneming van de informatie betwist. Gesteld is dat de Woo-gronden het verzoek niet dragen en dat de argumenten over calculerend gedrag of visumshoppen geen rechtvaardiging vormen voor een beperking van de informatie voor eiseres. Volgens eiseres dient zij vanwege het recht op een eerlijk proces toegang tot de informatie te krijgen, omdat haar belang bij kennisneming zwaarder weegt dan de door de minister generiek aangevoerde belangen bij geheimhouding.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

3. De rechtbank stelt voorop dat eiseres in haar reactie van 17 augustus 2026 terecht naar voren brengt dat de verwijzing naar een of meer weigeringsgronden in de Woo geen voldoende motivering is. Voor de toepassing van artikel 8:29 van de Awb is een afzonderlijke toets vereist of gewichtige redenen als bedoeld in dit artikel aanwezig zijn. Daarbij speelt het belang van partijen bij kennisneming van processtukken, mede in het licht van het fair trial-beginsel, anders dan bij de Woo waar het belang van openbaarmaking wordt voorondersteld, een rol. De verzoeker moet duidelijk maken waarom volgens hem het belang bij beperkte kennisneming zwaarder weegt dan het belang dat de andere partij(en) van het stuk kennisnemen.

De minister heeft evenwel niet alleen verwezen naar bepalingen in de Woo, maar ook toegelicht waarom beperkte kennisneming in onderhavige procedure gerechtvaardigd is.

De minister heeft in dat kader naar voren gebracht dat het prijsgeven van de profielen tot gevolg kan hebben dat hier in toekomstige aanvragen op wordt geanticipeerd en dat de effectiviteit en de juistheid van de beoordeling van visumaanvragen ernstig geschaad zal worden.

In de tussenuitspraak is overwogen dat de rechtbank een ambtshalve toetsing van het algoritme IOB aangewezen acht en nader onderzoek op zijn plaats. Door toewijzing van het verzoek kan de rechtbank in geval van toestemming van eiseres wel kennisnemen van de onderliggende informatie, alleen eiseres niet. In de toelichting van 16 juli 2026 heeft de minister wel openheid van zaken gegeven over de rol die het algoritme in de zaak van eiseres (niet) heeft gespeeld. Zo is vermeld dat eiseres aan geen enkel profiel voldeed. Anders dan eiseres stelt, vraagt de minister niet aan de rechtbank om een feitelijke stelling te aanvaarden die enkel door de minister zelf kan worden geverifieerd. De minister heeft stukken overgelegd die het, bij toestemming van eiseres, mogelijk maakt die stelling te verifiëren.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de minister gestelde belangen zwaarder wegen dan de door eiseres gestelde belangen om in deze procedure kennis te kunnen nemen van de overgelegde profielen. De minister heeft daartoe kunnen wijzen op rechtspraak. Anders dan namens eiseres is gesteld, ziet de laatstgenoemde uitspraak op openbaarmaking van informatie in een individuele zaak en ziet de rechtspraak niet enkel op openbaarmaking van informatie aan het brede publiek. De rechtbank acht het verzoek tot beperkte kennisneming hier dan ook gerechtvaardigd.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot beperkte kennisneming toe.

Deze beslissing is genomen door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld, dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.W. Wassink

Griffier

  • mr. A.J. van Bruggen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand