ECLI:NL:RBDHA:2026:27503

ECLI:NL:RBDHA:2026:27503

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-07-2026
Datum publicatie 21-09-2026
Zaaknummer NL26.25408
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Dublin Spanje, beroep ongegrond, interstatelijk vertrouwensbeginsel, standaard voornemen, recht op informatie, artikel 17 van de Dublinverordening

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.25408

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. B.A. Palm),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 1 mei 2026 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Recht op informatie
Artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.

1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Kan ten aanzien van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan?

5. Eiseres voert aan dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje kan worden uitgegaan. Zij wijst op het AIDA-rapport van 30 april 2025, waaruit volgt dat een inbreukprocedure is gestart door de Europese Commissie vanwege de opvangomstandigheden. Sinds 2023 is de situatie niet verbeterd. Ook wijst eiseres op het rapport van USDOS van 12 augustus 2025, waaruit volgens eiseres volgt dat de asielprocedure in Spanje niet aan de eisen van het Unierecht voldoet. De minister had daarom nader onderzoek moeten doen naar de situatie in Spanje.

6. De rechtbank stelt voorop dat de minister in zijn algemeenheid ten aanzien van Spanje mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in de uitspraken van 24 juni 2024 en 25 november 20252 bevestigd. Het is daarom in beginsel aan eiseres om aannemelijk te maken dat zij bij overdracht aan Spanje, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Spaanse autoriteiten, een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 Handvest. Daarvan is sprake in het geval de vreemdeling aannemelijk maakt dat er structurele tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem zijn, die een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken, zoals neergelegd in het arrest Jawo.

7. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat ten aanzien van Spanje niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden. In de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2025 is het AIDA-rapport van 30 april 2025 bij de beoordeling betrokken. De Afdeling heeft geoordeeld dat het AIDA-rapport van 30 april 2025 geen wezenlijk ander beeld geeft van de opvangsituatie ten opzichte van het AIDA-rapport van 30 mei 2024. Hoewel het lastig kan zijn voor Dublinclaimanten om toegang te verkrijgen tot opvangvoorzieningen, blijkt niet dat die problemen dermate structureel en ernstig zijn, dat bij overdracht aan Spanje op voorhand sprake is van een reëel risico op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het EU Handvest strijdige behandeling. Ook de inbreukprocedure die de Europese commissie tegen Spanje is gestart, is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat Spanje structurele tekortkomingen heeft in de opvangvoorzieningen.3 Daarbij is van belang dat de Europese Commissie de Spaanse autoriteiten de gelegenheid heeft gegeven om de gebrekkige implementatie van de Opvangrichtlijn te herstellen. Ook het rapport van USDOS is onvoldoende om tot de conclusie te komen dat eiseres bij overdracht aan Spanje in een situatie terecht komt die strijdig is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het EU Handvest. Op pagina 14 van het rapport oordeelt het USDOS bijvoorbeeld dat het opvangsysteem voor vluchtelingen in Spanje over het algemeen goed functioneert. De door eiseres aangehaalde passages geven aan dat er problemen zijn in de opvangvoorzieningen, maar die problemen zijn niet van zo’n structurele en ernstige aard dat het tot de conclusie kan leiden dat er niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan worden gegaan. De beroepsgrond slaagt niet.

2 ECLI:NL:RVS:2024:2548 en ECLI:NL:RVS:2025:5661.

3 Zie de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht van 22 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15746, bevestigd in de uitspraak ECLI:NL:RVS:2025:4183.

Standaard voornemen

8. Eiseres voert aan dat de minister het voornemen onvoldoende heeft gemotiveerd. Uit de uitspraak van de Afdeling van 23 november 20234 volgt alleen dat een standaardvoornemen wel aan de eisen kán voldoen. De minister heeft echter niet gemotiveerd waarom het standaardvoornemen in onderhavige zaak voldoet. Naar de mening van eiseres blijkt uit het voornemen niet dat alle voor de minister dragende overwegingen hierin zijn opgenomen.

9. Naar het oordeel van de rechtbank is het voornemen wel voldoende gemotiveerd met alle dragende overwegingen. De minister heeft duidelijk gemotiveerd waarom Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres en waarom er geen reden wordt gezien om toepassing te geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Daarnaast heeft eiseres geen bijzonderheden aangevoerd die volgens haar zouden ontbreken in het voornemen. Het is de rechtbank dan ook onduidelijk wat in het voornemen zou ontbreken. De beroepsgrond slaagt niet.

10. Eiseres voert aan dat de minister niet heeft gehandeld in lijn met artikel 4, eerste lid, onder c, van de Dublinverordening, door de nieuwe werkwijze van de minister met betrekking tot Dublingehoren. De minister volstaat met brochures, een toelichting voorafgaand aan het gehoor en enkele algemene vragen. Hierbij gaat de minister ten onrechte ervan uit dat eiseres tijdens het gehoor kan onthouden wat allemaal relevant kan zijn. Eiseres meent hierom dat het Dublingehoor niet zorgvuldig is geweest. Bovendien blijkt uit het rapport van gehoor niet of eiseres de brochure überhaupt heeft kunnen lezen.

10. De rechtbank overweegt als volgt. Tijdens het aanmeldgehoor is eiseres gevraagd of ze de brochure heeft gehad en of ze hier vragen over had. Zij heeft verklaard geen vragen over de brochure te hebben. Hoewel in het aanmeldgehoor niet expliciet staat dat ze de brochures heeft kunnen lezen, volgt dit naar het oordeel van de rechtbank voldoende uit haar verklaring dat ze er geen vragen over heeft. Hiermee heeft de minister aan zijn informatieplicht voldaan.5 Verder is eiseres tijdens het gehoor in de gelegenheid gesteld om bezwaren tegen de overdracht kenbaar te maken. Ook heeft eiseres de mogelijkheid gehad om informatie te geven over familieleden en relaties in de lidstaten. Hiermee heeft de minister gehandeld in lijn met artikel 4 en artikel 5 van de Dublinverordening. Overigens is de rechtbank niet bekend met een ‘nieuwe werkwijze’ in Dublingehoren zoals eiseres aanvoert, en de minister heeft tijdens de zitting te kennen gegeven dat er geen nieuwe werkwijze is. Eiseres of haar gemachtigde waren niet ter zitting aanwezig om nader toe te lichten wat deze zogenoemde ‘nieuwe werkwijze’ inhoudt en zij hebben hierover ook geen documenten overgelegd. Dat betekent dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat er een ‘nieuwe werkwijze’ is, die de minister niet zou hebben gevolgd. De beroepsgrond slaagt niet.

12. Eiseres voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat niet is voldaan aan het beleid uit paragraaf C2/5, van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Ten

4 ECLI:NL:RVS:2023:4348.

5 Zie ter vergelijking de uitspraak van de Afdeling van 23 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4348.

aanzien van het eerste bolletje is van belang dat de drempel die daar wordt gesteld lager is dan de drempel uit artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. Verder blijkt uit het bestreden besluit niet of en zo ja, hoe de minister heeft gewogen of in het kader van de toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening in het geval van eiseres sprake is van onevenredige hardheid wanneer zij aan Spanje wordt overgedragen. Verder legt de minister paragraaf C2/5 van de Vc te beperkt uit, omdat de minister alleen heeft beoordeeld of er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden.

13. De rechtbank overweegt als volgt. Ten aanzien van het eerste bolletje van het beleid van paragraaf C2/5 van de Vc heeft de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat er geen concrete informatie is dat Spanje zich niet aan de internationale verplichtingen houdt. Het beroep van eiseres op het beleid van paragraaf C2/5 van de Vc kan daarom niet slagen. Aan de beoordeling of dit beleid een lagere drempel behelst dan die van artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening, komt de rechtbank dan ook niet toe. Ten aanzien van het tweede bolletje van het beleid van paragraaf C2/5 van de Vc heeft eiseres niet aangevoerd welke bijzondere, individuele omstandigheid zouden leiden tot een onevenredige hardheid bij overdracht aan Spanje. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd dat er geen bijzondere, individuele omstandigheid is als bedoeld in het genoemde beleid. Hieruit volgt logischerwijs dat, omdat er geen bijzondere, individuele omstandigheid is, daar ook geen onevenredige hardheid uit voortvloeit. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister Spanje terecht heeft aangemerkt als de verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres en dat zij mag worden overgedragen aan Spanje. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

14 juli 2026

Documentcode:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Griffier

  • mr. M.A.W.M. Engels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand