ECLI:NL:RBDHA:2026:27265

ECLI:NL:RBDHA:2026:27265

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer NL26.52722
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vervolgberoep bewaring, artikel 59 lid 1 onder a, voortvarendheid, ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL26.52722

V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. M.H.K. van Middelkoop),

en

Procesverloop

De minister heeft op 22 juni 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

De minister heeft de rechtbank op 8 september 2026 in kennis gesteld van het voortduren van de bewaring. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 2 juli 2026 (in de zaak NL26.34780) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.

2. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende voortvarend aan de uitzetting heeft gewerkt. Eiser heeft in het vertrekgesprek van 25 augustus 2026 aangegeven dat hij mee wil werken aan zijn vertrek naar Marokko, maar alleen als hij zeker weet dat hij niet naar Spanje kan. Volgens hem heeft de minister hier ten onrechte geen onderzoek naar gedaan.

3. Deze beroepsgrond slaagt niet. Dat de minister niet heeft uitgezocht of eiser verblijfsrecht heeft in Spanje of om een andere reden naar Spanje kan, maakt niet dat er sprake is van een voortvarendheidsgebrek. De minister richt zich immers op uitzetting naar Marokko. Het is ook aan eiser om zijn gestelde verblijfsrecht in Spanje te onderbouwen met documenten, hetgeen hij vooralsnog niet heeft gedaan. Verder heeft de minister sinds de uitspraak van 2 juli 2026 twee vertrekgesprekken met eiser gevoerd en drie keer gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank acht dit voldoende voortvarend. Er is vooralsnog niet gebleken dat aan eiser geen laissez passer zal worden verstrekt.

4. Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van

M.A. van Garder, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.B. de Boer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand