Hoofdverblijfplaats en zorgregeling
Beschikking op het op 1 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.L.A. Verburgt te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. Y.R. Roosch ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
De minderjarigen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 27 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
Verzoek en verweer
De vader heeft verzocht:
- primair: [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] één week bij de moeder verblijven, gevolgd door drie weken bij de vader, waarbij het wisselmoment steeds op zondagmiddag tussen 13:00 uur en 14:00 uur is;
- subsidiair: in het geval de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] niet wordt gewijzigd, een co-ouderschapsregeling van kracht wordt, waarbij [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] drie weken bij de vader verblijven, gevolgd door drie weken bij de moeder, waarbij het wisselmoment steeds op zondagmiddag tussen 13:00 uur en 14:00 uur is;
- de vakantieregeling te wijzigen, in die zin dat er een 50/50- regeling zal gelden voor de vakanties en feestdagen, waarbij de moeder de kinderen in de even jaren de eerste vier weken van de (naar de rechtbank begrijpt:) zomervakantie heeft en de vader de laatste vier weken en in de oneven jaren andersom, met als wisselmoment zaterdagmiddag tussen 13:00 uur en 14:00 uur van het eerste weekend van de ouder die de kinderen de laatste vier weken heeft,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
[de minderjarige 1]
De vader wil dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] met ingang van 1 augustus 2025 bij hem wordt vastgesteld omdat [de minderjarige 1] sindsdien feitelijk bij hem zou wonen. Nu [de minderjarige 1] zelf tegenover de kinderrechter heeft aangegeven dat hij sinds een jaar voornamelijk bij de vader woont en de moeder op de zitting heeft erkend dat [de minderjarige 1] vaker bij de vader verblijft dan bij haar, ziet de rechtbank aanleiding om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] bij de vader vast te stellen. De hoofdverblijfplaats kan niet met terugwerkende kracht worden gewijzigd omdat dit in zijn algemeenheid rechtsonzekerheid meebrengt en dit onwenselijk is. De rechtbank zal daarom de hoofdverblijfplaats van Wes per datum beschikking vaststellen. Wat de feitelijke zorg voor [de minderjarige 1] in de periode hiervoor betekent voor de kosten van [de minderjarige 1] zal in de alimentatieprocedure aan de orde komen.
[de minderjarige 2] en [de minderjarige 3]
Op de zitting hebben de ouders overeenstemming bereikt over de reguliere zorgregeling voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . De ouders zijn overeengekomen dat een co-ouderschapsregeling zal gelden, inhoudende dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] steeds drie weken bij de vader verblijven, gevolgd door drie weken bij de moeder, waarbij het wisselmoment op zondag tussen 13:00 uur en 14:00 uur zal plaatsvinden. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, nu zij dit ook in het belang van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] acht. Aangezien [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] evenveel tijd bij beide ouders zullen doorbrengen, is er geen reden om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] te wijzigen. De rechtbank zal het verzoek van de vader daartoe afwijzen.
De vader heeft verzocht om de vakantieregeling te wijzigen. Gezien de leeftijd van [de minderjarige 1] ( [de minderjarige 1] wordt bijna 18) gaat de rechtbank ervan uit dat dit alleen geldt voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . De vader wil dat de vakanties en feestdagen gelijk tussen de ouders worden verdeeld, waarbij de kinderen in de zomervakantie in de even jaren de eerste vier weken bij de moeder verblijven en de laatste vier weken bij de vader, en in de oneven jaren andersom.
De rechtbank zal de door vader verzochte regeling overnemen voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . In afwijking van het verzoek van de vader, maar overeenkomstig de reguliere zorgregeling, zal het wisselmoment steeds op zondag tussen 13:00 uur en 14:00 uur plaatsvinden. De overige feestdagen en vakanties zullen bij helfte worden verdeeld, nu de moeder daar geen verweer tegen heeft gevoerd.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 5 oktober 2021 en het daarin opgenomen divorce agreement met parenting plan van 27 augustus 2021 – :
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] , [land 1] , de hoofdverblijfplaats heeft bij de vader;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
steeds drie weken bij de vader verblijven, gevolgd door drie weken bij de moeder, met het wisselmoment op zondag tussen 13:00 uur en 14:00 uur;
*
stelt voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] een vakantie- en feestdagenregeling vast, inhoudende dat:
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.