ECLI:NL:RBDHA:2026:27070

ECLI:NL:RBDHA:2026:27070

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer NL25.58788
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft uitvoerig verklaard over de druk die op hem als rechercheur werd uitgeoefend om te frauderen met bewijsmateriaal, hetgeen door de minister geloofwaardig is bevonden. In geschil tussen partijen is of eiser bij terugkeer naar El Salvador een gegronde vrees voor vervolging heeft. De rechtbank stelt vast dat geen algemeen ambtsbericht beschikbaar is over El Salvador. De omstandigheden bij de politie in El Salvador waarover eiser heeft verklaard worden echter wel bevestigd door objectieve openbare bronnen. Uit de beschikbare landeninformatie volgt een duidelijk beeld van corruptie, willekeur en mensenrechtenschendingen. Ook volgt uit deze landeninformatie dat eiser geen garantie op een eerlijk proces heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de relevante landeninformatie over El Salvador onvoldoende betrokken in de besluitvorming. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

geboren op [geboortedag] 1991, van Salvadoraanse nationaliteit, eiser

(gemachtigde: mr. H.M. Pot),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. D. van Hout).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De minister heeft met het bestreden besluit van 17 november 2025 de aanvraag afgewezen als ongegrond en aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, als tolk V. Duivestijn in de taal Spaans en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het asielrelaas

4. Eiser heeft aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd dat hij in El Salvador werkte als rechercheur bij de politie. Hij is onder druk gezet om bewijs te vinden in zaken waarin geen bewijs te vinden was. Eiser heeft hier een aantal keer deels aan meegewerkt, maar wilde dat in andere zaken niet doen. Bij terugkeer vreest eiser te worden veroordeeld vanwege plichtsverzuim en het verlaten van de werkplek zonder toestemming, waarbij hij vreest voor de willekeur en corruptie in deze strafoplegging.

Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:

Identiteit, nationaliteit en herkomst;

Eiser is onder druk gezet om te frauderen met bewijsmateriaal.

De minister vindt beide asielmotieven geloofwaardig. Uit de verklaringen blijkt echter niet dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft. Tot aan eisers vertrek naar Nederland is hij niet onder de druk bezweken en heeft hij niet gefraudeerd met bewijsmateriaal. Hieruit blijkt niet dat het onmogelijk was om weerstand te blijven bieden tegen de druk om te frauderen. Ook duiden deze omstandigheden er niet op dat de autoriteiten eiser vanwege het weigeren om te frauderen met bewijsmateriaal wilden vervolgen. Tot aan eisers vertrek heeft hij niet in de negatieve aandacht gestaan van de autoriteiten. Eiser kon blijven werken, ontving loon, kon in deze periode een paspoort verkrijgen en kon het land op legale wijze verlaten. In Decreto No. 518 Ley Disciplinria Polica worden sancties vermeld op overtredingen gemaakt door politieagenten. Hierin wordt gesproken over mondelinge en schriftelijke waarschuwingen, arrestatie zonder behoud van loon gedurende vier tot vijf dagen of schorsing zonder behoud van loon gedurende 60 tot 90 dagen. Degradatie en ontslag kunnen volgen na het niet verschijnen op het werk. Volgens het Salvadoraanse strafrecht bestaat de mogelijkheid om een gevangenisstraf op te leggen als iemand weigert een opdracht uit te voeren. Echter blijkt uit artikel 320 van het Salvadoraanse strafrecht ook dat het niet is toegestaan om druk op iemand uit te oefenen en staat hier ook een gevangenisstraf op. Uit landeninformatie blijkt niet in welke gevallen wordt overgegaan op het opleggen van een gevangenisstraf of vervolging. Er komt vooral een beeld naar voren dat mensen bij weigering mee te werken aan onrechtmatige arrestaties te maken krijgen met ongewenste overplaatsing of andere strafmaatregelen. Bovendien blijkt uit Decreto No. 82 dat er een instantie is die toezicht houdt op het werk van de politie en onderzoek kan doen naar misstanden binnen de politie. Hieruit blijkt niet dat het helemaal niet mogelijk is om bescherming te vragen tegen meerderen die hun positie misbruiken door eiser onder druk te zetten.

De beroepsgronden van eiser

5. Eiser voert aan dat uit het bestreden besluit onvoldoende blijkt dat de minister de relevante landeninformatie heeft betrokken. De minister werpt eiser tegen dat hij onvoldoende duidelijk heeft gemaakt in welke gevallen van werkweigering of plichtsverzuim een gevangenisstraf wordt opgelegd, maar dit is juist het probleem; de willekeur bij het opleggen van straffen en corruptie in El Salvador waardoor eiser gevaar loopt. Eiser wijst op een artikel van Human Rights Watch van 27 juni 2025, waaruit volgt dat in El Salvador sprake is van willekeurige arrestaties en dat druk wordt uitgeoefend op politieagenten om dagelijkse arrestatiequota’s te halen. Daarbij volgt uit ditzelfde rapport dat in El Salvador ernstige schendingen van het recht op een eerlijk proces plaatsvinden. Het standpunt van de minister dat eiser bij terugkeer geen gegronde vrees heeft, is dan ook onvoldoende gemotiveerd.

Het oordeel van de rechtbank

6. De rechtbank overweegt als volgt. Eiser heeft uitvoerig verklaard over de druk die op hem als rechercheur werd uitgeoefend om te frauderen met bewijsmateriaal, hetgeen door de minister geloofwaardig is bevonden. In geschil tussen partijen is of eiser bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging heeft. De rechtbank stelt vast dat geen algemeen ambtsbericht beschikbaar is over El Salvador. De omstandigheden bij de politie in El Salvador waarover eiser heeft verklaard worden echter wel bevestigd door objectieve openbare bronnen. Zo wijst eiser terecht op het artikel van Human Rights Watch waarin onder andere staat dat:

“Officers said that they were often punished if they failed to meet daily arrest quoatas. Some said they could not go off duty, have a meal, or rest at the station until they had met their quota. When officers refused or raised concerns about lack of evidence to justice an arrest, they were threatened with undesirable transfers or with being charged with the crime of “breach of duty”.”

Verder volgt uit een recent artikel van 15 juli 2026 van Amnesty International dat sprake is van corruptie, waarbij de rechterlijke instanties willekeurige aanhoudingen goedkeuren.

“(…) the adoption of procedural reforms incompatible with international human rights standards that have progressively transformed the Salvadoran criminal and judicial system. In numerous documented cases, the courts have ceased to exercise effective control over the actions of police, prosecutors and other state authorities, and have instead become bodies that validate arbitrary detentions and uphold serious deprivations of liberty even in the absence of verifiable evidence or sufficient individualized assessments.”

In het eerder benoemde artikel van Human Rights Watch volgt ook dat sprake is van mensenrechtenschendingen en ernstige schendingen van het recht op een eerlijk proces.

“Human Rights Watch has documented widespread human rights violations during the state of emergency including arbitrary detention, torture and other ill-treatment, and serious due process violations.”

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de relevante landeninformatie zoals hierboven uiteengezet onvoldoende betrokken in de besluitvorming. De minister betrekt immers enkel het bestaan van strafrechtelijke artikelen en het bestaan van een toezichthoudende instantie, terwijl uit de beschikbare landeninformatie een duidelijk beeld van corruptie, willekeur en mensenrechtenschendingen volgt. Zoals volgt uit bovenstaande landeninformatie heeft eiser bovendien geen garantie op een eerlijk proces. De feitelijke invulling van de strafrechtelijke artikelen is door de minister dan ook onvoldoende kenbaar betrokken. Hoewel het in beginsel aan de vreemdeling is om zijn vrees voor vervolging of ernstige schade aannemelijk te maken, had het in deze zaak op de weg van de minister gelegen om nader onderzoek te verrichten. Eiser heeft namelijk geloofwaardig verklaard en zijn verklaringen vinden steun in objectieve openbare bronnen. De minister benoemt zelf ook dat uit landeninformatie niet blijkt in welke gevallen wordt overgegaan tot het opleggen van een gevangenisstraf of vervolging, waardoor niet valt in te zien dat de minister hier geen nader onderzoek naar heeft verricht.

De rechtbank acht het daarbij niet vreemd dat eiser kon blijven werken, loon ontving een paspoort heeft verkregen en het land op legale wijze heeft verlaten. Eiser was op dat moment namelijk werkzaam bij de politie. De huidige situatie echter, waarin eiser zijn werkplek zonder toestemming heeft verlaten en inmiddels ruim een jaar afwezig is gebleven, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende zorgvuldig onderzocht waarbij bovenstaande landeninformatie onvoldoende is betrokken.

Tot slot merkt de rechtbank op dat eiser op de zitting nog over aanvullende documenten bleek te beschikken. De rechtbank verzoekt de gemachtigde van eiser dan ook om deze stukken vooralsnog aan het dossier toe te voegen, zodat de minister deze stukken in het nieuw te nemen besluit kan betrekken en beoordelen op relevantie.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond. De rechtbank is namelijk van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen, door de openbare informatie over El Salvador, zoals volgt uit overwegingen 6, 6.1. en 6.2., onvoldoende te betrekken bij het oordeel. De minister heeft dan ook onvoldoende gemotiveerd dat eiser bij terugkeer geen gegronde vrees voor vervolging heeft. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank draagt de minister op om binnen vier weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak.

8. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet de proceskostenvergoeding betalen. De rechtbank stelt deze vergoeding aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt de minister op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Smayel, rechter, in aanwezigheid van mr. K.J. Vos, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Smayel

Griffier

  • mr. K.J. Vos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand