RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.58135
(gemachtigde: mr. M. Erik),
en
(gemachtigde: mr. R.I. Schrijnemachers).
Procesverloop
Bij besluit van 26 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Kadir als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Totstandkoming van het bestreden besluit
1. Eiser heeft de Turkse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum]. Eiser legt aan zijn asielaanvraag – kort samengevat – het volgende ten grondslag. Eiser is verliefd geworden op een Koerdische vrouw ([naam]) en heeft dit aan zijn (niet Koerdische) familie verteld. Eisers is vervolgens door zijn vader en broer bedreigd en mishandeld. Eisers vader heeft hem een terrorist genoemd en eiser geslagen. Eiser heeft vervolgens zijn huis verlaten om bij een vriend te verblijven. De vader van eiser heeft aangifte tegen eiser gedaan. De politie heeft eiser vervolgens vier of vijf dagen opgewacht en driemaal gebeld. Eiser is ook opgeroepen om naar het politiebureau te komen voor een verhoor. Daarnaast is eiser op zijn werk ontslagen nadat zijn vader is langs geweest. Verder heeft eiser politiek gevoelige berichten op Twitter geplaatst waarin hij kritiek heeft geuit op Erdogan, de economie in Turkije en de behandeling van Koerden in Turkije. Eiser heeft vervolgens in de daaropvolgende drie weken besloten om Turkije te verlaten. In Nederland is eiser herenigd met [naam] en inmiddels heeft hij een dochter samen met [naam]. De vader van [naam] is in Turkije veroordeeld en verblijft ook in Nederland. Eiser heeft een hechte band met de (Koerdische) familie van [naam]. Eiser vreest dat hij bij terugkeer naar Turkije wordt gearresteerd en dat hij door zijn vader wordt vermoord.
Om zijn asielrelaas te onderbouwen heeft eiser de volgende documenten overgelegd:
Het bestreden besluit
2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst
2. Problemen vanwege eisers relatie
3. Problemen vanwege politieke opvattingen
Verweerder heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. De problemen vanwege eisers relatie worden door verweerder niet geloofwaardig geacht. Verweerder legt aan dit standpunt kort samengevat ten grondslag dat eiser geen documenten heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij is gearresteerd, dat eiser Turkije legaal heeft verlaten, dat eiser niet kan verklaren waarom de politie naar hem op zoek is en dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Verweerder heeft eisers problemen vanwege zijn politieke opvattingen ook niet geloofwaardig geacht. Verweerder werpt eiser in dit kader kort samengevat tegen dat hij geen documenten heeft overgelegd, waaronder de berichten op Twitter/X, en dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend.
Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst en zijn politieke opvatting leiden volgens verweerder niet tot een vervolgingsgrond in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) of tot een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Volgens verweerder is namelijk niet aannemelijk dat eiser zijn politieke opvatting bij terugkeer uit, of in het verleden heeft geuit. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarnaast omvat het bestreden besluit een terugkeerbesluit.
Beoordeling door de rechtbank
Problemen vanwege relatie en politieke opvattingen
3. Eiser stelt zich op het standpunt dat zijn problemen vanwege zijn relatie en zijn politieke opvattingen ten onrechte ongeloofwaardig zijn geacht. Volgens eiser kan hem in dit kader niet worden tegengeworpen dat hij geen documenten heeft overgelegd waaruit blijkt dat zijn vader een melding bij de politie heeft gemaakt, of die zijn politieke opvattingen onderbouwen. Het ontbreken van documenten is volgens eiser namelijk geen aanwijzing dat hij niet in de negatieve aandacht van de Turkse autoriteiten staat. Dat geldt volgens eiser ook voor de omstandigheid dat hij legaal is uitgereisd. Daarnaast voert eiser aan dat hij geen toegang tot e-devlet of UYAP heeft en dat er niet van hem kan worden verwacht dat hij zijn wachtwoord vernieuwt omdat hij hiervoor in contact moet treden met de Turkse autoriteiten. Eiser kan ook geen andere (niet-officiële) documenten overleggen omdat hij geen contact meer heeft met zijn familie, zijn telefoon niet meer heeft en is vertrokken vanuit een vluchtsituatie. Verder stelt eiser dat hij voldoende duidelijk heeft uitgelegd waarom de politie naar hem op zoek is. Zijn vader heeft vanwege eisers relatie met [naam] namelijk een melding gemaakt bij de politie. Ook wordt volgens eiser ten onrechte tegengeworpen dat hij zich niet onmiddellijk heeft gemeld om asiel aan te vragen. Eiser moest namelijk eerst bijkomen en zijn geliefde opzoeken en heeft zich vervolgens binnen enkele dagen na aankomst gemeld. Dat hij zich niet binnen 48 uur heeft gemeld betekent volgens eiser niet dat zijn asielaanvraag daardoor niet oprecht is.
Eiser heeft zijn problemen vanwege zijn relatie en zijn politieke opvattingen niet met objectieve documenten onderbouwd (stap 2a in Werkinstructie (WI) 2024/6). Dit betekent dat verweerder de verklaringen van eiser over zijn problemen vanwege zijn relatie en zijn politieke opvattingen op geloofwaardigheid heeft beoordeeld (stap 2b van WI 2024/6). Verweerder heeft eisers verklaringen ongeloofwaardig geacht, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, c en d van de Vw.
Uit artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw volgt dat de vreemdeling alle documenten waarover hij beschikt moet overleggen en een bevredigende verklaring moet geven voor het ontbreken van andere relevante documenten. Verweerder stelt in dit kader dat eiser één of meer van de volgende documenten of andere bewijsstukken had moeten kunnen overleggen:
stukken waaruit blijkt dat er aangifte tegen eiser is gedaan;
stukken waaruit blijkt dat eiser is opgeroepen om op het politiebureau te verschijnen voor een verhoor;
stukken waaruit blijkt dat de politie eiser heeft gebeld;
stukken waaruit blijkt dat eiser is ontslagen op zijn werk;
stukken waaruit blijkt dat eiser vanwege het uiten van zijn politieke opvattingen op Twitter/X problemen heeft met de Turkse autoriteiten;
stukken waaruit blijkt dat eiser actief is geweest op Twitter/X.
Naar het oordeel van de rechtbank getuigt het standpunt van verweerder dat eiser één of meer van voormelde documenten of andere bewijsstukken kan overleggen niet van ongerechtvaardigde verwachtingen. Eiser heeft immers zelf verklaard dat zijn vader aangifte tegen hem heeft gedaan, dat eiser meerdere keren door de politie is gebeld, dat hij vanwege zijn problemen is ontslagen, dat hij meerdere keren post heeft ontvangen en dat hij is opgeroepen om naar het politiebureau te komen voor een verhoor (p. 5-7 nader gehoor). Daarnaast heeft eiser in het aanmeldgehoor zelf verklaard dat hij zijn politieke problemen kan onderbouwen met documenten en dat hij deze bij het nader gehoor zal overleggen (p. 5 en 13 aanmeldgehoor). Gelet hierop, verlangt verweerder van eiser dan ook geen stukken waarvan op voorhand duidelijk is dat die er niet zijn.
Voor zover eiser zich op het standpunt stelt dat het ontbreken van documenten hem in het kader van de geloofwaardigheidsbeoordeling helemaal niet mag worden tegengeworpen omdat ook bij het ontbreken van documenten verweerder moet beoordelen of de verklaringen van eiser geloofwaardig zijn, volgt de rechtbank dit niet. Het ontbreken van documenten die er wel zouden kunnen of moeten zijn kan immers afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas. Dit geldt te meer in de context van Turkije waar veel door de Turkse autoriteiten wordt gedocumenteerd en relatief eenvoudig kan worden verkregen. Ook eisers standpunt dat het ontbreken van documenten (in e-devlet of UYAP) waaruit volgt dat eiser door de Turkse autoriteiten wordt vervolgd niet per definitie een aanwijzing is voor het ontbreken van negatieve aandacht van de Turkse autoriteiten en dat vervolging ook later kan plaatsvinden, hetgeen tussen partijen ook niet in geschil is, maakt niet dat niet van eiser mag worden verwacht dat hij documenten overlegt om zijn asielrelaas te onderbouwen. Alleen als eiser een goede verklaring heeft waarom hij geen documenten heeft overgelegd, kan dit anders zijn. Eiser heeft er in dit kader op gewezen dat hij geen toegang heeft tot e-devlet en UYAP, dat hij zijn telefoon en simkaart heeft weggegooid, dat hij geen contact meer heeft met zijn familie en dat zijn Twitter/X account is opgeheven. Verweerder heeft deze verklaringen terecht onvoldoende verschoonbaar gevonden voor het ontbreken van documenten. Eiser heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat hij daadwerkelijk pogingen heeft ondernomen om toegang te krijgen tot e-devlet/UYAP. Ook anderszins is niet gebleken dat eiser zich heeft ingespannen om aan documenten te komen. Zo heeft eiser verklaard dat hij niet zeker weet wat zijn gebruikersnaam was op Twitter/X en dat hij zijn account heeft verwijderd (p. 14 en 15 nader gehoor), maar is niet gebleken dat eiser pogingen heeft ondernomen om aan te tonen dat hij een account op Twitter/X had, of wat hij daarop heeft geplaats. Verweerder stelt zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt dat het ontbreken van documenten zonder dat eiser hiervoor een bevredigende verklaring heeft, afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas.
Verweerder stelt zich naar het oordeel van de rechtbank ook terecht op het standpunt dat eiser onsamenhangend en onaannemelijk heeft verklaard over zijn gestelde problemen vanwege zijn relatie en zijn politieke opvattingen (artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw). Verweerder wijst er in dit kader terecht op dat onduidelijk is waarom eiser denkt dat de politie naar hem op zoek is. Zo heeft eiser verklaard meerdere keren te zijn gebeld door een onbekend nummer. Op de vraag hoe eiser wist dat het de politie was die belde, verklaart hij dat hij dit van een vriend uit de wijk heeft gehoord en dat hij er vanuit gaat dat het politie is (pagina 5 en 11 nader gehoor). Verweerder stelt terecht dat dit is gebaseerd op vermoedens en dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers relaas. Verder heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser weinig concrete details weet te noemen over zijn uitingen op Twitter. Zo heeft eiser enkel verklaard dat hij over Erdogan, Koerden en de FETÖ postte, bijvoorbeeld dat zijn vrienden niet in hun moedertaal mochten spreken of dat ze militairen onschuldig hebben opgesloten (p. 14 nader gehoor). Daarnaast heeft verweerder er terecht op gewezen dat uit hetgeen eiser heeft verklaard niet blijkt dat hij problemen heeft gehad met de autoriteiten vanwege de gestelde politieke uitingen op social media. Zo heeft eiser enkel verklaard dat hij weleens een reactie op zijn bericht kreeg ‘je bent een Turk hoe kan je zulke dingen plaatsen’ (p. 14 nader gehoor), dat hij weleens scheef werd aangekeken als hij met Koerdische vrienden ergens naartoe ging, of dat de beveiliging in een stadspark de politie belde als hij Koerdische muziek luisterde (p. 6 nader gehoor). Gelet op voorgaande tegenwerpingen heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser onsamenhangend en onaannemelijk heeft verklaard over zijn problemen vanwege zijn relatie en zijn politieke opvatting en dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers verklaringen. De rechtbank volgt eiser dan ook niet in zijn standpunt dat verweerder enkel aan hem heeft tegengeworpen dat hij geen documenten heeft overgelegd.
Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank tot slot terecht op het standpunt gesteld dat eiser zich niet zo spoedig mogelijk heeft gemeld om asiel aan te vragen en dat eiser hier geen goede verklaring voor heeft (artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, van de Vw). Eiser is op 5 of 6 mei 2023 Nederland ingereisd, maar heeft zich pas op 11 of 12 mei 2023 gemeld voor asiel. Eiser heeft hierover in het aanmeldgehoor verklaard dat hij zich psychisch niet in orde voelde vanwege de reis (p. 13 aanmeldgehoor). In het aanvullend gehoor verklaart eiser echter dat hij bij inreis geen psychische problemen had en dat hij zijn asielaanvraag niet meteen na inreis heeft ingediend omdat hij zich eerst moest voorstellen aan [naam] en haar gezin (p. 5 aanvullend gehoor). In beroep (en in de zienswijze) stelt eiser echter dat hij eerst moest bijkomen en dat hij zijn geliefde wilde opzoeken. Verweerder acht deze verklaringen terecht wisselend en stelt verder terecht dat dit geen legitieme redenen zijn waarom eiser zich niet meteen heeft gemeld voor asiel. Dit doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van eisers gesteld vrees.
Tussenconclusie
Al gelet op de hiervoor genoemde tegenwerpingen, in samenhang bezien, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers problemen vanwege zijn relatie en zijn politieke opvattingen ongeloofwaardig zijn. Dit betekent ook dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de gestelde problemen vanwege de relatie en de politieke opvattingen geen asielgrond oplevert als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. De beroepsgrond slaagt niet.
Vluchtelingschap en ernstige schade
4. Eiser stelt zich op het standpunt dat aannemelijk is dat hij vanwege zijn betrokkenheid bij de HDP bij terugkeer naar Turkije een risico loopt op vervolging en/of ernstige schade. Eiser is in het verleden namelijk door de Turkse autoriteiten aangesproken, aangehouden, bedreigd, gevolgd en opgezocht. Daarnaast is de vader van [naam] door de Turkse autoriteiten in verband gebracht met de Koerdische vrijheidssteun.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is dat eiser vanwege zijn politieke opvattingen bij terugkeer een risico loopt op vervolging/ernstige schade. Verweerder wijst er in dit kader terecht op dat eisers problemen vanwege zijn politieke opvattingen ongeloofwaardig zijn, onder andere omdat eiser geen documenten heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij zich in het verleden daadwerkelijk politiek heeft geuit. Ook heeft eiser geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat zijn schoonvader door de Turkse autoriteiten in verband wordt gebracht met de Koerdische vrijheidssteun. Dat, zoals eiser nu stelt, hij door de Turkse autoriteiten is aangesproken, aangehouden, bedreigd, gevolgd en opgezocht, volgt de rechtbank dan ook niet. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij zich sinds zijn aankomst in Nederland niet politiek heeft geuit en dat hij dit ook niet meer wil (p. 14 aanvullend gehoor). Verweerder stelt zich dan ook terecht op het standpunt dat eisers politieke opvattingen niet dusdanig zijn dat hij hierdoor bij terugkeer problemen zal krijgen. De beroepsgrond slaagt niet.
Reguliere verblijfsvergunning
5. Eiser stelt zich tot slot op het standpunt dat verweerder ten onrechte geen reguliere vergunning aan hem heeft verleend. Eiser kan namelijk geen gezinsleven in Turkije uitoefenen met [naam] omdat zij gezinslid is van een vluchteling. Dit brengt een risico voor [naam] mee als zij moet terugkeren naar Turkije. Daarnaast heeft eiser in Nederland een gezin gesticht in de periode dat zij beiden rechtmatig verblijf hadden. Eiser en zijn gezin hebben de ondersteuning van de familie van [naam] in Nederland nodig. Eisers dochter heeft daarnaast (binnenkort) zelfstandig verblijfsrecht in Nederland. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met deze omstandigheden en de belangen van de minderjarige dochter van eiser.
Tussen partijen is niet in geschil dat er tussen eiser, [naam] en hun minderjarige dochter sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Wel is tussen partijen in geschil of vanwege dit familieleven een reguliere verblijfsvergunning aan eiser had moeten worden verleend. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat dit niet het geval is. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat niet is gebleken dat eiser en zijn gezin niet in staat zijn om in Turkije een gezinsleven op te bouwen. Eiser heeft namelijk de Turkse nationaliteit en heeft zijn hele leven in Turkije gewoond zonder problemen te ondervinden. [naam] heeft ook de Turkse nationaliteit. Weliswaar is zij als na-reizigster naar Nederland vertrokken, maar er is niet gebleken dat zij zelf problemen heeft ondervonden in Turkije. Verweerder wijst er in dit kader terecht op dat [naam], nadat zij als na-reizigster naar Nederland is gekomen, is teruggekeerd naar Turkije (p. 9 nader gehoor). Niet is gebleken dat zij toen problemen heeft ondervonden in Turkije. De rechtbank volgt eiser dan ook niet in zijn standpunt dat terugkeer naar Turkije een risico voor [naam] met zich meebrengt. Verder heeft verweerder er op kunnen wijzen dat de dochter van eiser erg jong is en daarom nog geen band met Nederland heeft. Ook in het geval van de dochter zijn er dus geen belemmeringen om het leven in Turkije voort te zetten. Gelet op het voorgaande stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat er geen sprake is van objectieve belemmeringen om het gezinsleven in Turkije uit te oefenen. Tot slot wijst verweerder er naar het oordeel van de rechtbank terecht op dat eiser in Nederland familieleven is gaan uitoefenen terwijl hij met een onzeker verblijfsrecht in Nederland verbleef en dat dit voor rekening en risico van eiser komt. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt en dat eiser daarom niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM. De beroepsgrond slaagt niet.
Turks associatierecht
6. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte niet heeft beoordeeld of hij op grond van het Turks associatierecht, in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning.
De rechtbank stelt voorop dat de ambtshalve beoordeling van reguliere verblijfsaanspraken in een asielprocedure zijn grondslag vindt in de artikelen 3.6a, 3.6b en 3.6ba van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). Hieruit volgt dat verweerder niet gehouden is om ambtshalve te toetsen of eiser op grond van het Turks associatierecht recht heeft op een reguliere verblijfsvergunning. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
7. De beroepsgronden slagen niet. Dit betekent dat verweerder de asielaanvraag terecht heeft afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft ook terecht geen aanleiding gezien om aan eiser een reguliere verblijfsvergunning toe te kennen. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.