ECLI:NL:RBDHA:2026:26963

ECLI:NL:RBDHA:2026:26963

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 16-09-2026
Zaaknummer NL24.27448
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

geen rechtmatig verblijf op grond van het Unierecht en geen afgeleid verblijfsrecht, de belangen zijn afdoende meegewogen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiseres

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.27448

mede namens haar minderjarige dochter [minderjarige] , V-nummer: [V-nummer 2]

(gemachtigde: mr. A. Simicevic),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: [naam] ).

Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat eiseres geen rechtmatig verblijf op grond van het Unierecht heeft gehad en heeft bepaald dat eiseres en haar dochter binnen één maand Nederland dienen te verlaten.

Bij besluit van 12 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 9 september 2026 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en heeft de Bulgaarse nationaliteit. Naar aanleiding van een melding van de gemeente Rotterdam heeft verweerder een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van haar verblijf, omdat eiseres sinds 14 januari 2022 een bijstandsuitkering zou ontvangen op grond van de Participatiewet.

Het bestreden besluit

2. Uit het onderzoek van verweerder is gebleken dat eiseres niet heeft voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). Zij heeft als werknemer geen reële en daadwerkelijke arbeid verricht in Nederland en niet is gebleken dat zij als zelfstandige daadwerkelijke arbeid heeft verricht, zoals bedoeld in voornoemd artikel, eerste lid, aanhef en onder a. Ook heeft eiseres geen rechtmatig verblijf gehad als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan op grond van artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder b, van het Vb. Haar dochter heeft bovendien geen zelfstandig verblijfsrecht op grond van onderwijs, waardoor eiseres als verzorgende ouder hieraan geen afgeleid verblijfsrecht kan ontlenen. Gelet op deze omstandigheden heeft verweerder vastgesteld dat eiseres geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad op grond van het Unierecht. Verweerder heeft daarom aan eiseres een verwijderingsmaatregel opgelegd. Daarbij heeft verweerder een belangenafweging gemaakt en het belang van eiseres om in Nederland te blijven minder zwaar laten wegen dan het belang van de Nederlandse samenleving bij verwijdering van eiseres. Verweerder heeft ook een belangafweging gemaakt in het kader van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en geconcludeerd dat ook die belangenafweging niet in het voordeel van eiseres uitvalt.

Beroepsgronden

3. Eiseres voert aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij niet aan de voorwaarden van artikel 8.12, eerste lid, van het Vb voldoet. Zij heeft wel reële en daadwerkelijke arbeid verricht. Dit volgt ook uit Suwinet. Bovendien ontvangt zij geen bijstandsuitkering meer en solliciteert zij en maakt zodoende een reële kans op werk. Verder voert eiseres aan dat haar dochter wel een zelfstandig verblijfsrecht toekomt, omdat zij in Nederland naar school gaat. Als verzorgende ouder heeft eiseres een afgeleid verblijfsrecht van haar dochter. Eiseres stelt verder, onder verwijzing naar punt 16 van de considerans en artikel 14 van de Verblijfsrichtlijn, dat er geen ruimte bestaat voor een beoordeling van het rechtmatig verblijf met terugwerkende kracht bij een beëindigingsbesluit. Tot slot stelt eiseres dat de belangenafweging die verweerder in het kader van de verwijderingsmaatregel en artikel 8 van het EVRM heeft gemaakt ten onrechte in haar nadeel is uitgevallen.

Beoordeling door de rechtbank

4. Verweerder heeft zich ter zitting allereerst op het standpunt gesteld dat het procesbelang ontbreekt, nu eiseres in 2024 is teruggekeerd naar Bulgarije. Nu eiseres echter sinds 2025 weer opnieuw in Nederland verblijft, en een nieuwe aanvraag heeft gedaan, heeft verweerder tegelijkertijd desgevraagd onderkent dat procesbelang kan bestaan in de vaststelling van eerder rechtmatig verblijf. De rechtbank neemt daarom procesbelang aan.

5. De rechtbank stelt vast dat eiseres in beroep (grotendeels) dezelfde gronden heeft aangevoerd als zij ook in bezwaar naar voren heeft gebracht. Verweerder is in het bestreden besluit hierop uitgebreid ingegaan en, naar het oordeel van de rechtbank, heeft verweerder voldoende gemotiveerd waarom eiseres geen rechtmatig verblijf op grond van het Unierecht heeft gehad. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot haar oordeel komt.

Artikel 8.12 van het Vb: economisch actieve gemeenschapsonderdaan

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat eiseres niet heeft voldaan aan artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a, van het Vb. Eiseres kan niet worden gezien als werknemer of zelfstandige en heeft ook niet bewezen dat zij werk zoekt en een reële kans daarop heeft (economisch actieve gemeenschapsonderdaan).

