RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.31518-2
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),
en
Procesverloop
In het besluit van 4 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van
eiser niet in behandeling genomen omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
In de uitspraak van 25 juni 2026, bekendgemaakt op 26 juni 2026, met kenmerk
ECLI:NL:RBDHA:2026:17656 heeft de rechtbank het beroep kennelijk gegrond verklaard.
In de uitspraak van 10 augustus 2026, bekendgemaakt op 11 augustus 2026, met kenmerk ECLI:NL:RBDHA:2026:22503 heeft de rechtbank het daartegen door verweerder gedane verzet gegrond verklaard en de uitspraak van 25 juni 2026 vervallen verklaard.
De rechtbank heeft het voornemen geuit om opnieuw uitspraak te doen op het beroep zonder een zitting te houden. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te verzoeken om een zitting. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Beoordeling door de rechtbank
1. Verweerder heeft meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
2. Eisers gemachtigde heeft desgevraagd meegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eiser.
3. Hieruit moet worden afgeleid dat eiser geen prijs meer stelt op de aanvankelijk door hem in Nederland gezochte internationale bescherming. Dit volgt uit de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met name de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662. Er is daarmee geen procesbelang meer aanwezig.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 14 september 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.