ECLI:NL:RBDHA:2026:27049

ECLI:NL:RBDHA:2026:27049

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer NL26.40112 en NL26.40113
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

In deze uitspraak ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of eiser overgedragen kan worden aan België. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is van belang om vast te stellen of eiser als alleenstaande man als kwetsbaar of niet-kwetsbaar moet worden aangemerkt. De rechtbank is van oordeel dat nu eiser ten onrechte medisch niet is onderzocht, niet kan worden vastgesteld of eiser als kwetsbaar of niet-kwetsbaar is aan te merken. Deze vaststelling is echter wel relevant is voor de beoordeling van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België. De minister heeft het belang van een medisch onderzoek en duidelijkheid over de medische dan wel psychische toestand van eiser op zitting onderkend en desgevraagd toegezegd om eiser medisch dan wel psychisch te laten onderzoeken. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

[eiser],

geboren op [geboortedag] 1999, van Kameroense nationaliteit, eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. F. Arslan),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. D. Van Hout).

Inleiding

1. Met het besluit van 15 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister eiser bericht dat hij op grond van artikel 17, vijfde lid, van de Asiel- en Migratiebeheerverordening (hierna: AMbV), verplicht is mee te werken aan zijn overdracht aan België. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep en de voorlopige voorziening hangende dit beroep op 27 augustus 2026 op zitting behandeld.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de door eiser ingediende asielaanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser overgedragen kan worden aan België. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is van belang om vast te stellen of eiser als alleenstaande man als kwetsbaar of niet-kwetsbaar moet worden aangemerkt. Dit is relevant in het kader van de beoordeling of ten aanzien van België van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Uit de Afdelingsuitspraak van 23 juli 2025 volgt namelijk dat ten aanzien van niet-kwetsbare alleenstaande mannen niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

4. De rechtbank heeft op 27 juli 2026 een bericht ontvangen van de minister om de zaak van eiser versneld te behandelen. Eiser heeft namelijk op de COA-locaties waar hij verblijft dan wel heeft verbleven overlast veroorzaakt.

Zo heeft eiser op 20 juni 2026 op de COA-locatie aan spelende kinderen zijn geslachtsdeel getoond en daarbij aangeraakt, hetgeen grote impact heeft gemaakt op de kinderen en andere getuigen hiervan. Eiser is in reactie overgeplaatst naar een COA-locatie voor mannen en zijn leefgeld is een aantal weken ingehouden. Tijdens een gesprek begin juli 2026 over het inhouden van het leefgeld verhief eiser meerdere malen zijn stem, sloeg hij met een gebalde vuist op tafel en schreeuwde hij dat hij niet begreep waarom hij niet in de openbare ruimte aan zichzelf mocht zitten. Een paar dagen later heeft eiser COA-medewerkers op hun kantoor uitgescholden, waarop de beveiliging moest worden geroepen om eiser uit het COA-kantoor te verwijderen. Medio juli 2026 weigerde eiser zijn kamer tijdelijk te verlaten in verband met de wekelijkse schoonmaak waarbij hij een COA-medewerker uitschold. Hij schopte wild om zich heen en sloeg meerdere keren hard met zijn hand tegen de muur. Later diezelfde dag schold eiser een andere COA-medewerker uit en toonde hij non-verbaal agressief en intimiderend gedrag. De situatie liep zodanig uit de hand dat de COA- en de beveiligingsmedewerkers zich genoodzaakt voelden om de politie in te schakelen. Een paar dagen daarna schold eiser wederom een COA-medewerker uit toen hij werd aangesproken op zijn overlastgevende gedrag, waarbij de beveiliging geroepen moest worden.

Eiser wordt daarnaast verdacht van het inbreuk maken op de openbare orde. Eiser is gedagvaard voor het gebruik van geweld tegen beroepsoefenaars van de politie op 27 mei 2026 in Ter Apel. Dit betreft een incident waarbij eiser bij een supermarkt werd aangesproken op het bedelen. Eiser heeft zich zeer recalcitrant en verbaal geuit tegen de medewerkers van de handhaving, waarbij eiser een medewerker in het gezicht heeft gespuugd toen hij eiser in de dienstauto wilde zetten om terug te brengen naar Ter Apel. Op het moment dat een collega van de handhaving de politie belde, heeft eiser geprobeerd met een aansteker de leren bekleding van de dienstauto in de brand te steken. Toen de medewerker de aansteker wilde afpakken, spuugde eiser nogmaals in het gezicht van de medewerker.

Gelet op bovenstaande incidenten verzocht de minister de rechtbank om een versnelde behandeling van de beroepsprocedure van eiser.

5. De gemachtigde van eiser heeft in reactie op het verzoek van verweerder op 27 juli 2026 aan de rechtbank bevestigd dat communicatie met eiser zeer moeilijk is. Eiser is heel grof, scheldt, vloekt en is behoorlijk dominant. Hij praat in zichzelf en leeft in zijn eigen wereld. De gemachtigde merkt hierbij op dat uit het dossier niet blijkt van een medisch onderzoek en stelt dat dit in onderhavige zaak wel op zijn plaats zou zijn.

6. De zaak van eiser is vervolgens versneld op zitting gepland op 27 augustus 2026. Op de zitting is met partijen besproken of eiser kan worden aangemerkt als kwetsbaar of niet-kwetsbare alleenstaande man. De minister heeft op de zitting bevestigd dat geen medisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Gelet op bovenstaande informatie over het gedrag en de psychische toestand van eiser, had het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van de minister gelegen om hier nader onderzoek naar te doen. De rechtbank is van oordeel dat nu eiser ten onrechte medisch niet is onderzocht, niet kan worden vastgesteld of eiser als kwetsbaar of niet-kwetsbaar is aan te merken. Deze vaststelling is echter wel relevant is voor de beoordeling van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België. De minister heeft het belang van een medisch onderzoek en duidelijkheid over de medische dan wel psychische toestand van eiser op zitting onderkend en desgevraagd toegezegd om eiser medisch dan wel psychisch te laten onderzoeken.

7. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd.

8. Voor de volledigheid gaat de rechtbank nog in op de volgende beroepsgrond. Eiser stelt in het bestreden besluit staat dat de minister eiser op de hoogte heeft gesteld van de kennisgeving en dat er geen bezwaren zijn gemaakt tegen de overdracht aan België. In het dossier is echter geen document ter onderbouwing van een bespreking met eiser waaruit blijkt dat geen bezwaren zijn. De minister heeft op de zitting toegelicht dat op 8 juli 2026 de informatiebrief aan eiser is verstuurd dat zijn asielprocedure onder de nieuwe verordening valt, te weten de Asiel- en Migratiebeheerverordening na de inwerkingtreding van het EU Pact op 12 juni 2026. Eiser is daarom niet gehoord en er is geen voornemen uitgebracht. De kennisgeving aan België op 1 juli 2026 is automatisch in het Advocatenportaal geüpload. Eiser heeft vervolgens geen vragen, opmerkingen, bezwaren of bijzondere omstandigheden naar voren gebracht na ontvangst van eerdergenoemde brief van 8 juli 2026. Omdat eiser dit niet heeft gedaan, is in het bestreden besluit opgenomen dat eiser geen bezwaren kenbaar heeft gemaakt. De rechtbank overweegt dat de vaststelling in het bestreden besluit dat eiser geen bezwaar heeft gemaakt feitelijk bezien wel juist is, zij het dat deze vaststelling, gelet op de nieuwe terugnameprocedure in Ambv, onnodig vragen kan oproepen bij eiser. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond geen aanleiding geeft tot het oordeel dat het bestreden besluit gebrekkig is.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit in strijd is genomen met het zorgvuldigheidsbeginsel conform artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank draagt de minister op om eiser medisch dan wel psychisch te laten onderzoeken en om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.

10. Nu op het beroep is beslist, bestaat geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen.

11. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet de proceskostenvergoeding betalen. De rechtbank stelt deze vergoeding aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank, in de zaak NL26.40112:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

De voorzieningenrechter, in de zaak NL26.40113:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

De rechtbank, in beide zaken:

- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Smayel, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. K.J. Vos, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.J. Vos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand