ECLI:NL:RBDHA:2026:27626

ECLI:NL:RBDHA:2026:27626

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 21-09-2026
Zaaknummer C/09/710824 / KG ZA 26-890
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding. Vordering om alsnog de zelfmeldstatus toe te kennen en eiser in vrijheid te stellen. Vorderingen afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/710824 / KG ZA 26-890

Vonnis in kort geding van 22 september 2026

in de zaak van

[eiser] thans gedetineerd te PI [plaats] ,

eiser,

advocaten: mrs. T.J.N. Hameleers en L.P.H. Hameleers,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid) te Den Haag,

gedaagde,

advocaat: mr. M.N. Schouten.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘de Staat’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 augustus 2026 met producties 1 tot en met 8;

- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;

- de op 7 september 2026 door [eiser] overgelegde producties 9 en 10;

- de door de Staat ter zitting overgelegde aanvullende productie 3;

- de door beide partijen overgelegde pleitnotities.

Op 8 september 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Bij vonnis van 9 juli 2021 heeft de rechtbank Limburg [eiser] veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden, met aftrek van de tijd die [eiser] in voorarrest heeft doorgebracht. [eiser] heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

In hoger beroep heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch [eiser] veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden vanwege (i) deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven (motorclub Bandidos), (ii) medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, en (iii) openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen met lichamelijk letsel tot gevolg. Deze feiten hebben zich voorgedaan in 2014 en 2015. Ten aanzien van de strafmaat en de daarbij te betrekken persoonlijke omstandigheden overwoog het hof onder meer:

Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte verklaard dat hij een baan heeft en daarnaast mantelzorger is voor zijn vrouw. De verdachte heeft twee kinderen en twee kleinkinderen. Echter hebben deze omstandigheden, gezien de ernst van de feiten en het strafblad van de verdachte, nauwelijks een rol gespeeld bij het bepalen van de strafmaat.

(…)

Het hof is van oordeel dat, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen door dit hof worden opgelegd en in verband met een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het hof acht voor de bewezenverklaarde feiten oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden passend en geboden. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder dat hij mantelzorger is voor zijn vrouw, ziet het hof echter aanleiding deze strafte matigen met 3 maanden. Aldus acht het hof in beginsel oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 23 maanden passend en geboden.

(…)

Het hof stelt vast dat de verdachte op 27 mei 2015 in verzekering is gesteld en hij vervolgens gedurende de behandeling in eerste aanleg 185 dagen in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank heeft vervolgens op 9 juli 2021 vonnis gewezen. Aldus is niet binnen zestien maanden na aanvang van de redelijke termijn vonnis gewezen en is de redelijke termijn in eerste aanleg met bijna 5 jaren overschreden. Voorts stelt het hof vast dat namens de verdachte op 23 juli 2021 hoger beroep is ingesteld, terwijl het hof heden op 28 maart 2025 - en derhalve niet binnen twee jaren na het instellen van het hoger beroep - arrest wijst. Aldus is de redelijke termijn in hoger beroep met ruim 20 maanden overschreden. Van bijzondere omstandigheden die de overschrijdingen van de redelijke termijn rechtvaardigen is het hof niet gebleken.

Het hof zal de overschrijdingen van de redelijke termijn verdisconteren in de straftoemeting, in die zin dat het hof de gevangenisstraf zal matigen met 5 maanden.

[eiser] heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van 28 maart 2025. Bij arrest van 14 juli 2026 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen.

Bij e-mails van 16 juli 2026 heeft de advocaat van [eiser] het Openbaar Ministerie (hierna: OM) te kennen gegeven dat vanwege de medische situatie van zijn echtgenote een gratieverzoek wordt gedaan met het verzoek om thuisarrest met een enkelband. Daarbij is verzocht om de executie van de straf op te schorten tot op het gratieverzoek is beslist.

Op 27 juli 2026 heeft het CJIB de opdracht tot aanhouding van [eiser] aan de politie verstrekt.

Op 29 juli 2026 is [eiser] aangehouden en sindsdien is hij gedetineerd in de penitentiaire inrichting (PI) te [plaats] .

Bij e-mail van 29 juli 2026 heeft de advocaat van [eiser] de afdeling Administratie- en Informatiecentrum voor de Executieketen van het CJIB (hierna: AICE) bericht dat namens [eiser] een verzoek wordt ingediend om zijn resterende straf om te zetten in huisarrest dan wel een taakstraf. De AICE is daarbij verzocht de tenuitvoerlegging van de straf te schorsen in afwachting van het gratieverzoek.

