ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer NL26.51663
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Kennisgeving artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. Alle bewaringsgronden worden door eiser betwist. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om de gronden van de maatregel van vreemdelingenbewaring onvoldoende te achten. Daarnaast is de vreemdelingenbewaring op dit moment niet gericht op uitzetting, de beoordeling van een mogelijk risico op réfoulement vindt daarom plaats in de asielprocedure. Verder is de rechtbank van oordeel dat hetgeen eiser aanvoert met betrekking tot zijn recht op familie- en gezinsleven in het kader van artikel 8 van het EVRM niet slaagt. En heeft de minister ook terecht geen aanleiding gezien om aan eiser een lichter middel dan de maatregel van vreemdelingenbewaring op te leggen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.51663

(gemachtigde: mr. K. Ramdhan),

en

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het niet eens met die maatregel. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. Er is geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 3 september 2026 heeft de minister aan eiser, die stelt van Colombiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1994, de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, V. Duivesteijn als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

3. De minister kan in vreemdelingenbewaring stellen de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, subonderdeel 2° of onder h, subonderdeel 2° van de Vw voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw, als vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op vaststelling van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling en op het vaststellen van gegevens die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw en die niet zouden kunnen worden verkregen indien de aanvrager niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, met name wanneer er sprake is van een onderduikrisico. Deze gronden voor vreemdelingenbewaring zijn aanwezig, als de identiteit of de nationaliteit van de vreemdeling met onvoldoende zekerheid bekend en als door middel van vreemdelingenbewaring de gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning kunnen worden verkregen indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

De minister heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;o. niet langer beschikbaar is door te verzuimen melding te doen van afwezigheid in een bepaald opvangcentrum of aangewezen gebied van verblijf;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Eiser betwist alle bewaringsgronden die aan de maatregel van vreemdelingenbewaring ten grondslag zijn gelegd.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de gronden van de maatregel onvoldoende te achten. De minister heeft grond b aan de maatregel ten grondslag mogen leggen. Deze grond is feitelijk juist. Eiser heeft meerdere keren te horen bekregen dat hij Nederland moest verlaten, maar heeft daar geen gevolg aangegeven. Eiser stelt dat hij nooit een brief heeft gekregen en al die tijd in Alkmaar verbleef. Dat adres heeft hij ook doorgeven aan de IND. Echter heeft eiser op enig moment dit adres verlaten en heeft hij zelf geen contact onderhouden met de IND of met de vreemdelingenpolitie om een nieuw adres op te geven, zodat hij traceerbaar zou blijven. Ook heeft de minister grond c aan eiser kunnen tegenwerpen, omdat deze grond feitelijk juist is. Eiser beschikt al enige tijd niet meer over een paspoort omdat hij deze is kwijtgeraakt. Echter heeft eiser geen enkele actie ondernomen om aan een identificerend document te komen en wil hij ook geen contact met de autoriteiten van Colombia. Tot slot zijn gronden r en s feitelijk juist. Onder eiser is 43 euro aangetroffen. Hij heeft tijdens het gehoor verklaard dat hij op dat moment niet over voldoende middelen van bestaan beschikt en dat zijn vriendin hem onderhoudt. Ook zou eiser in verschillende hotels verblijven en daarmee geen vaste woon- of verblijfplaats hebben. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de gronden b, c, r en s de maatregel van vreemdelingenbewaring kunnen dragen en voldoende zijn om een onderduikrisico aan te nemen. De overige gronden behoeven daarom geen bespreking meer. De beroepsgrond slaagt niet.

4. Ook voert eiser aan dat de minister ten onrechte de vrees voor onmenselijke behandeling in Colombia niet bij de beoordeling heeft betrokken.

De rechtbank stelt vast dat eiser op 3 september 2026 (opnieuw) een asielaanvraag heeft ingediend. Deze asielprocedure loopt nog. Aangezien eiser op grond van artikel 59b van de Vw in vreemdelingenbewaring is gesteld in afwachting van zijn asielaanvraag, is de vreemdelingenbewaring op dit moment niet gericht op zijn uitzetting. De beoordeling van een mogelijk risico op réfoulement vindt daarom plaats in de asielprocedure. De beroepsgrond slaagt niet.

5. Verder voert eiser aan dat bij het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring onvoldoende rekening is gehouden met het familie- en gezinsleven van eiser. Eiser heeft verklaard dat hij een vriendin heeft met wie hij is verloofd. Hij woont al zes maanden samen met haar in verschillende hotels. Eiser beroept zich in dit verband op artikel 8 van het EVRM.

De rechtbank is van oordeel dat hetgeen eiser aanvoert met betrekking tot zijn recht op familie- en gezinsleven in het kader van artikel 8 van het EVRM niet slaagt. De rechtbank acht daarbij relevant dat eiser tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling heeft verklaard dat hij met zijn vriendin in verschillende hotels verbleef. Gelet hierop is niet gebleken van bijzondere omstandigheden met betrekking tot het recht op familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM die de minister bij het opleggen van de maatregel had moeten betrekken. Ter zitting heeft de vriendin van eiser toegelicht dat zij sinds een week de beschikking heeft over een appartement in onderhuur, maar niet officieel staat ingeschreven. Ook heeft zijn vriendin een kopie van haar (Spaanse) paspoort ingebracht en een verklaring overgelegd waaruit volgt dat eiser bij haar kan verblijven. Dat de woonsituatie van de vriendin inmiddels is veranderd, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Op grond hiervan kan namelijk niet zonder meer worden afgeleid dat eiser met zijn vriendin een gezinsleven uitoefent. Voor zover eiser heeft willen betogen dat sprake is van een afgeleid verblijfsrecht, volgt de rechtbank dit evenmin. Deze beroepsgrond slaagt niet.

6. Tot slot voert eiser aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet kan worden volstaan met een lichter middel, zoals een meldplicht. Ter onderbouwing hiervan verwijst eiser naar de overgelegde garantieverklaringen van zijn vriendin en zijn ouders. Zij kunnen erop toezien dat hij zijn meldplicht nakomt, aldus eiser.

De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel dan de maatregel van vreemdelingenbewaring op te leggen. In dit kader acht de rechtbank van belang dat, zoals in r.o. 3.4 is overwogen, de bewaringsgronden de maatregel kunnen dragen en dat hiermee het onderduikrisico is gegeven. Daarvoor is onder meer relevant dat eiser niet zelf beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats en evenmin over middelen van bestaan. Verder heeft de minister gewicht mogen toekennen aan de omstandigheid dat eiser eerder op 1 mei 2024, 8 oktober 2024 en 19 juni 2025 met onbekende bestemming (mob) is vertrokken. De door eiser overgelegde garantieverklaringen van zijn vriendin en ouders leiden niet tot een ander oordeel. Deze verklaringen bieden gelet op het voorgaande, onvoldoende waarborgen dat eiser zich niet aan het toezicht zal onttrekken, dan wel traceerbaar zal blijven. Het is de rechtbank verder niet gebleken dat sprake is van medische omstandigheden dan wel persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien om een lichter middel dan bewaring op te leggen. De beroepsgrond slaagt niet.

7. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank ook ambtshalve geen reden om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van B.S. Beens, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.B. de Boer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand