RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser/verzoeker, hierna te noemen: eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.61596 (beroep) en NL25.61597 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [v-nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
geboren op [geboortedag] 1979, van Tunesische nationaliteit,
alias
[alias 1] ,
[alias 2] ,
[alias 3] ,
[alias 4] ,
[alias 5] ,
[alias 6] , ,
(gemachtigde: mr. F. Boone),
en
(gemachtigde: mr. L.G. de Rooij).
Procesverloop
Bij besluit van 11 december 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en om een voorlopige voorziening verzocht, die ertoe strekt dat hij niet wordt uitgezet totdat op het beroep is beslist.
Per brief van 6 maart 2026 heeft de minister de rechtbank geïnformeerd dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft per bericht van diezelfde datum laten weten geen contact meer te hebben met eiser. Dit heeft de gemachtigde van eiser nogmaals bevestigd per bericht van 16 juli 2026 en
27 augustus 2026.
De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep op
7 september 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.61596:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.61597:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. Uit het dossier blijkt dat eiser op 27 februari 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. Niet is gebleken dat eiser zich sindsdien weer heeft gemeld bij de IND, het COa, de AVIM of DT&V. De gemachtigde van eiser heeft bij berichten van
6 maart 2026, 16 juli 2026 en 27 augustus 2026 medegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eiser.
2. Omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en hij geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde over de voortgang van de procedure, moet het ervoor worden gehouden dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Gelet hierop heeft hij geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 september 2026 door mr. J.C.E. Krikke, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.