Om vast te kunnen stellen dat een burger van de Unie rechtmatig verblijf heeft als werknemer moet sprake zijn van ‘reële en daadwerkelijke arbeid’. Uit vaste jurisprudentie volgt dat de omvang van de arbeid niet zo klein mag zijn dat het gaat om slechts marginale en bijkomstige werkzaamheden. Er is volgens verweerder in ieder geval sprake van ‘reële en daadwerkelijke arbeid’ als:

- de inkomsten meer bedragen dan 50% van de toepasselijke bijstandsnorm;

of

- de burger van de Unie ten minste 40% van de gebruikelijke volledige arbeidstijd werkt.

De woorden ‘in ieder geval’ laten een persoonlijke toets toe. Als wordt voldaan aan de ‘40-50’ regel is er sowieso sprake van reële en daadwerkelijke arbeid. Als sprake is van een laag arbeidsloon of van een gering aantal arbeidsuren (en daarmee niet wordt voldaan aan de ‘40-50’ regel) zijn dat aanwijzingen dat de verrichte arbeid slechts marginaal en bijkomstig is.

Verweerder heeft Suwinet geraadpleegd en de stukken die eiseres heeft opgestuurd betrokken. Hieruit heeft verweerder geconcludeerd dat eiseres sinds 6 november 2020 weliswaar perioden heeft gewerkt in Nederland, maar dat dit niet valt aan te merken als reële en daadwerkelijke arbeid. Over de werkzaamheden die eiseres in de periode van 1 april 2021 tot en met 31 oktober 2021 heeft verricht is in een voorgaande procedure in de beschikking van 17 december 2021 al overwogen dat met dit dienstverband niet op een juiste en geloofwaardige wijze is aangetoond dat eiseres reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht. Na de uitspraak van de Afdeling staat dit besluit in rechte vast. Ook is verweerder uitgegaan van werkzaamheden die zijn verricht van oktober 2023 tot en met december 2023. Weliswaar staan deze werkzaamheden niet vermeld in Suwinet, maar op de uitkeringsspecificaties van de gemeente is er wel ontvangen loon verrekend met de te ontvangen uitkering. Zoals verweerder echter ter zitting heeft toegelicht, kan niet worden uitgegaan van reële en daadwerkelijke arbeid als tegelijkertijd (nog steeds) een bijstandsuitkering wordt verkregen, nog los van de omstandigheid dat eiseres ten aanzien van deze werkzaamheden niets heeft onderbouwd. Ten aanzien van de door eiseres overgelegde arbeidsovereenkomst met [bedrijf] , ingaande op 1 januari 2024, heeft verweerder terecht opgemerkt dat – blijkens Suwinet - alleen in de maand januari 2024 arbeid is verricht. Ook deze arbeid is niet aan te merken als reële en daadwerkelijke arbeid. De rechtbank volgt dit standpunt van verweerder. Los van dat eiseres daar blijkens Suwinet slechts één maand heeft gewerkt (16 verloonde uren), blijkt dat de inkomsten lager waren dan 50% van de bijstandsnorm. De arbeid is dus slechts marginaal en bijkomstig. Ook overigens blijkt uit Suwinet niet dat eiseres reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht, als bedoeld onder 6.1, noch heeft eiseres dat onderbouwd, zoals verweerder ter zitting heeft opgemerkt. Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres sinds 6 november 2020 geen reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht als werknemer. Verder is gesteld noch gebleken dat eiseres als zelfstandige arbeid heeft verricht.

De rechtbank is bovendien van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij solliciteert en zodoende een reële kans maakt op werk. Dat eiseres ten tijde van het bestreden besluit geen bijstandsuitkering meer ontving is daartoe onvoldoende. De enkele stelling van eiseres dat zij aan het solliciteren is en naar gesteld een reële kans op werk heeft, is evenmin afdoende. Verweerder werpt haar terecht tegen dat zij geen informatie heeft gegeven over mogelijk aanstaande sollicitatiegesprekken.

Verweerder heeft dan ook terecht overwogen dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a, van het Vb.

Artikel 8.12 van het Vb: economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan

7. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat eiseres niet heeft voldaan aan de voorwaarden van artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder b, van het Vb, namelijk dat zij voor zichzelf en haar dochter beschikt over voldoende middelen van bestaan en over een verzekering die de ziektekosten in Nederland volledig dekt (economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan). Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij voldoende middelen heeft gehad om van te leven. Ook op voornoemde grond heeft eiseres daarom geen rechtmatig verblijf gehad.

Verblijfsrecht minderjarige dochter

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de dochter van eiseres geen rechtmatig verblijf heeft gehad. Omdat terecht door verweerder is vastgesteld dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a of b, van het Vb, kan de dochter ook geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder d, van het Vb hebben gehad (afgeleid verblijfsrecht voor familieleden). De rechtbank volgt eiseres verder niet in haar standpunt dat haar dochter een zelfstandig verblijfsrecht heeft gehad omdat zij in Nederland naar school is gegaan. De (eerdere) verwijzing naar artikel 10 van Verordening 492/2011 (vrij verkeer voor werknemers van de Europese Unie) faalt. Uit dit artikel volgt dat kinderen van een Unieburger, waarbij die Unieburger op het grondgebied van een andere lidstaat arbeid verricht of heeft verricht, indien zij aldaar woonachtig zijn, onder dezelfde voorwaarden als de eigen onderdanen van deze staat worden toegelaten tot het algemeen onderwijs, het leerlingstelsel en de beroepsopleiding. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn de voorwaarden voor zo’n verblijfsrecht af te leiden. Eén van de voorwaarden is dat het een kind betreft dat met (één van) zijn ouders in de gastlidstaat verblijft en (één van) zijn ouders rechtmatig verbleef als werknemer. Hiervan is echter geen sprake. Eiseres is immers - zoals blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen en zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht - ten tijde van het bestreden besluit noch daarvoor aan te merken geweest als werknemer.

Beëindiging met terugwerkende kracht

9. Voor zover eiseres zich op het standpunt heeft gesteld dat verweerder haar verblijfsrecht ten onrechte met terugwerkende kracht heeft beëindigd, merkt de rechtbank op dat het hier geen beëindiging van het verblijfsrecht van een Unieburger betreft, maar de vaststelling dat zij geen rechtmatig verblijf heeft gehad.

Belangenafweging verwijderingsbesluit

10. De rechtbank is van oordeel dat de stelling van eiseres, dat een verwijderingsbesluit niet genomen kan worden zonder dat er een belangenafweging heeft plaatsgevonden, op zich juist is maar niet kan leiden tot een geslaagd beroep. Verweerder heeft immers een uitgebreide belangenafweging gemaakt alvorens het besluit te nemen. Nu eiseres geen inhoudelijke gronden heeft gericht tegen de gemaakte belangenafweging, kan deze grond verder niet slagen.

Belangenafweging artikel 8 EVRM

111. Ten aanzien van het beroep op artikel 8 van het EVRM, overweegt de rechtbank als volgt. Uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) volgt dat bij de belangenafweging in het kader van het door artikel 8 van het EVRM beschermde recht op eerbiediging van het privéleven en familie- en gezinsleven een “fair balance” moet worden gevonden tussen het belang van de desbetreffende vreemdeling en diens familie enerzijds en het Nederlands algemeen belang dat is gediend bij het uitvoeren van een restrictief toelatingsbeleid anderzijds. Daarbij moeten alle voor die belangenafweging van betekenis zijnde feiten en omstandigheden kenbaar worden betrokken.

De rechtbank dient te beoordelen of verweerder alle relevante feiten en omstandigheden in zijn belangenafweging heeft betrokken en, indien dit het geval is, of verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat die afweging heeft geresulteerd in een “fair balance” tussen enerzijds het belang van de vreemdeling bij de uitoefening van het familie- en gezinsleven hier te lande en anderzijds het algemeen belang van de Nederlandse samenleving bij het voeren van een restrictief toelatingsbeleid. Deze maatstaf impliceert dat de toetsing door de rechter enigszins terughoudend dient te zijn.

In geschil is de vraag of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van het economisch welzijn van de Nederlandse staat in dit geval prevaleert boven het belang van eiseres bij het uitoefenen van haar familie- en gezinsleven in Nederland. Eiseres heeft in dat kader volstaan met de stelling dat geen beroep meer wordt gedaan op de algemene middelen.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken. Daarbij is ook betrokken dat de bijstandsuitkering van eiseres ná 29 februari 2024 is stopgezet. Dit enkele feit heeft verweerder evenwel niet tot een andere uitkomst van de belangenafweging hoeven brengen, te meer daar eiseres (desgevraagd) niet heeft onderbouwd hoe zij (legaal) in haar levensonderhoud voorziet. Verweerder heeft zich, in samenhang met alle overige belangen die uitgebreid zijn meegewogen, voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt.

Conclusie

12. Het beroep is ongegrond.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.J. Adriaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B.C. Hoeksel, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M.J. Adriaansen

Griffier

  • mr. J.B.C. Hoeksel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand