ECLI:NL:RBDHA:2026:27677

ECLI:NL:RBDHA:2026:27677

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-03-2026
Datum publicatie 22-09-2026
Zaaknummer 09/312751-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling voor het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod. HARP-zaak. (Verlengde) uitvoer van drugs via pakketpost. Gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Schorsing VH onder voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/312751-25

Datum uitspraak: 16 maart 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres 1] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 2 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. N. Neelis en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. H.L. Hendriks naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 juni 2025 te Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 3.059,81 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende crystal meth (methamfetamine), zijnde crystal meth (methamfetamine) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken omdat hij niet wist dat er drugs in de pakketten zat en dat ook niet hoefde te vermoeden omdat hij de inhoud van de pakketten heeft gezien voordat hij deze heeft verstuurd. Van opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, op het uitvoeren van drugs is daarom geen sprake.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer LXFBC25017-25, van de politie Eenheid Landelijke Expertise en Operaties, Dienst Infrastructuur, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 150).

1. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende:

Een oud-collega had gevraagd of ik langs wilde komen. Hij vroeg of ik voor hem pakketten op de post kon doen. Hij was pakketten aan het inpakken. Er zaten hamers in de pakketten. Ik heb ze na het inpakken meegenomen naar huis. Hij zei dat ik moest uitzoeken wat de portokosten waren. Ze moesten naar Australië. Hij zou mij een paar honderd euro geven, maar dat heb ik nooit gehad. Hij had het adres op de doos geplakt. Ik durf niet meer te zeggen hoeveel de portokosten waren, misschien iets van 400 euro. Zijn vrouw heeft het geld daarvoor gebracht, we hadden afgesproken bij de kerk in [plaats 1] . Voor het adres van de afzender heeft mijn oud-collega mij gezegd dat ik het adres moest gebruiken van een leegstaand huis bij mij in de straat. Het klopt dat ik weleens envelopjes coke bij hem had gekocht. Het klopt dat ik nog een schuld had bij die oud-collega van 100 euro voor coke. Ik dacht dat als ik de pakketten naar de post zou brengen ik geld zou krijgen, maar toen zei hij achteraf dat het zo verrekend was.

2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 7 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 26 t/m 30):

Op 2 juli 2025 zijn er door collega’s van de douane werkzaam bij Schiphol Cargo 6 postpakketten onderschept. Alle 6 de postpakketten hadden dezelfde uiterlijke overeenkomsten, dezelfde afzender en dezelfde ontvanger. De inhoud van alle 6 de postpakketten betrof hamers met het logo van Sonic Equipments. In meerdere hamers zat vermoedelijk Crystal Meth verstopt. Het Cargo Harc team had het Hit and Run Post(HARP) team op de hoogte gebracht van deze bevindingen.

Het HARP team had een vordering verstuurd naar PostNL om de inleverlocaties te achterhalen van de 6 postpakketten. PostNL kwam met het antwoord dat alle 6 de postpakketten zijn ingeleverd bij dezelfde locatie, de Bruna op de [adres 2] .

Inlevermoment zoals bekend bij PostNL

CC098304193NL - 27-06-2025 — 11:36:30 uur

CC098304220NL - 27-06-2025 — 11:40:14 uur

CC098304176NL - 27-06-2025 — 11:43:23 uur

CC098304180NL - 27-06-2025 — 11:44:44 uur

CC098304202NL - 27-06-2025 — 11:46:05 uur

CC098304216NL - 27-06-2025 — 12:02:11 uur

Hierop heeft het onderzoeksteam op 4 juli 2025 contact opgenomen met de Bruna in [plaats 2] voor camerabeelden van 27 juni 2025 van 11:20 uur tot en met 12:10 uur. Het onderzoeksteam heeft de camerabeelden op 10 juli ontvangen.

3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt op 18 november 2025, voor zover inhoudende (p. 58-62):

O: Als ik je zeg dat wij op de camerabeelden van 27 juni 2025, tussen 11:30 uur en 12:05 uur, zien dat jij binnen in de Bruna staat in het winkelcentrum de [adres 2] .

V: Wat is hierop jouw reactie?

A: Ja dat is waar.

4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt 7 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 34 t/m 37):

Op 5 augustus 2025 bevonden wij ons, verbalisanten, op het Douane Laboratorium aan de [adres 3] . Wij hebben in totaal 6 postpakketten met de volgende kenmerk nummers geopend:

CC098304180NL

CC098304202NL

CC098304193NL

CC098304216NL

CC098304176NL

CC098304220NL

In alle 6 de postpakketten zaten alleen hamers van het merk Sonic Equipments. Wij telden in totaal 15 hamers verdeeld over de 6 postpakketten. Na het verwijderen van het plastic kapje, konden wij middenin de kop van de hamer kijken en zagen wij een plastic zakje met een wit poeder erin zitten. Dit hebben wij bij alle 15 de hamers gedaan en bij alle hamers zagen wij een plastic zakje met wit poeder in de kop van de hamer zitten. Hierna hebben wij alle 15 de plastic zakjes los van elkaar gewogen.

Pakketnummer gewicht SIN-nummer

CC098304176NL 609,97 gram AASR3078NL

CC098304180NL 410,95 gram AASR3076NL

CC098304193NL 613,78 gram AASR3081NL

CC098304202NL 410,57 gram AASR3079NL

CC098304216NL 406,24 gram AASR3080NL

CC098304220NL 608,30 gram AASR3077NL

Het totale gewicht van alle plastic zakjes betrof netto 3059,81 gram.

5. Het rapport van Douane Laboratorium d.d. 3 september 2025, voor zover inhoudende (p. 40 en 41): Op 06-08-2025 ontving ik, ondergetekende, [naam] , wetenschappelijk medewerker bij het Douane Laboratorium te Amsterdam van het HARP-team van de Politie Eenheid Landelijke Expertise en Operaties te Driebergen,

Een verzegelde plastic zak met daarin:

AASR3076NL) een verzegelde plastic zak met twee plastic verpakkingen met wit poeder. De inhoud van één verpakking is onderzocht.

AASR3077NL) een verzegelde plastic zak met drie plastic verpakkingen met wit poeder. De inhoud van één verpakking is onderzocht.

AASR3078NL) een verzegelde plastic zak met drie plastic verpakkingen met wit poeder. De inhoud van één verpakking is onderzocht.

AASR3079NL) een verzegelde plastic zak met twee plastic verpakkingen met wit poeder. De inhoud van één verpakking is onderzocht.

AASR3080NL) een verzegelde plastic zak met twee plastic verpakkingen met wit poeder. De inhoud van één verpakking is onderzocht.

AASR3081NL) een verzegelde plastic zak met drie plastic verpakkingen met wit poeder. De inhoud van één verpakking is onderzocht.

Het materiaal van alle bovenvermelde SIN-nummers bevat metamfetamine.

Bewijsoverwegingen

(Verlengde) uitvoer

Aangezien de zes postpakketten Nederland niet hebben verlaten, is de vraag of er sprake is van “uitvoer”, zoals ten laste gelegd. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte de postpakketten met daarin de drugs op 27 juni 2025 ter verzending heeft aangeboden en dat die pakketten waren geadresseerd aan een persoon in Australië. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van (verlengde) uitvoer, als bedoeld in artikel 2, aanhef onder A, jo. artikel 1 lid 5 Opiumwet. Onder uitvoer wordt daarin mede verstaan het ten uitvoer aangeven van verdovende middelen aan een vervoerder of postdienst, met het kennelijke doel deze naar het buitenland te (doen) verzenden.

(Voorwaardelijk) opzet

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van uitvoer van verdovende middelen, omdat de verdachte geen opzet heeft gehad op de uitvoer van Crystal Meth. Volgens de raadsvrouw wist de verdachte niet dat er drugs in het pakket zat.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. Voor een veroordeling ter zake van uitvoer van verdovende middelen is opzet vereist, al dan niet in voorwaardelijke zin. Van voorwaardelijk opzet is sprake indien de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zich een verboden gevolg – in dit geval de uitvoer van drugs – zou voordoen.

De verdachte heeft verklaard, dat hij door een oud-collega werd benaderd met de vraag een aantal pakketten voor hem op de post te doen. Het ging daarbij om 15 hamers die voor zo’n 400 euro naar Australië moesten worden verzonden. Dit enkele gegeven roept al vragen op, aangezien de portokosten de waarde van die hamers, volgens de verdachte zelf tijdens zijn verhoor op pagina 64 €10 tot €12 per stuk, (fors) overstijgen. De verdachte verkeerde daarbij ook nog in de veronderstelling, dat hij (een paar) honderd euro zou krijgen voor de vriendendienst, wat daarmee geen vriendendienst meer zou zijn maar een goedbetaalde klus. Het versturen van de hamers naar de andere kant van de wereld zou daarmee nόg duurder uitpakken.

Bij het onder deze feiten en omstandigheden aanvaarden van het verzoek de pakketten met hamers naar de andere kant van de wereld te versturen, had verdachte zich moeten afvragen waarom zijn oud-collega de pakketten niet zelf op de post wilde doen.

De verdachte heeft op de pakketten het adres van een leegstaande woning ingevuld en een telefoonnummer opgegeven, dat blijkens het proces-verbaal op pagina 42 van het dossier slechts uit acht cijfers bestond. De verdachte wist dat het adres onjuist was, sterker nog; de oud-collega vroeg hem het desbetreffende adres te gebruiken juist omdat het een leegstaand huis betrof. In het licht van het voorgaande is deze omstandigheid ronduit verdacht te noemen.

Tot slot was de oud-collega iemand die zich met drugs bezighield, en dat wist de verdachte. Hij had namelijk zelf cocaïne van zijn oud-collega gekocht.

Al deze feiten en omstandigheden leveren naar het oordeel van de rechtbank op zijn minst voorwaardelijk opzet op. Door de pakketten ondanks die feiten en omstandigheden ter verzending aan te bieden, heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij drugs zou verzenden naar Australië.

Volgens de officier van justitie is het bestaan van de oud-collega niet aannemelijk waardoor er sprake is van vol opzet. De rechtbank merkt hierover op dat de verdachte direct na zijn aanhouding bij de politie de naam van die oud-collega heeft genoemd en later ook diens adres en telefoonnummer heeft gegeven. Uit het procesdossier blijkt niet dat die gegevens door de politie zijn uitgelopen, waardoor de rechtbank de verdachte op dit punt het voordeel van de twijfel zal geven.

Medeplegen

De rechtbank stelt daarnaast op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte samen heeft gewerkt met een ander. De verdachte heeft namelijk verklaard dat hij de pakketten van zijn oud-collega heeft gekregen en die voor hem op de post heeft gedaan. De rechtbank acht dan ook het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het feit wettig en overtuigend is bewezen.

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij op 27 juni 2025 te Maastricht tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht 3.059,81 gram crystal meth (methamfetamine), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gevraagd om bij een veroordeling het niet-aangeboren hersenletsel van de verdachte zwaar mee te wegen in strafmatigende zin. Als gevolg van dat hersenletsel kan de verdachte volgens de raadsvrouw de gevolgen van zijn handelen minder goed inschatten, is hij zich minder bewust van eventuele risico’s en is hij impulsiever. Hij is een kwetsbaar persoon van wie misbruik is gemaakt. De raadsvrouw verzoekt daarom het onvoorwaardelijk gedeelte van een gevangenisstraf te beperken tot de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan uitvoer van ruim drie kilo harddrugs. Hij heeft in opdracht van een ander postpakketten met ruim drie kilo crystal meth ter verzending naar Australië aangeboden. Crystal meth is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. Daarnaast gaan de verspreiding van en handel in crystal meth gepaard met vele vormen van criminaliteit, waaronder ernstige gewelds- en levensdelicten.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 29 januari 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld voor een opiumdelict.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 11 februari 2026. Daarin wordt geadviseerd om bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen. Er zijn risicofactoren op het gebied van middelengebruik, sociaal netwerk, psychosociaal functioneren, houding en de financiële situatie. Ten tijde van het ten laste gelegde was de verdachte dagelijks bezig met cocaïnegebruik en had hij een negatief sociaal netwerk. Eerder heeft de verdachte vrijwillige hulpverlening gehad, maar desondanks is het niet gelukt om abstinent te blijven. Er wordt geadviseerd om een gedragsinterventie in te zetten, waarbij gekeken kan worden naar de copingvaardigheden van de verdachte. Ook adviseert de reclassering een meldplicht, een ambulante behandeling, het vinden en houden van dagbesteding, meewerken aan middelencontrole en inzage geven in de financiële situatie van de verdachte.

Gelet op de ernst van het feit, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.

De rechtbank ziet geen aanleiding om bij de strafmaat rekening te houden met het door de raadsvrouw aangevoerde rapport over het niet aangeboren hersenletsel van de verdachte, omdat niet is gebleken van enig verband tussen het door hem als kind opgelopen letsel en het bewezenverklaarde.

De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden passend en geboden. De rechtbank zal een deel van die straf, te weten 12 maanden, voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van 2 jaar. Aan deze proeftijd zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden die de reclassering heeft geadviseerd. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard bereid te zijn om aan deze voorwaarden mee te werken.

De rechtbank acht dit laatste passend, om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.

Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis met ingang van 31 december 2025 geschorst tot aan het moment van deze einduitspraak. Dit betekent dat de schorsing vandaag van rechtswege eindigt. De rechtbank dient opnieuw een afweging te maken of het aflopen van de schorsing noodzakelijk is, of dat een hernieuwde schorsing van de voorlopige hechtenis op zijn plaats is (HR 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:987). Daarbij worden de strafvorderlijke belangen bij vrijheidsbeneming afgewogen tegen de persoonlijke belangen van de verdachte bij zijn vrijheid.

Door de verdediging is naar voren gebracht dat de verdachte bij een nieuwe detentie zijn huis zal verliezen, zijn schulden niet meer kan aflossen en zijn nieuwe baan kwijtraakt. De verdachte heeft op de terechtzitting zijn persoonlijk belang bij zijn vrijheid toegelicht.

Daar staat het strafvorderlijk belang bij vrijheidsbeneming tegenover. Om het gewicht daarvan te bepalen, weegt de rechtbank onder andere mee dat bij dit vonnis aan de verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd die van langere duur is dan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat de grond als bedoeld in artikel 67a Sv, die tot het bevel tot gevangenhouding van de verdachte heeft geleid, ook nu nog van toepassing is. In dat kader overweegt de rechtbank dat het recidiverisico door de reclassering wordt ingeschat als gemiddeld en dat de verdachte het onderhavige feit zegt te hebben gepleegd om zijn verslaving te financieren. Gelet daarop zal de rechtbank de voorlopige hechtenis niet opheffen.

De rechtbank ziet wel aanleiding om de voorlopige hechtenis opnieuw te schorsen. De verdachte heeft zich gedurende de schorsing van zijn voorlopige hechtenis aan de voorwaarden en gemaakte afspraken gehouden en staat open voor hulpverlening. De rechtbank is daarom van oordeel dat het recidiverisico door het stellen van voorwaarden aan een schorsing voldoende kan worden geborgd. Naar het oordeel van de rechtbank weegt het persoonlijk belang van de verdachte op dit moment zwaarder dan het strafvorderlijk belang.

De rechtbank zal bepalen dat de voorlopige hechtenis van de verdachte opnieuw wordt geschorst met ingang van de dag dat dit vonnis wordt uitgesproken en zal hieraan, naast de algemene schorsingsvoorwaarden, dezelfde bijzondere voorwaarden verbinden als die door de reclassering in het kader van de strafoplegging zijn geadviseerd.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c en 47 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 (DERTIG) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 12 (TWAALF) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij SVG reclassering Limburg (Mondriaan) via het nummer [telefoonnummer] en zich daarna gedurende de proeftijd op door de reclassering te bepalen tijdstippen blijft melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- zich laat behandelen door Mondriaan Forensische Zorg of een soortgelijke zorgverlener indien de reclassering het nodig acht. De behandeling start van zodra er plek is. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

- zich bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het ziektebeeld laat opnemen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. De veroordeelde zal zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;

- zich laat begeleiden door [instelling] of een soortgelijke instelling voor forensische ambulante begeleiding, nader te bepalen door de reclassering. De begeleiding start tijdens de proeftijd en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de hulpverlening geeft voor de begeleiding;

- zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

- meewerkt aan controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;

- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

geeft opdracht aan SVG Reclassering Limburg (Mondriaan) tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

voorlopige hechtenis

schorst de voorlopige hechtenis met ingang van 16 maart 2026 onder de voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de schorsing meldt bij SVG reclassering Limburg (Mondriaan) via het nummer [telefoonnummer] en zich daarna gedurende de schorsing op door de reclassering te bepalen tijdstippen blijft melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- zich laat behandelen door Mondriaan Forensische Zorg of een soortgelijke zorgverlener indien de reclassering het nodig acht. De behandeling start zodra er plek is. De behandeling duurt de gehele schorsing of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

- zich bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het ziektebeeld laat opnemen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. De veroordeelde zal zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;

- zich laat begeleiden door [instelling] of een soortgelijke instelling voor forensische ambulante begeleiding, nader te bepalen door de reclassering. De begeleiding start tijdens de schorsing en duurt de gehele schorsing of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de hulpverlening geeft voor de begeleiding;

- zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

- meewerkt aan controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;

- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. I. Jadib, voorzitter,

mr. J.M.J. Keltjens, rechter,

mr. W.R. van Hattum, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Veltink en mr. C.B. Pluim, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. I. Jadib
  • mr. J.M.J. Keltjens
  • mr. W.R. van Hattum

Griffier

  • mr. A.C. Veltink en mr. C.B. Pluim

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand