ECLI:NL:RBDHA:2026:27041

ECLI:NL:RBDHA:2026:27041

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer NL25.60477
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

afwijzing asiel. Beroep niet-ontvankelijk wegens MOB-melding en geen contact meer met eiser sindsdien.

Uitspraak

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep en afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Heeft eiser nog belang bij de beoordeling van zijn beroep?

3. De rechtbank moet, voordat zij aan een inhoudelijke beoordeling toekomt, beoordelen of eiser nog belang heeft bij de behandeling van zijn ingestelde beroep. Daarover overweegt de rechtbank als volgt.

4. Op 7 januari 2026 heeft de minister de rechtbank bericht dat eiser op 30 december 2025 volgens meldingen van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) met onbekende bestemming is vertrokken (dit is een zogenoemde MOB-melding) en dat hij zich tot op heden niet heeft gemeld. Op 4 september 2026 heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd bericht geen contact meer te hebben met eiser.

5. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat, als een vreemdeling zoals eiser met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van moet worden uitgegaan dat hij geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. Dit is anders als eiser na de MOB-melding nog contact heeft onderhouden met zijn gemachtigde.

6. Gelet op de omstandigheid dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem heeft, is de rechtbank van oordeel dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk wegens een gebrek aan procesbelang.

7. De rechtbank ziet zich, gelet hierop, nog slechts voor de vraag gesteld of het digitale dossier aanleiding geeft om aan te nemen dat sprake is van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten of omstandigheden als bedoeld in het arrest Bahaddar. Dergelijke bijzondere feiten of omstandigheden doen zich voor, als hetgeen is aangevoerd en overgelegd onmiskenbaar tot het oordeel leidt dat gedwongen overdracht schending zou opleveren van artikel 3 van het EVRM. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan geen sprake.

8. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Pirs, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L. Dolfing

Griffier

  • mr. S. Pirs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand