Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummers: 09/136103-23 en 09/218613-24 (ttz. gev.)
Datum uitspraak: 12 februari 2026
Tegenspraak
(Promisvonnis)
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de meervoudige kamer verwezen zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[de verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,
verblijfadres: [adres] .
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 26 augustus 2024, 18 november 2024, 5 februari 2025, 1 mei 2025, 19 september 2025 (alle pro forma) en 28 januari 2026 (inhoudelijke behandeling).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. S. Polderman en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. T. Scheffer naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging - ten laste gelegd dat:
Dagvaarding I (09/136103-23)
1.
hij op één of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 10 januari 2023 tot en met 14 mei 2024 te Leiden en/of Katwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad
een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA/XTC, en/of een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of MDMA/XTC en/of heroïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op één of meerdere momenten in of omstreeks de periode 27 juli 2022 tot en met 14 mei 2024 te Leiden en/of Katwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van cocaïne, XTC/MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- besprekingen te voeren over de prijs en/of het transport van verdovende middelen van en/of naar Duitsland, althans van en/of naar het buitenland, en/of
- verdovende middelen voorhanden te hebben en/of vervolgens (per auto) verdovende middelen te vervoeren van en/of naar Duitsland, althans het buitenland;
Dagvaarding II (09/218613-24)
hij op of omstreeks 23 juli 2022 te Katwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [benadeelde] opzettelijk van het leven te beroven, met een scooter op die [benadeelde] is ingereden, en vervolgens die [benadeelde] :
-meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of nek en/of lichaam heeft geslagen en/of gestompt, en/of
-meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of nek en/of lichaam heeft getrapt, en/of
-meermalen, althans eenmaal, in het gezicht heeft gestampt,
terwijl die [benadeelde] op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 juli 2022 te Katwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een scooter op die [benadeelde] is ingereden, en vervolgens die [benadeelde] :
-meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of nek en/of lichaam heeft geslagen en/of gestompt, en/of
-meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of nek en/of lichaam heeft getrapt, en/of
-meermalen, althans eenmaal, in het gezicht heeft gestampt,
terwijl die [benadeelde] op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 juli 2022 te Katwijk openlijk, te weten op de Badstraat, in elk
geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] , door
met een scooter op die [benadeelde] in te rijden, en/of vervolgens die [benadeelde] :
-meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of nek en/of lichaam te slaan en/of te stompen, en/of
-meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of nek en/of lichaam te trappen, en/of
-meermalen, althans eenmaal, in het gezicht te stampen,
terwijl die [benadeelde] op de grond lag, terwijl dit door hem gepleegde geweld enig
lichamelijk letsel, te weten een botbreuk in het neusbeen en/of verwondingen,
zwellingen en/of blauwe plekken in het gezicht voor die [benadeelde] ten gevolge heeft
gehad;
3. De bewijsbeslissing
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het bij dagvaarding II met parketnummer 09/218613-24 tenlastegelegde en tot bewezenverklaring van het bij dagvaarding I met parketnummer 09/136103-23 onder 1 en 2 tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich namens de verdachte op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het bij dagvaarding II met parketnummer 09/218613-24 en het bij dagvaarding I met parketnummer 09/136103-23 onder 1 tenlastegelegde. Ten aanzien van het bij dagvaarding I onder 2 tenlastegelegde heeft de verdediging verzocht om de verdachte partieel vrij te spreken.
De beoordeling van de tenlastelegging
Dagvaarding II (09/218613-24): medeplegen poging doodslag, subsidiair medeplegen poging zware mishandeling, meer subsidiair openlijk geweld in vereniging
De rechtbank is met betrekking tot het ten laste gelegde van oordeel dat dit niet wettig en overtuigend is bewezen. Op basis van het dossier kan niet onomstotelijk worden vastgesteld dat de verdachte bij dit feit betrokken is geweest. De rechtbank zal de verdachte daarom -overeenkomstig de vordering van de officier van justitie- vrijspreken van hetgeen hem bij dagvaarding II ten laste is gelegd.
Dagvaarding I (09/136103-23)
De bewijsmiddelen
3.3.1.1. Feit 1: drugshandel
De rechtbank acht de bewijsmiddelen als weergegeven in de voetnoten redengevend voor het bewijs.
Wanneer het over ‘ [de verdachte] ’ gaat wordt bedoeld de verdachte. Wanneer het over ‘ [medeverdachte] ’ gaat wordt bedoeld de medeverdachte [medeverdachte] .
Uit het onderzoek is gebleken dat verdachte samen met onder meer medeverdachte [medeverdachte] zich gedurende een periode hebben bezig gehouden met de handel in hard- en/of softdrugs en daarbij een aansturende rol hebben gehad. Naast de aansturende personen bestond de groep uit meerdere 'lopertjes' die, voor een korte of langere periode, de verdovende middelen bij de klanten afleverden. De groep noemt zichzelf ' [bende] ’.
De bijnaam van [de verdachte] is “ [bijnaam 1] ” en wordt ook afgekort met “ [bijnaam 1] ”, dit blijkt onder andere uit meerdere chatgesprekken tussen [de verdachte] en [naam 1] , de (ex-) vriendin van [de verdachte] en de moeder van zijn kind en uit chats tussen [de verdachte] met [naam 2] , de moeder van [de verdachte] .
De bijnamen van [medeverdachte] zijn [bijnaam 2] , [bijnaam 3] en [bijnaam 4] . Dit blijkt onder meer uit de door de politie afgeluisterde gesprekken.
Uit onderzoek is verder gebleken dat de volgende telefoonnummers zogenoemde ‘deallijnen’ waren, dat wil zeggen lijnen waarop gebruikers hun drugs konden bestellen. Achter de getapte periode staat de plaats waar het nummer actief was
TA001 [telefoonnummer 1] periode van 29 juni 2023 tot en met 22 juli 2023 (Leiden);
TA003 [telefoonnummer 2] periode van 31 juli 2023 tot en met 27 augustus 2023 (Katwijk);
TA014 [telefoonnummer 3] periode van 06 november 2023 tot en met 31 december 2023 (Leiden);
TA017 [telefoonnummer 4] periode van 09 januari 2024 tot en met 05 februari 2024 (Katwijk).
[telefoonnummer 1] noemt zich ‘ [naam 3] ’, en de gebruiker voert onder meer het volgende gesprek:
‘NNV8220: Hey [naam 3] . Ben je in de buurt van Valkenburg. Of moet ik Katwijk bellen?
NNM6075: Nee, man sorry man, dan moet je Katwijk bellen.
NNV8220: Geef me effe die nummer dan.
NNM6075: Heb je dat nummer niet?
NNV8220: Nee man, ik ben hartstikke clean al weer jaren. Jullie gaan me weer verrot maken.
NNV8220: Wie ben je dan, [bijnaam 2] ?!
NNM6075: Nee, ik ben niet [bijnaam 2] .’
De verbalisant merkt bij dit gesprek op dat ‘ [naam 3] ’ een verwijzing is naar ‘ [bende] ’. NNV8220 belt met de ‘Leidse deallijn’ en wordt doorverwezen naar de ‘Katwijkse deallijn’. Er vonden veelal korte gesprekken plaats waarin (versluierd) werd gesproken over de handel in verdovende middelen. Tevens werden vanaf dit telefoonnummer diverse 'sms bommen’ verzonden. Dit zijn sms’jes aan alle bekende klanten / telefoonnummers om producten en / of diensten aan te prijzen. Op dit telefoonnummer werd met enige regelmaat op versluierde wijze drugs besteld. Zo werd gesproken over onder andere wit, bruin, donker, koffie en melk. Met wit, licht en melk wordt cocaïne of MDMA bedoeld. Met bruin, donker en koffie wordt heroïne bedoeld.
Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] heeft in deze periode ruim 1100 tegencontacten waarvan er meerdere in gebruik zijn bij personen waarvan het bekend is dat zij drugs gebruiken.
Vanaf 28 oktober 2023 genereerde de printertap geen informatie meer en bleek het telefoonnummer [telefoonnummer 1] niet meer in gebruik. Vanaf 6 november 2023 is door het onderzoeksteam telefoonnummer [telefoonnummer 3] getapt en zijn, tot 31 december 2023, alle
gesprekken afgeluisterd. Dit telefoonnummer is het vervolg van telefoonnummer [telefoonnummer 1] , want in de maanden november en december wordt dit nummer gebruikt door afnemers uit Leiden. Een deel van de afnemers die drugs bestelden op [telefoonnummer 1] bleken ook drugs te bestellen op [telefoonnummer 3] . In de periode dat er werd getapt werden dagelijks drugs besteld.
De iPhone XR met daarin het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is op 14 mei 2024 in
de woning waar onder andere [de verdachte] verbleef aangetroffen en in beslag genomen.
In de notities van de telefoon werd een werkrooster beschreven en werden opsommingen gedaan van de dag. Er staat met hoeveel drugs de dag begonnen is en met hoeveel ze eindigen. Verder staat er wat daarmee verdiend is in totaal en wat er naar de werker toe gaat.
In de periode van 17 september 2023 tot en met 6 oktober 2023 vond er een Whatsappgesprek plaats tussen [naam 4] ( [telefoonnummer 3] ) en [naam 3] ( [telefoonnummer 1] ).
In dit gesprek wordt er vanuit de [telefoonnummer 3] een aantal opvallende dingen gezegd waaruit opgemaakt kan worden dat [de verdachte] de [telefoonnummer 3] in gebruik heeft:
Dat [telefoonnummer 3] geen zin heeft in mensen vandaag, maar dat [telefoonnummer 1] vindt dat hij wel wat gezelligs moet doen, [telefoonnummer 3] geeft aan dat de enige keer dat zijn verjaardag goed was 7 jaar geleden was. Dit wordt op 18 september verstuurd naar elkaar. Op [geboortedatum] 2002 is [de verdachte] geboren;
Hij niet wil beseffen dat hij vader wordt, [de verdachte] is op 21 december 2023 vader geworden van dochter [dochter] .
Verder vraagt de [telefoonnummer 3] of de bekende drugsgebruikers zijn benaderd, of het druk is en zegt dat de [telefoonnummer 1] mensen moet benaderen zodat er meer geld wordt verdiend.
Ook lijkt het alsof er iemand knoeit met hun drugs en stuurt [de verdachte] erop aan dat [bijnaam 3] oftewel [medeverdachte] met diegene gaat praten.
In het onderzoek zijn er gedurende een langere periode meerdere telefoonlijnen afgeluisterd
waaronder [telefoonnummer 2] . In een gesprek dat is afgeluisterd zegt een tegencontact: ‘Ik heb voor [bijnaam 1] gewerkt, ik heb voor [bijnaam 2] gewerkt’ en ‘ik heb in LEIDEN gewerkt, ik heb in KATWIJK gewerkt.’.
[telefoonnummer 2] is een telefoonnummer waar [medeverdachte] een prominente rol speelt, de naam “ [bijnaam 2] ” wordt vaak genoemd als het gaat om toestemming vragen of overleggen over de aansturing. In de periode van 31 juli 2023 tot en met 27 augustus 2023 is op taplijn TA003 ( [telefoonnummer 2] ) te horen dat de lopers aangestuurd worden door onder andere een onbekende vrouw, Anass Aissaoui en door [bijnaam 2] / [medeverdachte] . Ook valt op dat wanneer er beslissingen genomen moeten worden zoals poffen, bijvullen, lijn dicht gooien of loper wisselen dat er toestemming/overlegd moet worden met [bijnaam 2] / [medeverdachte] . Uit de data van het telefoonnummer blijkt veelal korte gesprekken en de contacten met personen die in het politiesysteem bekend staan als harddrugsgebruiker.Uit een gesprek met een oude Katwijkse harddrugsgebruiker is gebleken dat het nummer waar hij normaal verdovende middelen bestelde al een tijdje onbereikbaar was. Een week later, waarschijnlijk op 15 december 2023, kreeg hij een berichtje van telefoonnummer [telefoonnummer 4] met de volgende tekst:
"We zijn er weer Nieuwe start..!
Actief tot 12 uur vanavond,
topspullen
Love you groetjes [bijnaam 2] ."
Iedere dag, gedurende de getapte periode, vinden er tientallen gesprekken plaats via het nummer [telefoonnummer 4] waarbij de inhoud van het gesprek gaat over het bestellen van verdovende middelen. Ook worden er over deze telefoonlijn lopers aangestuurd en ‘diensten’ besproken. De telefoon werd voornamelijk door [medeverdachte] opgenomen, maar als iemand anders de telefoon opnam en er moest iets bepaald worden, dan ging dit in overleg met ' [bijnaam 2] '. Er werden ook sms-bommen verstuurd:
“DAMES EN HEREN
Excuses voor de latere start
[naam 3] is weer aanwezig met TOP spullen en TOP service
Actief tot 11”
[de verdachte] is de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] en uit een tap op dat telefoonnummer blijkt ook dat [de verdachte] en [medeverdachte] elkaar (goed) kennen.
Op 20 juni 2023 werd een iPhone 11 pro max in beslag genomen. Uit de geanalyseerde telefoondata blijkt dat [de verdachte] de gebruiker is van de telefoon.
Tussen het contact: “ [contact 1] ” [telefoonnummer 6] en “ [contact 2] ” [telefoonnummer 5] werd een Whatsappgesprek aangetroffen over de periode 7 juni 2023 15:25 uur tot en met 15 juni 2023 om 17:03 uur. In dit gesprek vraagt [telefoonnummer 5] aan [telefoonnummer 6] of hij geen nummers rook of neus heeft, niet te grootschalig. [telefoonnummer 5] heeft al wel wat in Leiden maar moet door. [telefoonnummer 5] werkt sowieso zelf allang niet meer en heeft niet eens de telefoon. Als je groot wil gaan, moet je delen en mensen betrekken.
Tussen het contact “ [contact 3] ” [telegram-account 1] en “ [contact 4] ” [telegram-account 2] werd een Telegramgesprek aangetroffen. De periode van dit gesprek betreft 28 april 2023 16:03 uur tot en met 16 juni 2023 23:38 uur (UTC+0). De berichten gaan over verdovende middelen. Door [telegram-account 2] [contact 4] worden afbeeldingen van vermoedelijk cocaïne verstuurd. Op deze afbeeldingen is een witte substantie zichtbaar, die wat uiterlijk betreft gelijkend is op cocaïne.
Tussen het contact “ [contact 5] ” [telegram-account 3] en “ [contact 4] ” [telegram-account 2] werd een Telegram gesprek aangetroffen. De periode van dit gesprek betreft 12 april 2023 09:52 uur tot en met 16 juni 2023 18:38 uur (UTC+0). De berichten gaan over verdovende middelen. Door [telegram-account 2] [contact 4] worden Door [telefoonnummer 5] worden afbeeldingen van vermoedelijk XTC pillen en cocaïne verstuurd. Op deze afbeeldingen zijn pillen en een witte substantie zichtbaar, die wat uiterlijk betreft gelijkend zijn op XTC en cocaïne.
Tussen het contact: “ [contact 6] ” [telefoonnummer 7] en “ [contact 7] ” [telefoonnummer 5] werd een Signal gesprek aangetroffen over de periode 21 maart 2023 23:18 uur (UTC+0) tot en met 20 juni 2023 10:59 uur (UTC+0). In onderstaand gesprek vraagt [telefoonnummer 5] aan [telefoonnummer 6] of deze geen nummers voor rook of neus heeft daar in Oegstgeest en Warmond. [telefoonnummer 5] vraagt om mensen met MDMA en “moet 10 kilo”.
Tussen [telegram-account 2] [contact 4] en [telegram-account 4] ( [contact 8] ) werd een telegram gesprek aangetroffen. De periode van dit gesprek betreft 12 juni 2023 14:34 uur tot en met 16 juni 2023 18:38 uur (UTC+0). De berichten gaan over verdovende middelen. Door [telegram-account 2] [contact 4] worden afbeeldingen van vermoedelijk XTC pillen en cocaïne verstuurd. Op deze afbeeldingen zijn pillen en een witte substantie zichtbaar, die wat uiterlijk betreft gelijkend zijn op XTC en cocaïne.
Tussen [telefoonnummer 5] ( [de verdachte] ) en [telefoonnummer 8] ... [medeverdachte] ( [medeverdachte] ) werd een chat van 717 berichten aangetroffen. In de chat wordt gesproken over de samenwerking. Er wordt onder meer op 1 juni 2023 gesproken over dat [medeverdachte] ‘ook de lader op’ wil. Verder zegt hij ook tegen [de verdachte] : ‘Tot mijn dood je bent mijn beste grootste broeder zie je morgen 12 uur bij [naam 5] ’ en ‘respect voor je tot de dood’. Een paar dagen eerder op 26 mei 2023 gesprek zegt [de verdachte] dat hij ‘lc’ solo heeft opgebouwd ‘volgende buurt kan ik dat ook wel’. Lc is Leiden Centrum.
Tot slot werden diversie notities aangetroffen met hierop namen en bedragen en teksten als ‘koken met rode fles’ en diverse afbeeldingen en video’s van vermoedelijk cocaïne, andere verdovende middelen en geld.
Op 14 mei 2024 werd een iPhone 14 (met telefoonnummer [telefoonnummer 9] ) in beslag genomen in de woning waar [de verdachte] destijds verbleef. Het nummer [telefoonnummer 9] staat in de Kamer van Koophandel gekoppeld aan het bedrijf [bedrijfsnaam] waarvan [de verdachte] de eigenaar is. Uit onder andere de inhoud van de chats kan worden gesteld dat de telefoon in gebruik is geweest bij [de verdachte] . Bij onderzoek van de inhoud van de telefoon bleek onder meer sprake van een groot aantal chats, waaronder een Snapchatchat tussen [naam 6] Snapchat ID [snapchat ID 1]
/- [gebruikersnaam] Snapchat ID [snapchat ID 2] ( [de verdachte] ).
Dat er op 13 mei 2024 waarschijnlijk wordt gesproken over verdovende middelen kan onder andere worden opgemaakt uit onder andere de volgende woorden: 2-cmc 4, 3mmc5, BMK/PMK6, Apaan7, mdma8. [de verdachte] geeft aan dat hij een vriend met een "lab" (laboratorium) heeft. Aangezien het daarvoor over BMKIPMK, is het zeer aannemelijk dat er met "lab" een drugslaboratorium bedoeld wordt.
Verder wordt door [gebruikersnaam] / - ( [de verdachte] ) die dag ook gezegd dat ‘DE spullen’ weg doet aan vaste klanten, hij heeft ‘nog 2 lijnen hier in de buurt waar paar jongens op draaien’.
In een Signal chat vraagt [de verdachte] aan een tegencontact hoeveel hij nog heeft en vraagt hem of ze ‘deze’ beter vinden. Hierop zegt zijn tegencontact: ‘Jaaaa’ ‘Geen klachten’. In dat zelfde gesprek zegt [de verdachte] : ‘Als ik terug ben gaan we samen rooster maken’ en ‘ben ik er ff een weekje bij’.
Uit een van de taps van het nummer [telefoonnummer 2] blijkt onder andere dat [naam 7] een loper is. [naam 7] heeft in zijn verhoor van 11 juni 2024 het volgende verklaard:
“V: Een maand geleden zijn er twee gasten aangehouden en nu belt de klant jou in plaats van de tussenpersoon?
A: Ja iedereen weet dat ik ook gebruik. Iedereen weet dat ik voor hen heb gewerkt
V: Toen die jongens aangehouden werden, was je blij. Je hoopte dat het zou stoppen, maar toen gingen de klanten jou direct bellen.
A: Er stonden er twee voor de deur, die zeiden dat we verder gingen. Zij krijgen dan opdracht dat van binnenuit van de jongens dat het door moet gaan.
V: Wie bedoelen we dan met die jongens?
A: [de verdachte] en [medeverdachte] .
V: Wie zijn dan de bazen of leidinggevenden?
A: [de verdachte] en [medeverdachte] .
V: Wat is de werkwijze van [bende] ?
A: Ze hebben een telefoon, daar wordt naar gebeld. Daar geef je je bestelling aan door. Zij bellen mij of iemand anders die het weg moet brengen en dan word je op pad gestuurd. Je levert af, gaat terug en levert de spullen in bij hen en dan wachtje tot de volgende die belt.
V: Wat bedoel je met spullen?
A: Het geld.
V: En wat lever je af?
A: Heroïne of cocaïne.
V: Wat is de rol van [de verdachte] ?
A: De leider. Hij heeft de touwtjes in handen en stuurt iedereen aan.”
Op 14 mei 2024 is de iPhone 13 van [medeverdachte] in beslag genomen. Bij onderzoek van de inhoud bleek onder meer dat [medeverdachte] op 13 mei 2024 tegen een tegencontact zegt dat hij “bruin” en “wit” nodig heeft en als dat niet lukt gaat “ [bijnaam 1] ” ( [bijnaam 1] ) zich er mee bemoeien en dat geeft hoofdpijn.
3.3.1.2. Feit 2: voorbereidingshandelingen uitvoer verdovende middelen
Op 20 juni 2023 is onder [de verdachte] een telefoon, een iPhone 11 Pro Max, in beslag genomen. De data van deze telefoon zijn onderzocht; daaronder bevindt zich onder meer een WhatsAppgesprek tussen [de verdachte] en [medeverdachte] . Hierin wordt door [de verdachte] op 30 mei 2023 gezegd: ‘Steen is al over de gr’ [de rechtbank begrijpt: grens]. In een Signalgesprek op 21 juni 2023 met [medeverdachte] geeft [de verdachte] te kennen naar Duitsland te gaan, [medeverdachte] wil mee. [medeverdachte] werkt TT in en maakt nu de voorraad voor Noordwijk. [de verdachte] zegt dat het aardig loopt maar het is nog niet genoeg.
Daarnaast zijn chats met Duitse telefoonnummers aangetroffen. In die chats, met onder meer audioberichten, gaat het over verdovende middelen en worden afbeeldingen van vermoedelijk XTC-pillen en cocaïne verstuurd. Op deze afbeeldingen zijn namelijk pillen en een witte substantie zichtbaar, die wat uiterlijk betreft gelijkend zijn op XTC en cocaïne. Het gaat onder meer om de volgende gesprekken:
Tussen het contact “ [contact 9] ” [telefoonnummer 10] en “ [contact 2] ” + [telefoonnummer 5] is een whatsappgesprek aangetroffen. De periode van dit gesprek betreft 3 juni 2023 00:58 uur tot en met 20-6-2023 17:55 (UTC+0). De berichten gaan vermoedelijk over verdovende middelen kopen c.q. verkopen in Duitsland. + [telefoonnummer 5] geeft aan in Nederland te zijn maar een vriend is in Paderborn.
Tussen [telegram-account 2] [contact 4] [telegram-account 5] ( [contact 10] ) werd een Telegramgesprek aangetroffen. De periode van dit gesprek betreft 12 juni 2023 14:35 uur tot en met 16 juni 2023 14:04 uur (UTC+0). De berichten gaan over verdovende middelen. Door [telegram-account 2] [contact 4] worden een foto en een video gestuurd waarop vermoedelijk een blok cocaïne te zien is. Op de afbeelding is een witte substantie zichtbaar, die wat uiterlijk betreft gelijkend is op cocaïne.
Op 12 maart 2024 is [medeverdachte] aangehouden op verdenking van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Bij zijn aanhouding werd in zijn voertuig in het middenconsole een iPhone 8 aangetroffen. De data uit de telefoon is onderzocht, en daaruit volgt onder meer het volgende.
De telefoon lijkt te zijn gebruikt door ten minste twee personen, namelijk een persoon die zich “ [bijnaam 4] ” ( [bijnaam 2] ) noemt en een persoon die zich “ [bijnaam 1] ” noemt. Op de telefoon staan chats, voornamelijk met personen die gebruik maken van Duitse telefoonnummers. In de telefoon staan 55 contacten waarvan 41 Duitse telefoonnummers. Uit de berichten blijkt onder meer het volgende:
- In een WhatsAppgesprek op 9 maart 2024 met [whatsapp-account 1] [naam 8] wordt gesproken over heroïne en brown. De prijs is 32. Een andere naam voor heroïne is bruin.
- In een WhatsAppgesprek op 7 en 9 maart 2024 met [whatsapp-account 2] [naam 9] wordt gevraagd of [naam 9] nog klanten heeft voor ‘brown’.
- In een WhatsAppgesprek op 13 februari 2024 met [whatsapp-account 3] [naam 10] geeft de gebruiker van de telefoon aan dat hij de volgende dag naar [naam 9] , een plaats in Duitsland, komt. Hij neemt mee: ‘200 for 32’.
- Dat de gebruiker vaker naar [naam 9] afreist blijkt uit een gesprek tussen de gebruiker en [whatsapp-account 4] [contact 9] waarin de gebruiker stuurt: ‘We coming. Saturday again to [naam 9] .’
Op 10 februari 2024 stuurt de gebruiker aan een tegencontact het bericht: ‘I’m grom Holland the guy with the [bijnaam 4] . Friend of [bijnaam 1] . You know me, I came last week with the stuff with [bijnaam 1] together from Holland’.
[contact 9] stuurt op 11 maart 2024 het bericht: Okay bro, but last time the one you brought my people are complaining that it is not so strong, please can you bring me stronger one if possible’ waarop de gebruiker zegt: ‘Ok bro This one is stronger’.
Op 12 maart 2024 is een iPhone 12 in beslag genomen. De gebruiker van deze telefoon lijkt [medeverdachte] te zijn. Op de telefoon zijn meerdere afbeeldingen en video’s aangetroffen van grote hoeveelheden geld. Op 3 maart 2024 omstreeks 13:47 uur is de telefoon met nummer [telefoonnummer 11] in gebruik bij [medeverdachte] en het voertuig voorzien van kenteken T-843-PJ op naam van [medeverdachte] , bij de grensovergang naar Duitsland. Om 20:48 uur zijn ze weer terug bij de grensovergang, terug in Nederland. Om 22:01 uur is er een video gemaakt waarop [de verdachte] zittend in een auto te zien is met een stapel geld in zijn handen.
Uit een Snapchat chat tussen [naam 6] Snapchat ID [snapchat ID 1] en /- [gebruikersnaam] Snapchat ID [snapchat ID 2] ( [de verdachte] ) die is aangetroffen op de iPhone 14 van [de verdachte] blijkt onder meer dat [de verdachte] op 13 mei 2024 zegt: ‘DE is mijn terrein doe zo min mogelijk in nl voor die kleine’.
Uit een Snapchat chat tussen [naam 11] [snapchat ID 3] en /- [gebruikersnaam] blijkt onder meer dat [naam 11] [snapchat ID 3] op 13 mei 2024 zegt: ‘Broer, alleen voortaan, ik doe die zaken alleen met jou man. Je weet toch, je mag [bijnaam 2] sturen enzo, dit dat. Maar broer, die afspraken maak ik met jou. Papieren richten, ik spreek met jou de bedragen af. En wanneer er betaald wordt en hoe er betaald wordt. En broer, de bestellingen ontvang ik graag ook vanaf nu liever van jou man.’
Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte] gebruik maakt van de volgende voertuigen:
[kenteken 1] Audi A3;
[kenteken 2] Mercedes-Benz;
[kenteken 3] Volkswagen Golf.
Uit analyse van historische verkeersgegevens, aangesloten printer(taps) en ANPR-gegevens blijkt dat de telefoonnummers/voertuigen in gebruik bij [de verdachte] en [medeverdachte] gedurende een periode van 9 juli 2023 tot en met 19 maart 2024 diverse reisbewegingen naar Duitsland hebben gemaakt.
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
3.3.2.1. Feit 1: handel verdovende middelen
De verdediging stelt zich op het standpunt dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van (een van) de drugslijnen, of dat hij ze aanstuurt. Daarnaast zijn er nooit verdovende middelen aangetroffen op of rondom de data waarop de gesprekken over verdovende middelen door verdachte zijn gevoerd noch zijn er onder de verdachte verdovende middelen aangetroffen op de dag van de aanhouding. Uit de video’s en filmpjes blijkt niet zonder meer dat het daadwerkelijk over verdovende middelen ging, nu laboratoriumtests ontbreken. Tot slot zijn de verklaringen van [naam 7] onvoldoende betrouwbaar en onvoldoende concreet, aldus de verdediging.
De verklaring van [naam 7]
De rechtbank heeft voor het bewijs gebezigd de verklaringen die [naam 7] bij de politie heeft afgelegd. Hoewel enkele inconsistenties bestaan tussen de verklaringen afgelegd bij de politie en bij de rechter-commissaris, heeft [naam 7] bij de rechter-commissaris verklaard dat hij geen valse verklaring heeft afgelegd bij de politie. Met inachtneming daarvan neemt de rechtbank het volgende in overweging.
Uit het dossier leidt de rechtbank af dat [naam 7] bang was voor de verdachte. Hij benoemde expliciet dat hij bang was voor wat er ging komen en wilde geen aangifte doen. Ook tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris is door [naam 7] benoemd dat hij zich op onderdelen beriep op zijn zwijgrecht omdat hij bang was om verkeerde dingen te zeggen. De politieverklaringen van [naam 7] worden op essentiële onderdelen – het dealen, de schuld bij de medeverdachte en de werkwijze van verdachten – ondersteund door ander bewijs. Verder zijn de politieverklaringen gedurende en kort na het eindigen van de uitbuitingssituatie afgelegd. De verklaring bij de rechter-commissaris heeft geruime tijd later plaatsgevonden. Bij de politie kon [naam 7] uitgebreid en gedetailleerd verklaren, terwijl [naam 7] bij de rechter-commissaris meerdere malen heeft aangegeven dat hij ‘het zich niet meer kon herinneren’. Tot slot verklaart [naam 7] in de verhoren ook over zijn eigen aandeel.
Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank bij de beoordeling van de bewijsvraag dan ook uit van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [naam 7] bij de politie.
Gaat het om verdovende middelen?
De verdediging heeft gesteld dat niet kan worden bewezen dat de verdachte in verdovende middelen heeft gehandeld, nu de verhandelde stoffen niet onderzocht zijn op hun samenstelling. De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de bewijsmiddelen volgt dat gedurende een periode van enkele maanden een aanzienlijk aantal personen die bij de politie bekend staan als harddrugsgebruikers via de door verdachte en zijn medeverdachten beheerde telefoonlijnen ‘spullen’ hebben gesteld die door de aanbieders werden aangeprezen als ‘topspullen’. De korte duur en inhoud van de gesprekken (versluierd taalgebruik) die daarbij plaats vonden wijzen op zich reeds op harddrugshandel. De gebruikers betaalden ook voor wat hun geleverd werd. Sommigen van hen hebben tientallen malen van de diensten van de verdachten gebruik gemaakt en dus ook telkenmale voor de hun geleverde waren betaald. Naar het oordeel van de rechtbank kan het daarom niet anders dan dat het bij de door de verdachte mede verhandelde goederen om harddrugs ging.
Conclusie
Op grond van het voorgaande en de onder 3.4.1.1. genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich tezamen met anderen opzettelijk heeft schuldig gemaakt aan het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en heroïne, zoals omschreven onder 3.4.
3.3.2.2. Feit 2: voorbereiding export verdovende middelen
De verdediging heeft verzocht om de pleegperiode in te korten vanaf 25 mei 2023. Daarnaast is vrijspraak bepleit van het laatste gedachtestreepje, te weten verdovende middelen voorhanden te hebben en deze vervolgens per auto te vervoeren naar Duitsland.
De rechtbank gaat - anders dan de officier van justitie - uit van een bewezenverklaring vanaf 30 mei 2023. Op die datum zegt [de verdachte] immers tegen [medeverdachte] : ‘Steen is al over de gr’. De rechtbank acht bewezen dat dit gaat over verdovende middelen, die ‘al’ over de grens zijn.
Van de onderdelen die zien op het vervaardigen, telen, bereiden, bewerken, en verwerken van drugs gedurende de pleegperiode zal de verdachte worden vrijgesproken. Datzelfde geldt voor de onderdelen die zien op het een ander bewegen en zichzelf en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen verschaffen.
Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat de verdachte en anderen verdovende middelen per auto naar Duitsland hebben vervoerd. Uit de gesprekken met de Duitse tegencontacten blijkt dat de laatste keer dat ze ‘brachten’ mensen klaagden over dat het niet zo sterk was. Hierop zegt de gebruiker van de iPhone 8, waarvan is vastgesteld dat die door de verdachte en door [medeverdachte] werd gebruikt, ‘Ok bro This one is stronger’. Daarnaast blijkt uit de chats dat de gebruiker stuurt: ‘I’m [f]rom Holland the guy with the [bijnaam 4] . Friend of [bijnaam 1] . You know me, I came last week with the stuff with [bijnaam 1] together from Holland’. Wat de rechtbank betreft staat daarmee vast dat het in de aangehaalde berichten gaat om verdovende middelen.
Conclusie
Op grond van het voorgaande, en de onder 3.4.1.2. genoemde bewijsmiddelen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk ter voorbereiding en bevordering van het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van verdovende middelen voorwerpen, vervoersmiddelen, stoffen en gelden voorhanden heeft gehad, zoals omschreven onder 3.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
Dagvaarding I (09/136103-23)
1.
hij op momenten in de periode van 22 maart 2023 tot en met 14 mei 2024 te Leiden en Katwijk, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en vervoerd hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en heroïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.
hij op momenten in de periode 30 mei 2023 tot en met 14 mei 2024 te Leiden en Katwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten
- het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen,
van cocaïne en XTC/MDMA - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en zijn mededader(s), wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- besprekingen te voeren over de prijs en het transport van verdovende middelen naar Duitsland, en
- verdovende middelen voorhanden te hebben en vervolgens (per auto) verdovende middelen te vervoeren naar Duitsland.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.
4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeënveertig maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de rechtbank om de gevangenisstraf te matigen en voert daartoe het volgende aan. De verdachte heeft een deel van de tenlastegelegde periode in detentie verbleven. Uit het dossier bleek niet dat het om riante hoeveelheden ging en lijken weinig financieel gewin hebben opgeleverd. Na de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft de verdachte geen strafbare feiten meer gepleegd en hij is in december 2023 vader geworden.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder dit deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
Drugshandel is een ernstig misdrijf omdat het direct bijdraagt aan de verspreiding van drugs in de samenleving, wat ernstige gevolgen heeft voor de gezondheid en veiligheid van burgers. De handel in verdovende middelen zorgt voor een vicieuze cirkel van criminaliteit en geweld, wat de stabiliteit van de samenleving ondermijnt.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 19 januari 2026. In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat de verdachte meermalen is veroordeeld voor soortgelijke misdrijven. Deze misdrijven zijn onherroepelijk. De verdachte heeft zich binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van voormelde veroordelingen wederom schuldig gemaakt aan soortgelijke misdrijven.
Strafmodaliteit en strafmaat
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS) en soortgelijke zaken.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank acht, alles afwegende een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding.
Voorlopige hechtenis
De verdediging verzoekt de rechtbank om de schorsing van de voorlopige hechtenis opnieuw uit te spreken zodat hij een eventuele behandeling in hoger beroep in vrijheid kan afwachten. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Naar het oordeel van de rechtbank wegen de persoonlijke belangen van de verdachte bij een
schorsing van de voorlopige hechtenis op dit moment zwaarder dan het maatschappelijk belang bij de detentie van de verdachte.
7. De vordering van de benadeelde partij
De vordering
Mr. L.C. van Leeuwen heeft zich namens [benadeelde] als benadeelde partij gevoegd in het strafproces (09/218613-24) en vordert schadevergoeding van € 5.269,50, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit € 769,50 aan materiële schade en € 4.500,00 aan immateriële schade.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering moet worden afgewezen, gelet op de gerequireerde vrijspraak.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de rechtbank om de vordering benadeelde partij af te wijzen, dan wel niet-ontvankelijk te verklaren, gezien de bepleite vrijspraak.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien
de verdachte van het feit waarop de vordering betrekking heeft, zal worden vrijgesproken.
8. De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding II met parketnummer 09/218613-24 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding I met parketnummer 09/136103-23 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
ten aanzien van feit 2:medeplegen van om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 42 (TWEEËNVEERTIG) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
schorst opnieuw de voorlopige hechtenis met ingang van heden.
de vordering van de benadeelde partij;
bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E. Rabbie, voorzitter,
mr. M.L. Harmsen, rechter,
mr. M.M. Koers, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. L.E. Kramer, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 februari 2026.