Op 30 juli 2026 heeft de AICE de advocaat van [eiser] bericht dat de executie niet wordt opgeschort en dat er op dat moment geen gratieverzoek is ingediend. De advocaten van [eiser] hebben de AICE en de Staat diezelfde dag gesommeerd om hem in vrijheid te stellen en in aanmerking te laten komen voor een zelfmeldstatus. De AICE heeft op 30 juli 2026 bij e-mail toegelicht dat [eiser] niet voor een zelfmeldstatus in aanmerking komt:

“[…] Overwegingen:

Uw cliënt is veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie. De organisatie bestond uit meerdere leden van het Sittardse chapter van de motorclub Bandidos. Deze organisatie had als oogmerk het plegen van openlijke geweldpleging (onder meer tegen motorclub Hells Angels), bedreigingen en het voorhanden hebben van verboden wapens. In het arrest benadrukt het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch dat het Sittardse chapter van de motorclub Bandidos voor een explosieve sfeer in Sittard en omgeving zorgde. Uw cliënt vervulde als secretary/treasurer (een bestuursfunctie) een belangrijke rol daarin. De territoriumdrift van het Sittardse chapter heeft tot meerdere geweldsincidenten geleid en uw cliënt was bij zeker één daarvan betrokken. Dit geweldsincident vond op 7 mei 2015 plaats. Uw cliënt en zijn mededaders (in colors gekleed) hebben op en nabij een café meerdere personen mishandeld die betrokkenheid hadden bij (supportclubs van) de Hells Angels. Tot slot heeft uw cliënt zich schuldig gemaakt aan het (in vereniging) telen van ruim 1700 hennepplanten. Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft uw cliënt voor deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Gelet op de aard en de ernst van vrijheidsbenemende sanctie én de mate waarin de rechtsorde vanwege het strafbare feit geschokt was, heeft het CJIB beslist om in de zaak van uw cliënt een last tot aanhouding te doen uitgaan. Uw cliënt heeft een stevige vrijheidsstraf opgelegd gekregen wegens feiten die een zeer grote impact op Sittard en omgeving hebben gehad. Niet voor niets overweegt het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch dat de aanwezigheid van het Sittardse chapter van Bandidos voor een aantasting van de openbare orde zorgde en dat het chapter zich buiten de democratische rechtsorde plaatste. Dat de feiten in 2014 en 2015 hebben plaatsgevonden en het gegeven dat uw cliënt al geruime tijd op vrije voeten was, doet aan het voorgaande niet af.

De stelling dat uw cliënt zorg verleent aan zijn echtgenote maakt het voorgaande evenmin anders. Het is inherent aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf dat een veroordeelde en zijn directe omgeving worden geconfronteerd met de ingrijpende gevolgen daarvan. Bovendien had uw cliënt, in afwachting van het arrest van de Hoge Raad, (preventief) passende voorbereidingen kunnen treffen.

Gelet op de bovenvermelde overwegingen kon en kan het CJIB in alle redelijkheid tot de beslissing ‘geen zelfmeld, maar last tot aanhouding’ komen. Wij blijven dan ook bij ons standpunt en (eerdere) beslissing.”

3. Het geschil

[eiser] vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. de Staat veroordeelt om aan [eiser] (alsnog) de status van zelfmelder toe te kennen;

II. de Staat veroordeelt om [eiser] binnen 24 uur, althans een in goede justitie te bepalen termijn, na het vonnis in vrijheid te stellen om (alsnog) de zelfmeldprocedure te volgen, op straffe van een dwangsom van € 10.000 per dag met een maximum van € 200.000, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom met een in goede justitie te bepalen maximum;

III. de Staat veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, te voldoen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis en – als voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de bedoelde termijn voor voldoening.

Daartoe voert [eiser] – samengevat – het volgende aan. Het uitgangspunt van de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen is ‘zelfmelden, tenzij.’ Dat uitgangspunt hanteerde de Staat in dit geval niet. De argumenten van de Staat zijn onbegrijpelijk omdat het gaat om feiten die al jaren geleden zijn gepleegd en [eiser] inmiddels een baan heeft en voor zijn zieke vrouw zorgt. De maatschappij is niet geschokt als [eiser] zichzelf mag melden en thuis orde op zaken mag stellen. Medeverdachten die ook tot (aanmerkelijk langere) gevangenisstraf zijn veroordeeld werden bovendien wel als zelfmelder aangemerkt. De Staat heeft in redelijkheid niet tot deze beslissing kunnen komen. Het niet toekennen van de zelfmeldstatus heeft ervoor gezorgd dat [eiser] in het arrestantenregime, zijnde een veel ongunstiger regime, terecht is gekomen. Verder is niet gebleken van een last tot aanhouding, waardoor niet gezegd kan worden dat de huidige detentie rechtmatig is. Dit is in strijd met artikel 5 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM).

De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Juridisch kader

Bij de beoordeling stelt de voorzieningenrechter het volgende voorop. De minister is gehouden om onherroepelijke uitspraken van de strafrechter zo spoedig mogelijk ten uitvoer te leggen (artikelen 6:1:1 en 6:1:2 Wetboek van Strafvordering (Sv)). Bij de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen wordt met alle in aanmerking komende belangen rekening gehouden (artikel 6:1:3 Sv).

Last tot aanhouding

Tijdens de zitting is door de Staat een afdruk getoond vanuit het (computer)systeem waarin de interactie tussen de politie en het CJIB met betrekking tot de gevangenisstraf van [eiser] te zien is. Volgens de Staat blijkt daaruit dat het CJIB op 27 juli 2026 een last tot aanhouding van [eiser] heeft gegeven voor het uitzitten van zijn gevangenisstraf. Een dergelijke last wordt door de Staat niet op papier gezet maar binnen dat systeem verstrekt. Dat is door [eiser] niet betwist. De voorzieningenrechter passeert daarom zijn stelling dat hij niet op basis van een deugdelijke last daartoe is aangehouden – en zijn detentie om die reden onrechtmatig zou zijn.

‘Zelfmeldstatus’

Voor wat betreft het al of niet toekennen van de status van zelfmelder geldt het volgende. Het door de minister gehanteerde beleid is neergelegd in de Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (de Regeling) en de Beleidsregels tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (de Beleidsregels). Uit artikel 2:4 van de Beleidsregels volgt dat het CJIB/AICE met in achtneming van artikel 2:1 van de Regeling beoordeelt of een veroordeelde voor een zelfmeldstatus in aanmerking komt. Artikel 2:1 van de Regeling bevat opsommingen van (i) situaties waarin in ieder geval geen oproeping tot zelfmelding uitgaat (lid 1) en (ii) omstandigheden waarmee in ieder geval rekening moet worden gehouden bij de beoordeling of de zelfmeldstatus kan worden toegepast (lid 2). Het betreft geen limitatieve opsommingen, dus ook andere feiten en/of omstandigheden kunnen meewegen.

De minister heeft een ruime beleidsvrijheid bij de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen en dus ook bij de bepaling of iemand (niet) als zelfmelder moet worden aangemerkt. De rechter kan dergelijke beslissingen daarom slechts marginaal toetsen. Het gaat er niet om of de rechter tot dezelfde beslissing zou zijn gekomen, maar of de beslissing in redelijkheid kon worden genomen.

Verder geldt dat als de voorzieningenrechter oordeelt dat voldoende aannemelijk is dat een veroordeelde onterecht niet de zelfmeldstatus heeft gekregen, dat niet zonder meer betekent dat zijn detentie onrechtmatig is en hij dus direct in vrijheid moet worden gesteld om zich later alsnog te kunnen melden. De detentie is immers gebaseerd op een onherroepelijk vonnis waarbij gevangenisstraf is opgelegd.

In deze zaak is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet onbegrijpelijk dat het CJIB [eiser] niet in aanmerking liet komen om zichzelf te melden. Er zijn ook overigens geen feiten en omstandigheden naar voren gekomen die maken dat [eiser] onmiddellijk in vrijheid moet worden gesteld. Dat wordt hieronder uitgelegd.

[eiser] heeft aangevoerd dat sprake is van een onzorgvuldige en onbegrijpelijke belangenafweging. Het belangrijkste argument van [eiser] is dat hij mantelzorger is voor zijn vrouw die 24 uur per dag zorg nodig heeft. Zij woont thuis en gaat overdag naar de dagbesteding, maar verder zorgt hij voor haar. Daar is nu niets voor geregeld en hij maakt zich veel zorgen over haar. [eiser] is ruim twee weken nadat de Hoge Raad zijn cassatieberoep afwees onaangekondigd aangehouden en heeft geen tijd gehad om een overgang van de zorg voor zijn vrouw te regelen. Hij wijst erop dat de Staat ook op de hoogte was van zijn omstandigheden. In de strafprocedure was dat al naar voren gekomen en hij had dat ook na de uitspraak van de Hoge Raad nog gemeld.

De Staat heeft niet weersproken dat de situatie van de echtgenote van [eiser] zorgelijk is. De voorzieningenrechter begrijpt ook goed dat [eiser] zich zorgen maakt over haar en dat er snel een oplossing moet worden gevonden. De voorzieningenrechter is het echter niet met [eiser] eens dat zijn thuissituatie bij de belangenafweging door de Staat tot een andere uitkomst had móeten leiden. Daarvoor is van belang dat uit de stukken naar voren komt dat haar gezondheidssituatie al jaren ingewikkeld is. [eiser] zorgt al lang voor haar en al jaren geleden was duidelijk – en hij maakte zich daar toen ook zorgen over – dat als hij de gevangenis in zou moeten, zij zou moeten worden opgevangen. Vervolgens is door de rechtbank en door het hof toch gevangenisstraf opgelegd, waarbij het hof het feit dat [eiser] voor zijn vrouw zorgt uitdrukkelijk heeft meegewogen. [eiser] moest er dus rekening mee houden dat hij daadwerkelijk de gevangenis in zou moeten. Hij had zich kunnen oriënteren op de mogelijkheden voor zorg, zodat als het nodig was, hij ergens kon aankloppen. Dat heeft hij niet gedaan. Hij voert aan dat twee weken – na de uitspraak van de Hoge Raad vervolgens – te kort was om zorg voor zijn vrouw te regelen, maar dat is niet voldoende duidelijk. Uit zijn toelichting tijdens de zitting kwam naar voren dat hij niet ziet wat hij zou kunnen regelen. Hij heeft in die twee weken (en tot op heden) geen contact opgenomen met een instantie, een arts, een casemanager of wie dan ook om te bespreken welke mogelijkheden er zijn voor de duur van zijn detentie. Zijn dochter heeft dat volgens hem ook niet kunnen doen. Wat daar ook van zij, het feit dat hij mantelzorger is voor zijn vrouw en die zorg moet worden overgenomen tijdens zijn detentie, betekent niet dat hij als zelfmelder had moeten worden aangemerkt.

De voorzieningenrechter wijst erop dat er mogelijkheden zijn om incidenteel verlof voor humanitaire doeleinden te vragen, of strafonderbreking. Of [eiser] daar aanspraak op kan maken moet in de desbetreffende procedure(s) beoordeeld worden, dat kan niet in dit kort geding.

[eiser] wees verder op het tijdsverloop sinds de feiten waarvoor hij werd veroordeeld en hij betoogt dat inmiddels niet meer kan worden aangenomen dat de rechtsorde geschokt zou zijn als hij niet wordt opgepakt voor het uitzitten van zijn straf. Dat tijdsverloop op zichzelf leg weinig gewicht in de schaal. Een strafzaak met hoger beroep en cassatieberoep duurt lang, en de gevangenisstraf van [eiser] is door het hof al met vijf maanden gematigd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. Verder heeft de Staat gemotiveerd weersproken dat [eiser] niet meer met justitie in aanraking is geweest. [eiser] heeft vervolgens niet betwist dat aan hem op 12 juni 2023 een strafbeschikking is opgelegd vanwege alcoholgebruik in het verkeer in 2022 en dat hij op 13 oktober 2021 in België is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden vanwege feiten uit 2017.

De voorzieningenrechter vindt het niet onjuist of onbegrijpelijk dat het CJIB bij de beslissing om [eiser] niet als zelfmelder aan te merken als argument noemt dat– ondanks het tijdsverloop en de huidige levensstijl van [eiser] – sprake is van een geschokte rechtsorde omdat de feiten een zeer grote impact op Sittard en omgeving hebben gehad, het Sittardse chapter van Bandidos voor een aantasting van de openbare orde zorgde en zij zich buiten de democratische rechtsorde plaatste. De voorzieningenrechter is het niet met [eiser] eens dat het bij de beslissing van het CJIB moet gaan om de vraag of de rechtsorde nu geschokt zou zijn door het verlenen van de status van zelfmelder.

De voorzieningenrechter kan ook niet vaststellen dat – zoals [eiser] aanvoert – medeveroordeelden met een grotere rol in de gepleegde feiten die tot langere gevangenisstraffen zijn veroordeeld, wel een zelfmeldstatus kregen. De Staat heeft dit ter zitting weersproken, en [eiser] heeft bevestigd dat een van de twee medeveroordeelden inmiddels ook in het arrestantenregime gedetineerd is. Dat wijst erop dat geen sprake is van zelfmeldstatus. Dat sprake is van willekeur en tegenstrijdige beslissingen over de zelfmeldstatus van de betrokkenen is niet voldoende aannemelijk geworden.

De conclusie is dat het CJIB naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen om [eiser] niet de zelfmeldstatus toe te kennen en dat de vorderingen moeten worden afgewezen.

Proceskosten

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Staat worden begroot op:

- griffierecht € 735

- salaris advocaat € 1.177

- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de

beslissing)

Totaal € 2.101

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van de Staat, begroot op € 2.101, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt [eiser] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart de veroordelingen onder nummers 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.

3556

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand