ECLI:NL:RBDHA:2026:27076

ECLI:NL:RBDHA:2026:27076

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-07-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer NL25.29198
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Samenvatting: asiel ongegrond. De minister heeft niet ten onrechte overwogen dat het ongeloofwaardig is dat eiseres in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten van Eritrea wegens het behoren tot de Pinkstergemeente. Het is verder niet aannemelijk geworden dat eiseres zich bij terugkeer naar Eritrea terughoudend zou moeten opstellen in haar uiting van het geloof. Eiseres stelt bij terugkeer naar Eritrea van plan te zijn om haar geloof actief in het openbaar te uiten, maar heeft zich eerder in Eritrea en ook in Nederland niet op zodanige wijze geuit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.29198

(gemachtigde: mr. V. Senczuk),

en

(gemachtigde: mr. B. Goossens).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft niet ten onrechte overwogen dat het ongeloofwaardig is dat eiseres in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten van Eritrea wegens het behoren tot de Pinkstergemeente. Het is verder niet aannemelijk geworden dat eiseres zich bij terugkeer naar Eritrea terughoudend zou moeten opstellen in haar uiting van het geloof. Eiseres stelt bij terugkeer naar Eritrea van plan te zijn om haar geloof actief in het openbaar te uiten, maar heeft zich eerder in Eritrea en ook in Nederland niet op zodanige wijze geuit. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Eritrese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1952. De minister heeft met het bestreden besluit van 4 juni 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 29 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar dochter [naam] , de gemachtigde van eiseres, S.B. Aniania als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

Het asielrelaas

3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Vanaf haar 20e jaar behoorde eiseres tot de Pinkstergemeenschap, een in Eritrea verboden religieuze groep. Hoewel zij zelf nooit persoonlijke problemen heeft ondervonden, heeft zij wel eenmalig een politie-inval meegemaakt waarbij de pastoor is opgepakt. De kleinzoon van eiseres is in 2021 ook meegenomen door de politie. Nadat eiseres vertrokken is naar Nederland is haar huis dichtgetimmerd en zijn haar twee dochters opgepakt. Bij terugkeer vreest eiseres opgepakt te worden en naar de gevangenis te moeten.

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:- identiteit, nationaliteit en herkomst; - problemen vanwege het behoren tot de Pinkstergemeente.

5. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Ook volgt de minister dat eiseres behoort tot de Pinkstergemeente. Dat zij als gevolg daarvan problemen heeft ondervonden met de autoriteiten, vindt de minister echter ongeloofwaardig. Eiseres heeft hierover volgens de minister onvoldoende samenhangend en aannemelijk verklaard. Volgens de minister is het niet aannemelijk geworden dat de autoriteiten op de hoogte waren dat eiseres tot de Pinkstergemeente behoorde. Ook heeft zij summier en wisselend verklaard over het dichttimmeren van haar woning en over het incident met de pastoor. Verder werpt de minister aan eiseres in dit kader tegen dat zij na het incident met haar kleinzoon voor langere tijd zonder problemen in Eritrea heeft gewoond, en dat zij met een visum legaal het land heeft verlaten. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.Heeft de minister in de gehoren voldoende rekening gehouden met het referentiekader?

6. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de minister bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van haar relaas onvoldoende rekening heeft gehouden met haar (medische) beperkingen en haar referentiekader. Bij de beoordeling door MediFirst is geconstateerd dat zij moeite heeft met tijds- en geografische aanduidingen, het terughalen van gebeurtenissen en met het bespreken van pijnlijke gebeurtenissen uit het verleden. Als daarvan sprake is, dan kan volgens eiseres niet van haar verwacht worden dat zij haar relaas chronologisch goed heeft kunnen vertellen.

7. Volgens de minister is er voldoende rekening gehouden met deze bevindingen van MediFirst. Aan eiseres wordt niet tegengeworpen dat zij geen specifieke jaartallen kan noemen, maar er mag van haar wel worden verwacht dat zij kan aangeven wanneer een gebeurtenis ongeveer heeft plaatsgevonden. De minister werpt aan eiseres tegen dat haar relaas op het punt van de inval en de arrestatie van de pastoor bestaat uit twee verhaallijnen die niet naast elkaar kunnen bestaan. Eiseres heeft enerzijds verklaard dat de pastoor in november 2021 is opgepakt en dat de politie hem toen 5 jaar heeft vastgehouden. Anderzijds verklaart zij dat zij eind 2022 naar Nederland is gevlucht nadat de pastoor weer was vrijgelaten en opnieuw werd opgepakt. Verder verklaart eiseres wisselend over het aantal keren dat er een dergelijke inval plaatsvond, zonder dat daarvoor een goede verklaring wordt gegeven.

8. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat de minister bij de beoordeling van haar asielrelaas onvoldoende rekening heeft gehouden met de medische informatie en haar referentiekader. Uit het advies van MediFirst volgt dat eiseres heeft aangegeven dat zij moeite heeft met tijds- en geografische aanduidingen, het terughalen van gebeurtenissen en met het bespreken van pijnlijke gebeurtenissen uit het verleden. De minister heeft hier rekening mee gehouden door niet aan eiseres tegen te werpen dat zij geen exacte data en jaartallen kan noemen. Dit neemt echter niet weg dat van eiseres verwacht mag worden dat zij tot op zekere hoogte kan verklaren wanneer bepaalde gebeurtenissen plaatsvonden die voor haar aanleiding waren om haar land te verlaten. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat de minister terecht opmerkt dat de twee verhaallijnen over het incident met de pastoor niet naast elkaar kunnen bestaan en dat ook de wisselende verklaringen over het aantal invallen niet door de (medische) beperkingen van eiseres kunnen worden verklaard. De beroepsgrond slaagt daarom niet. Mocht de minister het ontbreken van het paspoort en andere documenten tegenwerpen?

9. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het ontbreken van het paspoort niet aan haar kan worden tegengeworpen. Ze weet niet wanneer het is kwijtgeraakt. Dat zij daar niet goed over kan verklaren heeft alles te maken met haar referentiekader.

10. De minister geeft aan dat hij aan eiseres niet zo zeer tegenwerpt dat zij het paspoort is kwijtgeraakt, maar vooral dat zij wisselend heeft verklaard over het doen van aangifte daarvan door haar dochter.

11. Gelet op wat in punt 8 is overwogen is de rechtbank van oordeel dat van eiseres verwacht mag worden dat zij in globale bewoordingen meer kan verklaren over het kwijtraken van haar paspoort. Dat zij dit niet kon gelet op haar beperkingen en referentiekader, volgt de rechtbank daarom niet. Voor zover eiseres stelt dat zij niet aan overige documenten kon komen ter onderbouwing van haar relaas, omdat die stukken in haar dichtgespijkerde woning liggen, volgt de rechtbank dat betoog ook niet. De minister heeft niet zo zeer aan eiseres tegengeworpen dat zij niet over alle documenten beschikt, maar wel dat het ontbreken van een goede verklaring daarvoor afdoet aan de geloofwaardigheid van het relaas. De rechtbank kan de minister daarin volgen. Eiseres heeft verder op geen enkele wijze onderbouwd of zij nog pogingen heeft ondernomen om toch nog aan onderbouwende documenten uit Eritrea te komen. Van bewijsnood is daarom ook niet gebleken. De beroepsgrond slaagt niet. Heeft eiseres problemen vanwege het behoren tot de Pinkstergemeente?

12. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de minister haar problemen in Eritrea vanwege het behoren tot de Pinkstergemeente ten onrechte ongeloofwaardig heeft gevonden. Volgens eiseres zijn de autoriteiten op de hoogte van haar geloofsovertuiging en is zij om die reden ontslagen. Ook wordt zij door de autoriteiten in de gaten gehouden.

13. De minister stelt zich op het standpunt dat de stelling van eiseres dat zij in de gaten wordt gehouden slechts is gebaseerd op vermoedens. Dat er mensen zijn opgepakt in de omgeving van eiseres betekent volgens de minister verder ook niet dat eiseres zelf (ook) in de gaten wordt gehouden. Dat er meer mensen zijn ontslagen bij de overheidsinstantie waar eiseres voor werkte maakt nog niet dat zij is ontslagen omdat zij lid was van de Pinkstergemeente.

14. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft overwogen dat de stelling van eiseres dat zij door de overheid in de gaten wordt gehouden als actief lid van de Pinkstergemeente is gebaseerd op aannames. Eiseres heeft niet onderbouwd dat de autoriteiten in haar geval weten of bijhouden dat zij tot de Pinkstergemeente behoort. Dat haar buren geen contact meer met haar zouden hebben omdat ze vanwege haar geloofsovertuiging zou zijn verstoten, is ook niet onderbouwd. Er volgt nergens uit dat het niet hebben van contact met de buren komt door het geloof, en als dat al het geval zou zijn volgt ook nergens uit dat haar buren dit zouden hebben gemeld bij de autoriteiten.

15. In dit kader wijst de minister er verder niet ten onrechte op dat het onlogisch is dat eiseres, als zij in de negatieve belangstelling zou staan van de autoriteiten, toch een paspoort en een uitreisvisum zou hebben gekregen. In het Algemeen Ambtsbericht 2025 over Eritrea staat immers dat dit alleen in uitzonderlijke gevallen wordt verstrekt. In het licht van deze informatie heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat het verkrijgen van deze documenten afdoet aan de stelling van eiseres dat zij in de negatieve belangstelling staat van de overheid. Eiseres heeft op de zitting daarover nog verklaard dat de douane in Eritrea niet hetzelfde is als de centrale overheid en dat zij niet beschikken over dezelfde systemen, maar die stelling heeft zij op geen enkele wijze onderbouwd.

16. De rechtbank volgt verder de stelling van eiseres niet dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat het in het besluit genoemde ambtsbericht op dat moment niet was gepubliceerd. De minister heeft het ambtsbericht namelijk wel gebruikt en de relevante informatie daaruit is in het bestreden besluit opgenomen, zodat eiseres daar kennis van heeft kunnen nemen. Om die reden kan ook niet worden gesproken van een motiveringsgebrek. Inmiddels is het ambtsbericht bovendien wel gepubliceerd.

17. De rechtbank komt tot de conclusie dat de minister niet ten onrechte heeft overwogen dat het ongeloofwaardig is dat eiseres in beeld is bij de overheid als actief lid van de Pinkstergemeente en dat zij om die reden problemen heeft ondervonden met de autoriteiten. De beroepsgronden slagen niet. Is er gegronde vrees bij terugkeer?

18. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij bij terugkeer naar Eritrea als actief lid van de Pinkstergemeente vreest voor ernstige schade. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) mag van haar niet worden verwacht dat zij zich terughoudend opstelt in haar uiting van het geloof en moet daarbij als maatstaf worden genomen hoe zij zich in Nederland heeft geuit. Eiseres gaat hier elke zondag naar de kerk en praat met landgenoten over het geloof. Zij wil dat in Eritrea ook blijven doen.

19. De minister erkent dat mensen die zich in Eritrea sterk profileren als lid van de Pinkstergemeente in de problemen kunnen komen met de overheid. Volgens de minister is echter niet gebleken dat eiseres dat van plan is, omdat zij dat eerder niet heeft gedaan en ook niet heeft verklaard dat zij in Nederland haar geloof heel anders is gaan belijden. In Eritrea ging eiseres in het geheim naar de kerk ging en bad zij thuis. Ook in Nederland is eiseres geen actief lid van de Pinkstergemeente. Ze stelt naar de kerk te gaan, maar dat is niet onderbouwd. Verder is ook niet gebleken dat eiseres zich in Eritrea actief wil gaan bezighouden met evangeliseren of zich actief wil gaan profileren als lid van de Pinkstergemeente.

20. De rechtbank overweegt dat uit het arrest Y en Z en de daaropvolgende uitspraken van de Afdeling volgt dat de minister van een vreemdeling niet mag verlangen dat zij zich, om vervolging te voorkomen, terughoudend zal opstellen bij de uitoefening van haar geloofwaardig geachte geloofsovertuiging in het land van herkomst. Bij een geloofwaardig geachte geloofsovertuiging moet de minister onderzoeken en beoordelen of, en zo ja hoe, een vreemdeling na terugkeer naar haar land van herkomst uiting wil geven aan dat geloof. De minister moet daarbij betrekken hoe de vreemdeling invulling heeft gegeven aan het geloof sinds haar aankomst in Nederland en moet er daarbij, als de vreemdeling niet uitdrukkelijk verklaart over de manier van uiting van dat geloof bij terugkeer, vanuit gaan dat de vreemdeling na terugkeer op dezelfde wijze uiting aan het geloof wil geven als zij in Nederland heeft gedaan. De minister betrekt bij de beoordeling hoe de vreemdeling zich in het land van herkomst heeft gedragen, hoe zij zich in Nederland heeft gedragen en waarom het uiten van het geloof belangrijk voor haar is.

21. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft overwogen dat eiseres haar geloof eerder in Eritrea niet in het openbaar heeft geuit en uit de feiten en omstandigheden die eiseres naar voren heeft gebracht niet blijkt dat zij zich in Nederland actief profileert als lid van de Pinkstergemeenschap. Eiseres heeft aangegeven dat zij nu wekelijks naar de kerk gaat. Ook heeft zij aangegeven dat zij het geloof wel actief wil uitdragen in Nederland, maar dat dit in de praktijk niet gaat in verband met de taalbarrière en de afstand tussen haar woonplaats en die van haar dochter. De minister heeft niet ten onrechte overwogen dat het in dit kader niet gaat om intenties maar om werkelijk gedrag. Eiseres heeft aangeven dat zij inmiddels in Nederland naar de kerk gaat, maar heeft dat niet onderbouwd met bewijsmiddelen. Daarnaast heeft eiseres op de zitting voor het eerst verklaard dat zij evangeliseert richting landgenoten die zij in Nederland tegenkomt, maar daarvan heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat ook deze stelling niet is onderbouwd.

22. De minister heeft er verder terecht op gewezen dat eiseres in haar relaas zelf heeft aangegeven dat zij maar beperkt onderscheid ziet tussen de Pinkstergemeente en de in Eritrea geaccepteerde Protestantse kerk. De minister heeft dit mogen meewegen in die zin dat het geloof bij eiseres niet een dusdanige plaats in haar (publieke) leven inneemt en dat daarom verwacht mag worden dat zij zich ook niet heel sterk zal gaan uiten in haar land van herkomst.

23. De minister heeft niet ten onrechte overwogen dat hij dus geen terughoudendheid van eiseres verwacht, omdat zij haar geloof in Eritrea op dezelfde wijze kan uitoefenen als zij eerder in Eritrea deed en nu in Nederland doet. De minister mocht daarom overwegen dat er geen sprake is van een reëel risico op ernstige schade of een gegronde vrees voor vervolging bij terugkeer naar Eritrea. Is het terugkeerbesluit terecht opgelegd?

24. Eiseres stelt dat ten onrechte aan haar een terugkeerbesluit is opgelegd. Omdat er op dit moment geen laissez-passer (lp) aanvragen worden gedaan, kan zij niet terugkeren.

25. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt. Het feit dat er geen lp-aanvragen worden ingediend staat namelijk in het geval van eiseres niet in de weg aan (vrijwillige) terugkeer naar Eritrea en ook niet aan het opleggen van een terugkeerbesluit. Omdat eiseres beschikt over een geldige Eritrese identiteitskaart kan zij reizen naar Eritrea. Een lp is daarvoor niet nodig.

Conclusie en gevolgen

26. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van de minister om de aanvraag af te wijzen in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. B.L. Kosterman-Meijer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van der Knijff

Griffier

  • mr. B.L. Kosterman-Meijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand