ECLI:NL:RBDHA:2026:27701

ECLI:NL:RBDHA:2026:27701

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 22-09-2026
Zaaknummer NL25.33189
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

tussenuitspraak. Besluit is gebrekkig omdat met horen en beslissen onvoldoende rekening is gehouden met medische beperkingen zoals naar voren komt uit het FMO-rapport en het referentiekader van eiser. De rechtbank toetst vervolgens met toepassing van de arresten Quotal en Ebilum de gestelde homoseksuele geaardheid en de gestelde problemen als gevolg daarvan vol en acht ze geloofwaardig. De rechtbank gaat ook in op de tegenwerpingen van de minister op die onderdelen. De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid alsnog een zwaarwegendheidsbeoordeling te maken. De minister dient een actuele en toekomstgerichte risicoschatting te maken van eisers vrees voor vervolging of ernstige schade. Daarbij dient de minister te betrekken dat in Mali homoseksualiteit sinds december 2024 wettelijk strafbaar is gesteld en dat eiser met openbare bronnen onderbouwd heeft dat de autoriteiten al vóór de wettelijke strafbaarstelling weigerden in te grijpen in gevallen van ‘corrigerende straffen en verkrachtingen’. Ook dient de minister te betrekken dat eiser heeft onderbouwd dat, omdat homofobe houding in het hele land overheerst, het onwaarschijnlijk is dat in Mali een vestigingsalternatief is voor LHBTI’s. De minister dient bij deze beoordeling ook de actuele algemene veiligheidssituatie in Mali en in het bijzonder [plaats 3] te betrekken en alles wat eiser in dat kader in beroep heeft aangevoerd. Als de minister hierover niet binnen de afzienbare tijd duidelijkheid kan verschaffen, dient de minister eiser bij die risicoschatting het voordeel van de twijfel te geven.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

tussenuitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1998, van Malinese nationaliteit, eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.33189 T

V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. R. Achttienribbe),

en

(gemachtigden: mr. A.J. de Heer en mr. E.S. Wichhart).

Procesverloop

Eiser heeft op 12 januari 2021 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

Op 3 september 2024 heeft eiser de minister in gebreke gesteld en op 20 september 2024 heeft hij beroep ingesteld tegen niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Met de uitspraak van 27 november 2024 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen twee weken op de aanvraag te beslissen, op laste van een dwangsom met een maximum van € 7.500, -. Nadat de maximale dwangsom was volgelopen heeft eiser op 24 juni 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

De minister heeft met het bestreden besluit van 7 juli 2025 de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond, eiser voor zes maanden uitstel van vertrek verleend om medische redenen en een rechterlijke dwangsom van € 7.500, - toegekend.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Voorts heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat hij niet wordt uitgezet zolang niet op zijn beroep tegen het bestreden besluit is beslist.

De rechtbank heeft de beroepen en het verzoek van eiser op 22 juni 2026 gezamenlijk op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S. Diaby als tolk in de taal Bambara en de gemachtigden van de minister. Ook was op zitting aanwezig de partner van eiser [persoon 1] .

Overwegingen

Achtergrond

1. Eiser heeft vóór zijn vertrek uit Mali enige tijd in [plaats 1] verbleven. Hij is begin 2015 uit Mali vertrokken en is via Italië en Duitsland op 20 april 2017 in Nederland aangekomen. Op 21 april 2017 heeft hij asiel aangevraagd. Deze aanvraag heeft de minister met het besluit van 12 juli 2017 niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk was voor de behandeling van de aanvraag. Dit besluit is in beroep en in hoger beroep in stand gebleven. De op 11 september 2017 geplande overdracht van eiser aan de Italiaanse autoriteiten is geannuleerd, omdat hij met onbekende bestemming was vertrokken. Op 12 januari 2021 heeft eiser opnieuw in Nederland asiel aangevraagd.

Het asielrelaas

2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is. Hij werd verliefd op zijn vriend [persoon 2] en kreeg een relatie met hem. Nadat zijn ouders ontdekten dat hij homoseksueel is, hebben ze eiser mishandeld en geprobeerd zijn homoseksuele geaardheid met een genezer te wijzigen. Later is eiser door een buurman betrapt toen hij met [persoon 2] gemeenschap had. Vervolgens is eiser uit Mali gevlucht.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Homoseksuele identiteit en de daaruit volgende problemen.

De minister stelt zich hierover op het standpunt dat het eerste relevante element geloofwaardig is, maar het tweede niet.

De minister stelt dat hij rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser en zijn psychische toestand. Eiser is echter volgens de minister niet erin geslaagd om op persoonlijke/authentieke wijze inzichtelijk te maken hoe hij zijn seksuele geaardheid heeft ervaren. Daartoe acht de minister de volgende punten doorslaggevend:- Eiser blijft herhalen dat zijn gedrag als meisjesachtig werd gezien zonder hierbij enige uitleg te geven.

- Eiser heeft met zijn verklaringen niet inzichtelijk gemaakt op welk moment hij besefte dat hij niet aan de heteroseksuele norm voldoet of wat dit met hem deed.

- Eiser stelt meermalen dat hij blij en gelukkig was met zijn seksuele identiteit en hij dit direct accepteerde terwijl dit door zijn omgeving werd afgekeurd. Hij heeft daarbij niet inzichtelijk gemaakt hoe hij ondanks deze situatie zo blij en gelukkig kon zijn. Temeer omdat hij ook heeft verklaard dat de afkeuring van zijn ouders hem wel pijn deed.

De minister vindt eisers verklaringen over zijn gestelde problemen in Mali ongeloofwaardig. Daarbij richt de minister zich op eisers verklaringen over hoe zijn ouders achter zijn homoseksuele geaardheid zijn gekomen, hoe de omgeving er verder achter is gekomen en over het moment dat eiser en [persoon 2] werden betrapt.

Dat eiser geloofwaardig heeft verklaard over zijn eerdere relatie met [persoon 2] , zijn huidige relatie met [persoon 1] , over de positie van LHBTI’s in Mali en zijn activiteiten in Nederland zoals deelname aan de bijeenkomsten van verschillende support-groepen, en dat hij zijn asielmotief heeft onderbouwd met brieven van zijn psycholoog, zijn twee coaches van het wereldhuis en zijn partner van [persoon 1] , zijn volgens de minister minder zwaarwegend om het asielmotief van eiser alsnog geloofwaardig te achten.

De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.

Toetsingskader

4. Op 12 juni 2026 is het Asiel- en Migratiepact ingegaan. Met dit pact zijn diverse richtlijnen omgezet naar verordeningen. Onder meer de Kwalificatierichtlijn is ingetrokken en vervangen door de Kwalificatieverordening. De Kwalificatieverordening kent geen overgangsrecht. Omdat de rechtbank een volledig en ex nunc onderzoek moet verrichten, zal de rechtbank uitgaan van het recht zoals dat gold ten tijde van het sluiten van het onderzoek. Dit betekent dat de rechtbank zal toetsen aan de Kwalificatieverordening.

De rechtbank overweegt verder dat uit de arresten Quotal en Ebilum volgt dat de rechtbank, anders dan de Afdeling tot nu toe aannam, de geloofwaardigheid vol mag toetsen. De rechtbank kan en mag dus een eigen afweging maken met betrekking tot de geloofwaardigheid van het asielrelaas, maar zij hoeft dit niet te doen.

Heeft de minister voldoende rekening gehouden met eisers referentiekader en zijn psychische toestand?

5. Eiser voert samengevat aan dat de minister bij het horen en beslissen onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader en zijn psychische toestand. Eiser verwijst naar het medisch advies horen en beslissen van MediFirst van 27 mei 2022, ingebrachte medische stukken en het rapport van het FMO van 15 mei 2023.

De minister stelt zich op het standpunt dat hij voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader en de medische problematiek van eiser. Zo was een vertrouwenspersoon van eiser bij het nader gehoor aanwezig, is aan eiser gevraagd of hij in staat was om het gesprek te houden, is regelmatig gepauzeerd, heeft eiser gelegenheid gehad om zijn medicijnen in te nemen en zijn vragen herhaald, anders geformuleerd en verduidelijkt. In de beoordeling van de relevante elementen van het asielrelaas heeft de minister in het voornemen toegelicht op welke wijze verder rekening is gehouden met het referentiekader en de medische toestand van eiser. De minister heeft het gehoor in drie delen gehouden en in het belang van eiser eerder afgebroken en later hervat. Eiser heeft hiermee meer gelegenheid gekregen zijn asielrelaas nader toe te lichten. Volgens de minister blijkt uit het voornemen en het bestreden besluit dat het FMO-rapport bij de besluitvorming is betrokken.

Het referentiekader bij het horen van eiser

De rechtbank stelt vast dat een verpleegkundige van MediFirst in het eerste advies van 25 oktober 2021 heeft vastgesteld dat eiser (nog) niet kan worden gehoord en eerst door de arts gezien moet worden. Dat is gebeurd op 11 november 2021. In het medisch advies van MediFirst van 14 november 2021 staat dat er beperkingen zijn voor het horen als gevolg van psychische klachten. Het advies is om zo weinig mogelijk in te gaan op emotioneel beladen gebeurtenissen, spanningen te vermijden, emoties niet te laten oplopen en eiser op tijd een pauze aan te bieden. Eiser is niet in staat om zich data exact te herinneren. Tot slot wenst eiser een vertrouwenspersoon mee te nemen naar het gehoor.

Hierna heeft de gemachtigde van eiser bij brief van 1 april 2022 gewezen op twee verklaringen van de dokters van het Wereldhuis waaruit forse medische problematiek, suïcidaliteit, depressie, problemen met verklaren en medicijngebruik blijkt en verzocht een hulpverlener van het Wereldhuis te betrekken.

In de brief van 4 april 2022 heeft de gemachtigde van eiser opgemerkt dat de artsen van het Wereldhuis het niet verstandig vinden dat eiser gehoord wordt en dat zij van een verhoogd suïciderisico spreken, maar dat eiser gehoord wil worden. Ze vraagt zich daarom af of het raadzaam is om tevoren een MediFirst advies te vragen.

Uiteindelijk heeft het nader gehoor in drie dagen plaatsgevonden, te weten op 6 april 2022, 25 mei 2022 en 28 juni 2022. Voorafgaand aan deze gehoren heeft MediFirst medische adviezen uitgebracht.

In het medisch advies van 6 april 2022 staat dat tijdens het onderzoek medische klachten zijn gebleken. Eiser is geadviseerd om de medicatie die hij gebruikt bij zich te hebben ten tijde van het interview. Ook is het aan te bevelen om tijdens het gehoor aanwezigheid van een vertrouwenspersoon toe te laten. Eiser heeft aangegeven dat hij erg emotioneel wordt wanneer hij praat over zijn asielrelaas. Gelieve hem de ruimte bieden voor de emoties, iets te drinken aanbieden en indien nodig een extra pauze aanbieden.

In het medisch advies van 27 mei 2022 zijn kort samengevat de volgende beperkingen vastgesteld en het volgende advies meegegeven. Bij eiser zijn serieuze tekenen aanwezig van psychische decompensatie. Bij een negatief advies kan eiser decompenseren (suïcidegevaar aanwezig). Daarom is aan te bevelen om tijdens het gehoor aanwezigheid van een vertrouwenspersoon toe te laten en eiser de gelegenheid te geven om medicatie in te nemen of een pauze in te lassen. Eiser heeft aangegeven dat hij niet in staat is om de exacte data te benoemen over zijn asielrelaas ten gevolge van psychische problematiek. Volgens eiser kan hij dit aangeven bij benadering (maanden, seizoenen en jaartallen). Eiser heeft aangegeven dat hij erg emotioneel wordt wanneer hij praat over zijn asielrelaas. Gelieve eiser de ruimte bieden voor de emoties, iets te drinken aanbieden en indien nodig een extra pauze aanbieden.

In het medisch advies van 28 juni 2022 zijn kort samengevat de volgende beperkingen vastgesteld en het volgende advies meegegeven. Bij eiser is geobserveerd dat hij een wisselende concentratie kan ervaren. Het advies luidt eiser korte en gerichte vragen te stellen en deze vragen te herhalen, verduidelijken of de vragen anders te stellen. Eiser ervaart opbouw van spanningen en kan emotioneel reageren. Hij kan paniekgevoelens ervaren en mogelijk een paniekaanval ervaren. Geadviseerd wordt eiser geregeld een pauze aanbieden en hem op zijn gemak stellen. Verder heeft eiser aangegeven dat hij emotioneel kan worden wanneer hij praat over zijn verleden. Gelieve hem de ruimte bieden voor de emoties, iets te drinken aanbieden en indien nodig een extra pauze aanbieden, eiser op zijn gemak stellen.

De rechtbank kan zich goed voorstellen dat eiser het nader gehoor, dat lang duurde en in drie dagen door drie verschillende medewerkers van de IND werd afgenomen, als zeer belastend heeft ervaren. Mede gelet op het belang van een vertrouwensrelatie zoals ook genoemd in WI 2021/13, was het in geval van eiser zeer wenselijk geweest om het gehoor door één medewerker te laten afnemen. Uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat eiser geregeld emotioneel werd als hij over ingrijpende gebeurtenissen werd bevraagd en dichtklapte. Daaruit blijkt verder dat met name de eerste twee medewerkers invoelend zijn geweest en geprobeerd hebben rekening te houden met de beperkte belastbaarheid van eiser in de vraagstellingen en door meerdere pauzes in te lassen. De rechtbank volgt eiser echter wel dat bij het horen van eiser de waarborgen uit WI 2014/10, WI 2019/17, WI 2021/12 en WI 2021/13 onvoldoende in acht zijn genomen. Daartoe acht de rechtbank van belang dat uit het verslag van het gehoor niet kenbaar blijkt dat het referentiekader van eiser is geschetst en bij de vraagstellingen is betrokken en dat daarbij ook voldoende rekening is gehouden met de geconstateerde medische problematiek. Eiser is toch geregeld doorgevraagd over zijn gevoelens, de traumatische gebeurtenissen en het plaatsen daarvan in de tijd, terwijl eiser zelf tijdens het nader gehoor meerdere keren aangaf dat hij daartoe onvoldoende in staat was en dit ook uit de beschikbare medische informatie bleek. Bij de laatste dag van het nader gehoor heeft de medewerker niet expliciet gevraagd of eiser medicijnen moet innemen, moet eten of drinken en is evenmin een pauze aangeboden. Eiser heeft zelf een keer om een pauze gevraagd. Tijdens dit gehoor heeft eiser zich meermalen suïcidaal geuit, waarvan ook een calamiteitenmelding is gedaan.

Aan het horen van eiser kleven dus meerdere zorgvuldigheidsgebreken. De rechtbank is van oordeel dat de minister bij het horen onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser waaronder zijn psychische toestand. Dit werkt door in de besluitvorming. De beroepsgrond slaagt.

Het referentiekader bij het beslissen

In de correcties en aanvullingen bij het nader gehoor van 12 augustus 2022 heeft de gemachtigde van eiser opnieuw aandacht gevraagd voor de psychische toestand van eiser, zijn moeite met data en verklaren door trauma’s en depressie, de forse suïcidaliteit en de mate waarin zijn littekens verband houdt met het trauma. Zij heef haar twijfels geuit over de bruikbaarheid van het nader gehoor en de minister verzocht om een FMO op te starten. Daartoe heeft de minister vervolgens een opdracht gegeven.

Uit het FMO-rapport van 15 mei 2023 volgt kort samengevat dat het onderzoek beperkt is gebleven, omdat eiser in een slechte psychische conditie verkeerde en beperkt belastbaar was. Desondanks is er voldoende onderbouwing om op basis van de gespreksindrukken tezamen met de collaterale informatie een posttraumatische stressstoornis (PTSS) vast te stellen. Daarnaast is sprake van een ernstige depressieve stoornis, suïcidaliteit en psychotisch aandoende symptomen. Vanwege de beperkingen van het onderzoek is onvoldoende helder geworden waaruit de traumatische ervaringen van eiser zijn voortgekomen. Eiser noemt zowel traumatische ervaringen in het land van herkomst als gebeurtenissen tijdens zijn vlucht. Ernstige traumatisering in het land van herkomst wordt niet uitgesloten. Traumatische ervaringen tijdens de vlucht en wellicht gebeurtenissen in de periode waarin betrokkene zeer summier in beeld was, zouden bijgedragen kunnen hebben aan het ontwikkelen van een posttraumatische stressstoornis en depressieve stoornis, maar daarop is onvoldoende zicht verkregen. Concluderend kan de psycholoog vanwege de beperkingen van het onderzoek en de andere mogelijke oorzaken voor het ontstaan van de gestelde stoornissen geen onderbouwde uitspraak doen over de causale relatie tussen de onderzoeksbevindingen en de gestelde ervaringen uit het asielrelaas.

De rechtbank stelt voorop dat de minister ook bij de beoordeling van de geloofwaardigheidstoets kenbaar rekening moet houden met wat in zijn algemeenheid van de vreemdeling verlangd mag worden. Ook daar speelt het referentiekader een rol. De rechtbank overweegt dat het kenbaar betrekken van het referentiekader allereerst vereist dat de minister het referentiekader van de vreemdeling in de besluitvorming beschrijft. Verder behelst het kenbaar betrekken van het referentiekader dat de minister motiveert op welke wijze het beschreven referentiekader van invloed is op het oordeel over hetgeen van de betreffende vreemdeling in zijn algemeenheid verlangd mag worden ter onderbouwing van zijn asielrelaas. Ook dient de minister te motiveren op welke wijze de verschillende aspecten uit het referentiekader zijn betrokken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas.

De rechtbank stelt vast dat de minister in het voornemen noch in het bestreden besluit het referentiekader van eiser heeft beschreven. Onder het kopje “Referentiekader en kwetsbaarheid” heeft de minister enkel beschreven hoe hij bij het horen van eiser rekening heeft gehouden met zijn niveau van scholing en culturele achtergrond. De minister heeft echter het niveau van scholing en de culturele achtergrond van eiser niet beschreven, laat staan op welke wijze die van invloed zijn op wat van eiser verlangd mag worden ter onderbouwing van zijn asielrelaas. Uit het FMO-rapport blijkt dat eisers intelligentie op basis van beperkte uitdrukkingsvaardigheden, begrip en reflectievermogen op ondergemiddeld niveau is ingeschat. Daaruit blijkt ook dat eiser de vragen niet goed lijkt te begrijpen en hij niet goed in staat is tot reflecteren en nuanceren. Eiser kan niet rekenen, heeft moeite met het in tijd plaatsen van gebeurtenissen en kan zich sommige gebeurtenissen uit het verleden niet herinneren. Verder blijkt uit het FMO-rapport duidelijk dat eiser moeite heeft met praten over de traumatische gebeurtenissen in Mali en geëmotioneerd wordt en dichtklapt als daarover gevraagd wordt. Deze beperkingen zijn bij uitstek relevant in een zaak als deze waar alles draait om verklaringen over iemands persoonlijke belevingswereld.

De rechtbank is van oordeel dat de minister ook in de besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader en zijn psychische problematiek. Zo heeft de minister eiser in het voornemen aangerekend dat hij niet wilde of kon praten over de gestelde traumatische gebeurtenissen in Mali. De minister heeft daarbij overwogen dat daardoor het FMO-rapport niet ter ondersteuning van zijn verklaringen over de gestelde mishandelingen kan dienen en evenmin kan bijdragen aan de geloofwaardigheid van dit relevante element. Dit terwijl in het FMO-rapport juist is toegelicht dat het niet kunnen praten over de traumatische gebeurtenissen voortkomt uit de PTSS en ernstige depressieve stoornis en dat ernstige traumatisering in het land van herkomst niet wordt uitgesloten. Dat de minister zijn verwachtingen onvoldoende heeft afgestemd op eisers referentiekader en zijn psychische problematiek blijkt ook uit een paar voorbeelden uit het bestreden besluit. Hoewel uit het FMO-rapport volgt dat eiser de vragen niet goed lijkt te begrijpen en hij niet goed in staat is tot reflecteren en nuanceren, heeft de minister eiser toch tegengeworpen dat hij ondanks de kansen die hij heeft gekregen om de vragen te kunnen begrijpen, te reflecteren en te kunnen nuanceren geregeld summiere, vage en oppervlakkige verklaringen heeft afgelegd op belangrijke punten. Ook heeft de minister eiser aangerekend dat eiser meerdere keren zijn gedachten en gevoelens niet in simpele bewoordingen heeft kunnen uitdrukken. Verder heeft de minister eiser aangerekend dat hij heeft verklaard dat homoseksualiteit in Mali strafbaar is. De minister heeft eiser ook tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over het jaar waarin hij Mali heeft verlaten, over de periode waarin hij in [plaats 2] verbleef, wanneer hij naar [plaats 1] vertrok en zijn leeftijd waarop hij betrapt werd, terwijl uit het FMO-rapport blijkt dat eiser moeite heeft met het in de tijd plaatsen van de gebeurtenissen. Tot slot heeft de minister eiser aangerekend dat hij moeite had over de betrapping te praten, dat hij emotioneel werd en er soms niet over kon spreken. Zoals namens eiser terecht erop is gewezen, zijn gaten in het geheugen, dissociatie en dat betrokkene niet over zijn gevoelens kan praten juist kenmerkend voor PTSS, trauma en depressie. Dat met ‘gaten’ in het relaas rekening moet worden gehouden volgt bovendien uit WI 2021/13.

Uit het voornemen, noch uit het bestreden besluit blijkt verder dat en op welke wijze de minister in de besluitvorming rekening heeft gehouden met de culturele achtergrond van eiser en het feit dat de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden op een zeer jonge leeftijd.

Het afwegen van de verklaringen van eiser tegen zijn referentiekader en zijn (psychische) beperkingen is doorslaggevend voor de conclusie over de geloofwaardigheid van de gestelde homoseksuele geaardheid, de gestelde problemen als gevolg daarvan en de daaruit voortvloeiende vrees bij terugkeer. Dit betekent dat er sprake is van een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek in de besluitvorming en dat ook deze beroepsgrond slaagt.

Tussenconclusie 1

Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond en kan het bestreden besluit geen standhouden. Met het oog op de finale geschilbeslechting en met in achtneming van het toetsingskader zoals beschreven onder 4. En 4.1. en eisers referentiekader en (psychische) beperkingen zal de rechtbank hierna een geloofwaardigheidsbeoordeling maken van eisers asielmotief. De rechtbank is namelijk van oordeel dat eiser binnen zijn beperkingen voldoende heeft verklaard om dit te kunnen doen.

De geloofwaardigheidsbeoordeling van de verklaringen over de homoseksuele geaardheid

6. De rechtbank stelt vast dat eiser op dag 1 van het nader gehoor in zijn vrije relaas vrij uitvoerig heeft verklaard over de vriendschap die hij sinds kindertijd met [persoon 2] , zijn buurjongen en schoolgenoot, had. Hij heeft verklaard dat hij op zijn dertiende bewust is geworden van zijn homoseksuele geaardheid doordat hij verliefd werd op [persoon 2] . Hij heeft verteld dat hij niet geïnteresseerd was in meisjes maar in jongens, over de seksuele aantrekking die hij voelde voor [persoon 2] en over hun hechte band en de activiteiten die ze samen deden. Ook heeft eiser verklaard dat het hem lange tijd en moeite heeft gekost om [persoon 2] te vertellen dat hij verliefd op hem was, dat hij bang was voor zijn reactie en voor de gevolgen ervan in Mali omdat homoseksualiteit daar verboden is, maar dat hij het op een gegeven moment niet meer voor zichzelf kon houden en bereid was een relatie met hem te beginnen. Hij was blij en opgelucht toen [persoon 2] vertelde dat hij ook homoseksueel was. Nadat [persoon 2] daarover nagedacht had, aanvaardde hij eisers liefde. Zij startten een geheime relatie. Eiser heeft vervolgens verteld dat de omgeving over hen begonnen te roddelen en dat zijn moeder ook over zijn seksuele geaardheid ging twijfelen, waarna hij haar de waarheid heeft verteld. Hij heeft verteld dat zijn moeder heel boos werd en zei dat hij een schande is en niet geboren mocht worden, dat hij ziek was en hem naar een geestelijke leider heeft gebracht om hem te genezen. Hij heeft verklaard dat hij een soort reinigingsritueel moest ondergaan en bij terugkeer door zijn moeder geslagen is, waaraan hij littekens heeft overgehouden. Daarna is hij door zijn vader geslagen en verstoten. Ook [persoon 2] werd vervloekt en verstoten door zijn familie. Op een gegeven moment zijn eiser en [persoon 2] tijdens het vrijen betrapt door mensen en zijn ze los van elkaar gevlucht.

Privéleven

7. De rechtbank is anders dan de minister van oordeel dat eiser, ondanks zijn beperkingen, met zijn verklaringen op persoonlijke/authentieke wijze inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij zijn seksuele geaardheid heeft ervaren.

Eiser heeft verklaard hij vóór zijn dertiende al twijfels had over zijn seksuele geaardheid, omdat hij niet met de meisjes omging, maar alleen met jongens. Hij had geen voorkeur voor meisjes maar voor jongens. Daardoor had hij een lastige band met zijn ouders. Zijn ouders twijfelden aan hem door hoe hij was, ze vonden dat hij apart was, dat hij vrouwelijk was, dat hij op een meisje leek. Dat kwam volgens eiser doordat hij niet met meisjes omging maar altijd met jongens. Hij werd vaak op zijn gedrag aangesproken door zijn ouders. Ze zeiden dat het haram is om met jongens om te gaan en wilden eiser dwingen om met meisjes om te gaan. Dat deed eiser pijn maar hij sprak zijn ouders daar niet op aan, omdat dat in zijn cultuur niet mag. Later zegt hij dat hij “homotrekjes” had en dat zijn ouders dat misschien opgemerkt hebben aan zijn manier van lopen of praten, misschien gebaren die hij maakte. Eiser zegt: “Ik weet het niet. Zij weten wat zij aan mij zagen. Dat is aan hen, ik kan hun gedachten niet lezen.”

Eiser heeft duidelijk verklaard dat hij op zijn dertiende besefte dat hij homoseksueel was. Het was niet zo dat hij op een dag wakker werd en dacht dat hij anders was, maar dat het op een natuurlijke manier ging. Eiser merkte dat hij mannen aantrekkelijk vond. Hij voelde blijdschap van binnen als hij ze zag. En dat gevoel was specifiek voor [persoon 2] . Hij werd verliefd op hem en alleen op hem. Dat moment heeft hij als volgt beschreven: “Ik twijfelde een beetje. Ik wilde mijn gevoelens naar [persoon 2] uiten, maar ik was heel bang. Homoseksualiteit is niet toegestaan in de plek waar ik vandaan kom. Als ik [persoon 2] zag was ik gelijk blij. Zelfs als ik somber was, als ik hem dan zag werd ik gelijk vrolijk. Ik was echt verliefd op hem. Ik droomde over hem. Wij begrepen elkaar. [persoon 2] had een fijn karakter. Hij was groot. Hij was mooi. Hij was heel vrolijk. Hij had hele mooie billen, dikke billen. Hij had een mooi gezicht, een mooie glimlach. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik verliefd op hem werd.” Eiser heeft ook duidelijk verklaard dat dit gevoel anders was dan vriendschappelijk, omdat hij bij [persoon 2] seksuele gevoelens had. Op de vraag hoe het voor hem was dat hij verliefd op [persoon 2] werd, heeft hij geantwoord: “Ja, blijdschap. Ik had gedacht dat ik nooit iemand zoals ik zou treffen, maar ik heb mijn gevoelens bij [persoon 2] geuit en hij was blij.”

Eiser heeft verder voldoende inzicht gegeven in zijn gevoelens bij de realisatie van zijn geaardheid. Op de vraag hoe het voor hem was voordat hij [persoon 2] over zijn gevoelens had verteld, heeft hij geantwoord: “Ik heb wel getwijfeld. Ik was bang, omdat homoseksualiteit niet is toegestaan in mijn land. Ik dacht: misschien als ik het aan hem vertel dat het een groot risico is. Dus ik was een beetje bang om het risico te nemen.”

Op de vragen hoe hij toen al wist dat homoseksualiteit niet is toegestaan in zijn land, heeft hij geantwoord: “Toen ik dertien jaar was wist ik al dat homoseksualiteit niet was toegestaan.” (…) “Dat hoor je van mensen, dat het een islamitisch land is en dat daardoor homoseksualiteit niet is toegestaan.” (..) “Je hoorde verschrikkelijke dingen over homoseksuelen. Ten eerste dat het niet is toegestaan en dat je nooit wordt geaccepteerd. Er werd gezegd dat homoseksuelen ongeluk brengen in de stad of in het dorp of in het land.”

Uit de antwoorden op de nadere bevragingen over verbod op homoseksualiteit blijkt dat eiser in de veronderstelling is dat homoseksualiteit wettelijk verboden is. Hij legt daarbij duidelijk uit dat de Malinese maatschappij het niet accepteert, dat vaak wordt gezegd dat het een ziekte is, dat homoseksuelen vervloekt zijn, dat zij ongeluk brengen en zelfs voor een vulkaanuitbarsting kunnen zorgen.

Eiser heeft verder inzichtelijk verklaard dat hij, nadat hij besefte dat hij homoseksueel was, het voor zichzelf accepteerde, maar dat hij bang was om zijn gevoelens te uiten, omdat homoseksualiteit niet was toegestaan. Dit deed hem veel pijn, ook dat hij door zijn familie is verstoten. Ook heeft hij duidelijk verklaard dat hij twijfelde en bang was om [persoon 2] over zijn gevoelens te vertellen, omdat hij niet wist hoe hij zou reageren. Hij was bang dat hij verklikt zou worden door hem of afgewezen. Nadat hij zijn liefde aan [persoon 2] verklaarde en die het na het nadenken aanvaardde, was eiser blij dat hij zijn homoseksuele gevoelens en gedachtes met [persoon 2] kon delen en dat hij daar dus niet meer alleen voor stond.

Uit het voorgaande volgt dat eisers verklaringen over zijn eigen ervaringen en persoonlijke beleving met betrekking tot zijn seksuele geaardheid persoonlijk en authentiek zijn. Dit draagt bij aan de geloofwaardigheid van de gestelde homoseksuele geaardheid.

Huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact

met of kennis van LHBTI-groepen

De rechtbank is met de minister van oordeel dat eiser in voldoende mate persoonlijk heeft verklaard over zijn relatie met [persoon 2] .

Ook is de rechtbank met de minister van oordeel dat eiser voldoende heeft verklaard over de positie van LHBTI’s in Mali.

De tegenwerping van de minister dat eisers verklaring over de strafbaarheid van homoseksualiteit objectief fout is, volgt de rechtbank niet zonder meer. Ten eerste omdat de minister ter onderbouwing ervan naar een verouderde bron verwijst. Namens eiser is in beroep onder verwijzing naar diverse recente openbare bronnen onderbouwd dat homoseksualiteit wel wordt vervolgd. Daarbij is ook gewezen op de vervolging vanuit islamitische groeperingen, de zeer negatieve houding van de maatschappij, vergaand geweld en stigmatisering, met ernstige schade tot gevolg. De verklaringen van eiser wijken in zoverre niet af van de landeninformatie. Daar komt bij, rekening houdend met de beperkingen en het referentiekader van eiser, dat het eiser niet kan worden aangerekend dat hij de wet niet kent en vanuit zijn eigen beleving verklaart, zeker gelet op het feit dat eiser voor het overige voldoende heeft verklaard over de positie van LHBTI-personen in Mali. Daar komt bij dat niet in geschil is dat homoseksualiteit per 13 december 2024 wettelijk verboden is en dat de minister hier ten tijde van de besluitvorming bekend mee wordt geacht te zijn. Al hierom is deze tegenwerping van de minister onredelijk.

Dat eiser over de voorbeelden die hij gaf over de behandeling van homoseksuelen in Mali niet specifieker kon verklaren hoe hij aan die informatie is gekomen dan dat hij dat weet omdat hij daar gewoond heeft, doet er niet aan af dat zijn verklaringen in het algemeen wel passen bij het beeld dat bekend is over de positie van LHBTI’s in Mali. Eiser heeft overigens in de zienswijze toegelicht dat het hem bekend is dat in rurale gebieden de praktijk “in een autoband stoppen van een LHBTI en het vervolgens in brand steken” plaatsvindt.

Verder is de rechtbank met de minister van oordeel dat eisers verklaringen over zijn huidige relatie met [persoon 1] persoonlijk en authentiek zijn en voldoende zijn onderbouwd met de overgelegde brieven.

Ook is de rechtbank met de minister van oordeel dat eiser zijn activiteiten in Nederland zoals deelname aan de bijeenkomsten van verschillende support-groepen voldoende heeft onderbouwd.

Tussenconclusie 2

De voorgaande overwegingen, in samenhang met elkaar bezien met de overwegingen onder het kopje ‘privéleven’, leiden naar het oordeel van de rechtbank tot de conclusie dat de gestelde homoseksuele geaardheid van eiser geloofwaardig is.

De geloofwaardigheidsbeoordeling van de gestelde problemen als gevolg van de homoseksuele geaardheid

9. De rechtbank is anders dan de minister van oordeel dat eiser ook geloofwaardig heeft verklaard over zijn problemen als gevolg van zijn homoseksuele geaardheid. Daarbij gaat het dus om de verstoting door zijn familie en de betrapping tijdens een vrijpartij met [persoon 2] . Zoals de minister terecht heeft meegewogen passen de reacties van eisers ouders en de omgeving bij hoe volgens algemene informatie wordt omgegaan met homoseksualiteit in Mali. Dat eiser moeite heeft om over deze traumatische gebeurtenissen te praten, is zoals hierboven is beschreven verklaarbaar en verschoonbaar. Dat geldt ook voor de moeite die eiser had met het in tijd plaatsen van de gebeurtenissen en het feit dat er gaten zijn in dit deel van zijn relaas. Desondanks zijn eisers verklaringen over deze gebeurtenissen persoonlijk en authentiek.

De rechtbank zal hierna inzoomen op verklaringen van eiser die voor de minister ongerijmd waren, waardoor de minister de gestelde gebeurtenissen ongeloofwaardig achtte.

Verstoting door zijn familie

10. Naast zijn verklaringen tijdens het vrije relaas, zoals samengevat onder rechtsoverweging 6, heeft eiser over de verstoting door zijn familie het volgende verklaard.

De rechtbank citeert in het bijzonder de volgende verklaringen:

U heeft verteld dat uw moeder vroeg waarom uw moeder u nooit met meisjes zag en dat u toen vertelde dat u verliefd was op [persoon 2] . Heeft u het geprobeerd nog te verhullen voor uw moeder?

Ik heb tegen mijn moeder verteld dat ik op jongens val, toen zij dit hoorde viel zij bijna flauw. Zij geloofde mij niet. Toen zei ze tegen mij dat het niet kon, dat ik behekst was, dat een man nooit op een andere man kon vallen. Zij heeft mij toen naar de medicijnman gebracht om mij te behandelen, ze zei dat iemand die zo is, het niet goed voor het land of voor de familie is. Mensen zoals ik brengt ongeluk voor het land, een ramp. Daarom moest zij mij naar de medicijnman brengen, ze dacht dat het een ziekte was.

Heeft u geprobeerd uw seksualiteit te verbergen voor uw moeder?

Voordat ik het aan mijn moeder heb verteld, heeft een tijdje geduurd. Ik wist dat als ik dat zou vertellen, het een ramp zou zijn voor haar. Onze omgeving, mensen uit de buurt bijvoorbeeld, niemand mocht het weten. Ik was bang voor de mensen, voor het feit dat iedereen zou weten hoe ik ben.

Waarom heeft u uiteindelijk besloten het te vertellen toen u het verteld heeft?

Mijn ouders zagen mij vaak met jongens thuiskomen, elke keer vroegen ze aan mij waarom ik met jongens was in plaats van meisjes. Het was te veel voor mij. Uiteindelijk besloot ik het gewoon te zeggen, ik wist niet meer wat ik moest doen. Het was te veel druk voor mij.

Eiser heeft met de hiervoor weergegeven verklaringen voldoende en overtuigend verteld over de aanleiding om zijn homoseksuele geaardheid aan zijn moeder kenbaar te maken. Hij realiseerde zich dus de risico’s, maar hij kon simpelweg de aanhoudende druk van zijn ouders niet meer aan om toch met de meisjes om te moeten gaan.

Eiser is niet gevraagd over wat hij met ‘omgaan met meisjes’ bedoelde. Eiser was op dat moment 15 jaar oud en had al twee jaar een relatie met [persoon 2] . Juist binnen de context van de islamitische cultuur en gelet op het feit dat eiser in een dorp op het platteland woonde en het feit dat in Mali kinderhuwelijken binnen de religieuze kringen en vooral op het platteland met toestemming van ouders plaatsvinden, is het goed verklaarbaar dat eisers ouders erop aandrongen dat hij interesse in meisjes toonde.

Met de tegenwerping dat het opvallend is dat eiser tegen zijn ouders zei dat hij gewoon is wie hij is en dat het hem niets kon schelen dat hij geen homoseksueel mocht zijn, en dat hij verliefd was en niet dacht over wat anderen vonden/dachten, heeft de minister eisers verklaringen uit hun verband getrokken. Die verklaringen van eiser zien niet op de aanleiding om zijn moeder over zijn homoseksuele geaardheid te vertellen maar op de periode nadat hij naar de medicijnman was geweest en vóór de betrapping.

De rechtbank citeert verder de volgende verklaringen:

“Heeft uw moeder het ook verteld aan mensen uit de omgeving?

Ja, mijn moeder heeft het wel verteld aan de omgeving.

Waarom heeft uw moeder het verteld aan mensen in de omgeving, waar bepaalde gevaren aan vastzitten, terwijl zij u ook wilde genezen door de medicijnman?

Mijn moeder heeft het aan de omgeving verteld omdat zij een oplossing zocht. Volgens haar en volgens anderen uit Mali is homoseksualiteit een ziekte, zij dacht dat zij advies zou krijgen voor een behandeling.

Dus de medicijnman en de behandeling daar, was een advies uit de omgeving?

Ik zou het niet weten of zij dit advies heeft gekregen van iemand of dat zij dit zelfstandig heeft gedaan. Dat weet ik niet.

Wat gebeurde er toen uw moeder het vertelde aan mensen uit de omgeving?

Ik denk dat mijn moeder het wel verteld heeft aan de omgeving om een oplossing te zoeken.

Weet u zeker dat uw moeder het aan mensen uit de omgeving heeft verteld?

Ja, zij heeft het verteld.

Wat gebeurde er toen uw moeder dit vertelde? Merkte u hier zelf iets van?

Opmerking rapporteur: de tolk herhaalt de vraag.

Ik weet dat mensen uit mijn omgeving het van mijn moeder hebben gehoord, dat weet ik zeker. Mijn moeder heeft mij daarna naar de medicijnman gebracht. Het is niet normaal in mijn omgeving, een man die op een andere man valt.

Dus uw moeder probeerde u te helpen door u naar de medicijnman te brengen. U heeft eerder verklaard dat het bekend is dat er gevolgen zitten aan homoseksualiteit. Nam uw moeder geen groot risico door de omgeving over uw geaardheid te vertellen?

In Afrika zit het zo: als iemand een probleem heeft, denkt je moeder of vader er niet over na wat er gebeurt met de omgeving. Er wordt direct naar een oplossing gezocht. Voor haar was dit de medicijnman, ik denk niet dat zij aan iets anders dacht. Ze wilde mij alleen laten behandelen.

De meeste moeders proberen hun kinderen juist te beschermen tegen gevaar uit de omgeving. Weet u waarom uw moeder ervoor heeft gekozen het juist wel vertellen aan de omgeving, waarmee zij een groot risico nam?

Dat klopt, moeders beschermen hun kinderen, maar in ons geval zoeken mensen over het algemeen advies bij andere mensen. Als een kind in een probleem zit, een kind brengt je een probleem dat je niet in je eentje kan verhelpen, dan zoek je hulp. Ze wilde mij niet in gevaar brengen, ze zocht naar een oplossing.

Dus uiteindelijk was het de bedoeling van uw moeder om u te beschermen en te helpen?

Dat klopt, mijn moeder vertelde het om een oplossing te zoeken en mij te helpen. Zij weet dat ik in gevaar zal zijn als mensen horen dat ik homoseksueel ben, maar zij weet ook niet wat zij moet doen en zij wilde mij wel helpen.

[…]

“Vóór de pauze heeft u verklaard dat uw moeder u niet in gevaar wilde brengen, toen zij op de hoogte was geraakt van uw voorkeur voor mannen, maar is dat niet precies wat zij gedaan heeft: u in gevaar brengen, door in een homofobe samenleving tegen mensen uit jullie omgeving te vertellen dat u homoseksueel bent?

Ik snap de vraag niet.

Heeft uw moeder u niet juist in gevaar gebracht door u bekend te maken als homoseksueel in plaats van u beschermd?

Ik denk niet dat zij mij in gevaar wilde brengen, zij zag het als ziekte en zij zocht naar advies om de ziekte te behandelen.”

Juist bezien vanuit de context van de islamitische cultuur in Mali en in het bijzonder de dorpsgemeenschap waar eiser vandaan komt, is de actie van eisers moeder naar het oordeel van de rechtbank niet onwaarschijnlijk. Eiser heeft uitvoerig en consistent verklaard dat hij vanaf het moment dat zijn homoseksuele geaardheid voor zijn familie bekend werd, door zijn familie is verstoten. Hij is door beide ouders uitgescholden en geslagen. Hij werd door zijn familie als een ziek persoon gezien en er was voldoende vertrouwen in de kracht van de medicijnman om eiser te genezen. Eiser heeft vervolgens een week bij de medicijnman verbleven en daarna weken thuis opgesloten gezeten voor verdere behandeling. Anders dan de minister eisers verklaringen heeft geïnterpreteerd, was het niet zo dat eiser na een week behandeling bij de medicijnman weer thuis ‘welkom was’, maar werd zijn behandeling verder thuis voortgezet. Dat eiser bij zijn terugkeer vertelde dat hij tot de dood homoseksueel bleef, is niet onwaarschijnlijk nu eiser al eerder bij zijn ouders voor zijn homoseksuele geaardheid was uitgekomen. Dat deze volharding van eiser niet op prijs werd gesteld, blijkt uit eisers verklaring daarna. Eiser is vervolgens door zijn moeder geslagen, waaraan hij veel littekens heeft overgehouden. Dat eiser in die periode ongedeerd is gebleven door de omgeving is niet onaannemelijk, omdat eiser naar eigen verklaring thuis opgesloten zat en de gemeenschap ermee bekend was geworden dat de medicijnman bezig was om eiser te genezen.

De tegenwerping van de minister dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard door eerst tijdens het vrije relaas te vertellen dat hij door zijn moeder is geslagen nadat hij terugkwam van de medicijnman en later heeft verklaard dat hij door haar geslagen is voordat hij naar de medicijnman ging, volgt de rechtbank niet, gelet op eisers beperkingen in het verklaren en om de gebeurtenissen in tijd te plaatsen. Eiser is bovendien met deze gestelde tegenstrijdigheid niet geconfronteerd. In de zienswijze is verduidelijkt dat eiser toen hij terugkwam van de medicijnman door zijn vader geslagen.

Dat eiser tijdens verschillende gehoren verschillende jaartallen heeft genoemd als het moment waarop hij zijn woonplaats heeft verlaten, is gelet op eisers beperking om gebeurtenissen in tijd te plaatsen verklaarbaar en verschoonbaar. De rechtbank volgt de minister er dus niet in dat dit bij voorbaat afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn gestelde problemen.

Betrapping door de buurman

11. Naast zijn verklaringen tijdens het vrije relaas, zoals samengevat onder rechtsoverweging 6, heeft eiser over de betrapping desgevraagd het volgende verklaard.

“U heeft eerder verklaard dat u nadat u naar de medicijnman bent geweest, u bent betrapt toen u seks had met [persoon 2] . U bent naar de medicijnman geweest, de gemeenschap weet van uw geaardheid. Waarom bent u toen dan toch naar het bos gegaan om seks te hebben met [persoon 2] terwijl u wist dat hele omgeving aandacht voor u had op dat moment?

Twee mensen die van elkaar houden, denken niet aan de gevolgen. We waren verliefd op elkaar, we gingen dingen doen samen. Ik dacht niet aan de omgeving, het risico of wat er zou kunnen gebeuren.

U wist op dat moment wel wat de gevolgen zouden kunnen zijn, was de liefde dan zo groot dat u hier totaal geen rekening mee heeft gehouden en dat u ook bereid was deze gevolgen te accepteren?

We waren zo verliefd op elkaar, verliefdheid is als blind zijn. Je ziet niets. Zo voelden wij ons, we dachten er niet over na. Het was uit liefde.

Hoe heeft u zich kunnen handhaven binnen uw gemeenschap, in de buurt waar u woonde, nadat u bij de medicijnman geweest was, nadat iedereen in uw omgeving te weten gekomen was gekomen dat u homoseksueel bent, voordat u samen met [persoon 2] betrapt bent?

Het kon mij niets schelen dat ik geen homoseksueel mocht zijn, ik was verliefd. Ik dacht er niet aan wat mensen dachten of vonden.

Dat begrijp ik, dat vind ik ook knap dat u dat kan, maar dat is niet helemaal wat ik bedoelde met de vraag. Hoe hield u zich staande tussen de tijd dat u terugkwam van de medicijnman en het moment dat u werd betrapt met [persoon 2] terwijl iedereen wist van uw geaardheid?

Toen ik terugkwam van de medicijnman, voor wij werden betrapt, liep ik met angst dat iedereen op de hoogte was van mijn situatie. Ik liep niet vrij. Ik wist niet dat er kon gebeuren, op straat of als ik ergens heenging. Ik liep met deze vragen. Zou iemand mij aanvallen? Ben ik veilig? Ik weet het niet.

Leverde het feit dat mensen wisten van uw geaardheid geen problemen op?

Ja, toen mensen dat wisten konden wij problemen krijgen. Toen wij werden betrapt, kregen wij ook problemen. Daar zijn wij gevlucht.

[…]

En uiteindelijk bent u op een moment betrapt. Kunt u mij vertellen hoe u betrapt bent en hoe dit ging?

Zoals ik eerder zei, was ik in de kamer met [persoon 2] . Wij hadden seks met elkaar, in deze kamer. Toen kwam er iemand binnen, een man. Hij schreeuwde dat hij twee mannen met elkaar in bed heeft gezien. Meteen hebben wij onze spullen gepakt, wij zijn omgekleed en wij zijn weggevlucht.

Waar was dit?

Bij ons thuis, bij mijn ouders.

Waar waren uw ouders op dit moment?

Zij waren ergens anders.

Waar waren zij?

Ze waren niet thuis, maar ik weet niet waar zij wel waren.

Was u hier vaker met hem?

Ik was vaker met hem, soms gingen wij buiten de stad in de velden of in het

bos zulke dingen doen.

Was u vaker met [persoon 2] bij uw ouders thuis?

Ja. Hij kwam vaker bij hem, ik was ook vaak bij hem thuis.

Had u vaker seks met hem bij u thuis?

We hadden vaker seks in het bos, maar niet bij [persoon 2] thuis. We spraken dan in

het bos af, dat was makkelijker dan thuis.

Waarom was u op dit moment dan wel bij u thuis?

Het was een moment, een gevoel dat niet te controleren was. Op dat moment gebeurde het bij mij thuis.

Waarom liep er een man bij uw ouders naar binnen?

Ik weet niet precies waarom hij bij ons thuis kwam, maar wat ik weet is dat het gebruikelijk is in het dorp dat mensen elke ochtend elkaar thuis begroeten. Bij je buren, dat is gebruikelijk. Die dag weet ik niet of hij alleen daarvoor kwam of dat hij voor iets anders kwam. Dat weet ik niet.

Kende u de man?

Ja, hij is een buurman, hij kwam vaker bij ons in huis.

Was hij voor dit moment op de hoogte van uw seksuele geaardheid?

Nee.

En toen u betrapt werd door de man en hij begon te schreeuwen, wat gebeurde er toen?

Toen hij schreeuwde, hebben wij onze spullen gepakt en zijn wij weggevlucht.

Kwamen er nog andere mensen bij?

Wij wilden zo snel mogelijk weg, ik heb niet gemerkt of er andere mensen waren. Wij zochten naar de weg, wij moesten snel weg.

In een eerder gesprek gaf u aan dat er dorpelingen naar buiten zijn gekomen met stokken en stenen toen de man begon te schreeuwen. Hoe komt het dat dit deel nu ontbreekt in uw verhaal?

Misschien is dit verkeerd begrepen, ik zei dat toen de meneer schreeuwde wij onze spullen pakten voordat de mensen kwamen.

U heeft ook gezegd dat u bent bedreigd met de dood toen u betrapt werd. Ook dit deel ontbreekt nu in uw verhaal. Hoe komt dat?

Ik heb gezegd dat mijn moeder naar de politie zou gaan om aangifte te doen tegen de mensen die ons bedreigde, ik wist dat zij ons zouden vermoorden als wij zouden blijven. Daarom zijn wij weggevlucht.

Het valt mij op dat uw verklaringen over het incident waar u betrapt bent op sommige delen verschillen van elkaar. Hoe komt het dat uw verklaringen zo verschillen tussen uw eerdere gehoor en dit gehoor?

Wat voor verschil?

In uw eerste gehoor sprak u over dorpelingen met stokken en stenen die u met de dood bedreigd hebben, maar nu zegt u dat dit niet gebeurd is. Ik vraag mij af waarom dat zo is.

Misschien heeft de tolk mij niet goed begrepen. Ik zei dat toen de man ons betrapte, wij moesten rennen voor ons leven. Ik wist dat als de buren zouden komen, zij ons zouden doden. Daarom moesten wij vluchten.

Duidelijk. Wat is er gebeurd met [persoon 2] ?

Toen wij wegvluchten, ging iedereen zijn eigen weg. We hebben elkaar niet meer gezien en ik heb geen enkel contact meer met hem.

Heeft u ooit nog contact met hem gezocht?

Ik weet niet waar hij is, ik weet niet hoe ik in contact kan komen met hem.

Heeft u dit wel geprobeerd?

Dat heb ik al gezegd, ik kan hem niet vinden zonder gegevens of een telefoonnummer. Ik heb niets van hem.

U had een relatie met hem en hij was uw grote liefde. Waarom bent u niet bij elkaar gebleven op zo’n gevaarlijk moment?

Toen wij weggingen, zocht iedereen een manier om weg te vluchten van de situatie. Ik had niet gedacht dat ik hem mee zou moeten nemen. Hij ging ergens anders heen, ik ook. Toen zijn wij elkaar kwijtgeraakt.

[…]

“Tijdens uw vrije relaas gaf u aan betrapt te zijn door mensen, nu geeft u aan dat dit door een persoon is. Kunt u dit toelichten?

Toen wij werden betrapt, moesten wij vluchten. Ik wist zeker dat de buren wel zouden komen door de schreeuw van de man. Ik heb ze niet gezien, maar ik wist dat ze zouden komen.

Dus, voor de duidelijkheid. U bent betrapt door één persoon die begon te schreeuwen, waardoor u verwachtte dat er andere mensen bij zouden komen?

Ja, dat klopt.

Als u wist dat het in uw dorp gebruikelijk is dat mensen zomaar bij buurtgenoten binnenlopen om hallo te zeggen, waarom had u thuis bij u seks met [persoon 2] dan, als er ieder moment iemand kon binnenlopen?

Dat heb ik gezegd, het waren de gevoelens van het moment. We dachten niet na over het feit dat we betrapt zouden worden. We hadden er op dat moment zin in, dat is een impuls van het moment.

U heeft ook verklaard dat u niet wist waar uw ouders naartoe waren, toen u seks met [persoon 2] bij u thuis had, maar als u niet wist waar uw ouders waren, konden uw ouders dan ook niet elk moment terug thuiskomen, terwijl u seks met [persoon 2] had?

Daar heb ik niet aan gedacht, ik had er alleen maar zin in om met [persoon 2] te zijn. Dat was het enige wat op dat moment telde.

Eiser is, anders dan de minister in het voornemen overweegt en de hoormedewerker bij de bevraging opwerpt, niet bij [persoon 2] thuis of in het bos betrapt, maar bij hemzelf thuis. De tegenwerping van de minister dat hij niet inziet waarom eiser in een situatie waarin hij al ‘verdacht’ was zo een groot risico neemt, acht de rechtbank onredelijk. Eiser was toen vijftien jaar oud en heeft, zoals hij zelf ook verklaart, geen risicoschatting gemaakt. Hij was verliefd, liefde maakt blind zegt hij en hij dacht niet aan de gevolgen. Deze verklaringen kan de rechtbank goed volgen. Dat de minister eiser tegenwerpt dat hij ook had kunnen kiezen om samen met [persoon 2] te vluchten of zich op zijn minst beter te verstoppen, vindt de rechtbank gelet op eisers leeftijd destijds eveneens onredelijk. Dat eiser een groot risico heeft genomen door met [persoon 2] in zijn huis te vrijen, maakt zijn verklaringen daarover niet ongeloofwaardig. Eisers verklaringen daarover zijn consistent en ze passen bij de eerdere verklaringen over de behandeling door medicijnman en de verdere voortzetting ervan bij eiser thuis. Dat [persoon 2] eiser daarna thuis heeft opgezocht en dat zij zich hebben overgegeven aan het moment, de liefde en hun impulsen, is niet onnavolgbaar.

Dat eiser één keer tijdens het vrije relaas zou hebben verklaard dat zij door ‘mensen’ betrapt zijn, maakt eisers verklaringen over de betrapping niet ongeloofwaardig. Eiser heeft daarna meerder keren verklaard dat zij door één persoon zijn betrapt en dat die meteen begon te schreeuwen. Hij heeft daarna verduidelijkt dat het om zijn buurman gaat. Zoals uit de geciteerde verklaringen blijkt heeft eiser nadat hij ermee is geconfronteerd dat hij eerder heeft verklaard dat daarna dorpelingen naar buiten zijn gekomen met stokken en stenen verklaard dat dit verkeerd is begrepen en dat de tolk het misschien niet goed heeft begrepen. Eiser heeft vervolgens verklaard dat toen de buurman schreeuwde zij hun spullen hebben gepakt en zijn weggerend voordat de buren naar buiten kwamen. De rechtbank acht deze nadere toelichting van eiser voldoende. Daarbij houdt de rechtbank rekening met eisers referentiekader en met name de hiervoor besproken beperkingen bij het verklaren.

Tussenconclusie 3

12. De voorgaande overwegingen leiden tot het oordeel dat de rechtbank ook de door eiser gestelde problemen als gevolg van zijn homoseksuele geaardheid geloofwaardig acht.

Eindconclusie en gevolgen

13. Uit de voorgaande overwegingen blijkt dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om de minister in de gelegenheid te stellen de gebreken te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op de aanvraag, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit.

14. Om de gebreken te herstellen dient te minister uit te gaan van de geloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid van eiser en de geloofwaardigheid van de in Mali als gevolg daarvan ondervonden problemen, en dient de minister vervolgens alsnog een zwaarwegendheidsbeoordeling te maken van dit element. De minister dient een actuele en toekomstgerichte risicoschatting te maken van eisers vrees voor vervolging of ernstige schade. Daarbij dient de minister te betrekken dat in Mali homoseksualiteit sinds december 2024 wettelijk strafbaar is gesteld en dat eiser met openbare bronnen onderbouwd heeft dat de autoriteiten al vóór de wettelijke strafbaarstelling weigerden in te grijpen in gevallen van ‘corrigerende straffen en verkrachtingen’. Ook dient de minister te betrekken dat eiser heeft onderbouwd dat, omdat homofobe houding in het hele land overheerst, het onwaarschijnlijk is dat in Mali een vestigingsalternatief is voor LHBTI’s. De minister dient bij deze beoordeling ook de actuele algemene veiligheidssituatie in Mali en in het bijzonder [plaats 3] te betrekken en alles wat eiser in dat kader in beroep heeft aangevoerd. Als de minister hierover niet binnen de afzienbare tijd duidelijkheid kan verschaffen, dient de minister eiser bij die risicoschatting het voordeel van de twijfel te geven. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen de minister de gebreken kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.

15. De minister moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen. Als de minister gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van de minister. In beginsel, ook in de situatie dat de minister de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

16. Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2013.

17. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over het beroep tegen het bestreden besluit, het verzoek om een voorlopige voorziening, en de proceskosten nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

- draagt de minister op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen;

- stelt de minister in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak of plaatsing in het digitale dossier de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzitter, mr. M.B. de Boer en

mr. C.A.R. Bleijendaal, leden, in aanwezigheid van mr. S. Pirs, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand