Rechtbank den haag
Wrakingskamer
wrakingnummer 2026/54
zaak- /rekestnummer: C/09/710860 / KG RK 26-1196
Beslissing van 21 augustus 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. K.C.J. Vriend,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Als belanghebbende is aangemerkt: mr. A.C. van Greevenbroek, officier van justitie.
1. Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 09/166141-25 / 015433-26 waarin verzoeker als veroordeelde een bezwaarschrift heeft ingediend. Blijkens het proces-verbaal van de enkelvoudige raadkamer in strafzaken van 11 augustus 2026, waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld, heeft verzoeker het volgende aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd. De rechter heeft bij aanvang van de zitting gezegd dat verzoeker een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de afname van zijn DNA-materiaal. Toen verzoeker aangaf dat hij geen bezwaarschrift heeft ingediend tegen de afname van DNA-materiaal en wilde toelichten waartegen hij wel een bezwaarschift heeft ingediend, heeft de rechter hem onderbroken en benadrukt dat de rechter gaat over de orde van de zitting. Door zijn defensieve houding heeft de rechter de schijn van partijdigheid gewekt.
2. De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
Verzoeker vindt de rechter vooringenomen omdat hij heeft gezegd dat verzoeker een bezwaarschrift tegen de afname van DNA-materiaal heeft ingediend en toen verzoeker aangaf dat dit niet zo was, hem heeft onderbroken en hem dit niet heeft laten toelichten. De wrakingskamer maakt uit het proces-verbaal van de raadkamer op dat de rechter bezig was met de inleiding van de behandeling van het bezwaarschrift waarbij de rechter verzoeker heeft gezegd dat hem de gelegenheid zal worden geboden zijn zaak toe te lichten. Daarbij heeft verzoeker de rechter onderbroken. De rechter heeft gezegd dat hij over de orde van de zitting gaat en dat verzoeker niet door hem heen moet praten, waarna verzoeker de rechter gewraakt heeft.
De wrakingskamer overweegt dat het aan de rechter is om het bezwaarschrift in te leiden op de wijze waarop hij dat wenst. Concrete feiten waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden, ontbreken. Hieruit volgt dat het wrakingsverzoek niet toewijsbaar is.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
3. De beslissing
De wrakingskamer
wijst het verzoek tot wraking af;
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 515, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de rechter;
• de officier van justitie.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, E.A.W. Schippers en A.M. Boogers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.M.N. van Limpt-Schrover en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.