RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36572
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.S.M. Oudijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. R.E. Thijssen).
Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB).
Bij besluit van 22 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard, vastgesteld dat zij in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming en meegedeeld dat de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 van rechtswege eindigt.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
2. Bij uitspraak van 15 mei 2026, zaaknummer NL24.8055, heeft de rechtbank op het beroep beslist. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. Gelet hierop verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: