ECLI:NL:RBDHA:2026:27618

ECLI:NL:RBDHA:2026:27618

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-07-2026
Datum publicatie 21-09-2026
Zaaknummer NL26.24568
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Dublin Frankrijk, beroep ongegrond, artikel 17

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.24568

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiseres mede namens haar minderjarige dochter,

[minderjarige dochter] , V-nummer: [V-nummer 2] (gemachtigde: mr. H.E. Visscher),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 30 april 2026 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, P. Kabula als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere

lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Frankrijk een verzoek om overname gedaan. Frankrijk heeft dit verzoek aanvaard.

Had de minister de asielaanvraag van eiseres onverplicht aan zich moeten trekken?

5. Eiseres voert aan dat de minister zijn asielaanvraag aan zich had moeten trekken, op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Eiseres heeft traumatische gebeurtenissen meegemaakt in Frankrijk. Ze is daar onwel geworden en moest naar het ziekenhuis. Daarna is eiseres in een zeer fragiele medische conditie op straat gezet. Onder deze omstandigheden durfde eiseres niet te klagen bij de Franse autoriteiten over de Franse autoriteiten. Eiseres heeft nog altijd last van slecht slapen, nachtmerries en hoofdpijn.

6. Het is aan de minister om te beoordelen of sprake is van zodanige bijzondere individuele omstandigheden dat de overdracht van een onevenredige hardheid getuigt. De rechtbank moet deze beoordeling terughoudend toetsen.2 Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd dat de omstandigheden die eiseres heeft aangevoerd niet voldoende bijzonder zijn om van de overdracht aan Frankrijk af te zien vanwege onevenredige hardheid. Eiseres heeft haar medische klachten verder niet met stukken onderbouwd. Verder mag de minister er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit gaan dat het voor eiseres mogelijk is om te klagen bij de Franse autoriteiten over de Franse autoriteiten. Niet is gebleken dat dit voor eiseres niet mogelijk is. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres en dat de minister eiseres mag overdragen aan Frankrijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

2 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:717.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

14 juli 2026

Documentcode:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Griffier

  • mr. M.A.W.M. Engels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand